Ratjetoe met ingang; Het AZG is een getrouwe afspiegeling van de bouwgeschiedenis

ALS ER ÉÉN stijl past bij ziekenhuizen, dan is het het functionalisme. Hygiëne, zakelijkheid, zon, licht en lucht - het zijn niet alleen de leidende beginselen van de functionalistische bouwkunst, maar ze zijn onlosmakelijk verbonden met sanatoria en ziekenhuizen. Niet toevallig is een van de beroemdste Nederlandse functionalistische gebouwen dan ook het door Jan Duiker ontworpen sanatorium met de naam Zonnestraal.

De Amerikaanse architectuurcriticus Charles Jencks beweerde zelfs eens dat het functionalisme in Nederland langer dan in andere landen de architectuur had overheerst, omdat Nederland de verzorgingsstaat bij uitstek was. “De witte, modernistische architectuur is een metafoor van de genezing, van de gezondheid”, zei Jencks in deze krant in 1993. “De Nederlanders dachten dat als hun land zou veranderen in één gigantisch hospitaal, in één groot Zonnestraal, iedereen zou genezen en alles goed zou komen.”

Het is daarom niet verrassend dat ook het hoofdzakelijk door Team 4 Architekten ontworpen nieuwe Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) van de buitenkant voor een groot deel wit is. Alle negen beddenhuizen, waarin de verschillende afdelingen zijn ondergebracht, zijn voorzien van deze traditionele ziekenhuiskleur. Jan Kleinjan, die zich de afgelopen 15 jaar het meest van de vier architecten van Team 4 met het ontwerp van het ziekenhuis heeft beziggehouden, is een functionalist: “Ik word gefascineerd door eenvoud van vormen”, zegt hij in een boekje dat Team 4 van zichzelf uitgeeft. “Ik ben in mijn benadering meer Bauhaus dan Jugendstil. (...) Ik vind symmetrie in gebouwen te klassiek, te imponerend. Daar zit voor mij een nare bijsmaak aan. (...) Al mijn gebouwen krijgen een andere uitstraling, omdat ze een andere functie hebben. En ook omdat ze een andere opdrachtgever en gebruiker hebben.”

Het AZG laat zich dan ook eenvoudig omschrijven. In het hart van het gebouw is het Centraal Medisch Complex gelegen met onder meer 22 operatiekamers, verschillende laboratoria, kantoren en ruimtes voor onderwijs. Daaromheen zijn de negen beddenhuizen voor de verschillende afdelingen gegroepeerd, met op de begane grond spreekkamers en wachtruimtes van de poliklinieken. De los van elkaar staande beddenhuizen zijn met elkaar verbonden door overdekte straten en pleinen, waaraan onder meer restaurants en winkels zijn gelegen.

De negen verschillende beddenhuizen kwamen niet alleen voort uit de wens van de ziekenhuisafdelingen om elk een eigen onderkomen te hebben, maar ook uit de bouwwijze van het nieuwe AZG. Mede doordat de overheid de financiële middelen voor de nieuwbouw niet in één keer beschikbaar stelde, moest het nieuwe gebouw in fasen worden gerealiseerd. Het nieuwe AZG staat op het terrein van het oude Academisch Ziekenhuis, dat, zoals gebruikelijk was omstreeks de laatste eeuwwisseling, bestond uit vele paviljoens. Tijdens de bouw van het nieuwe onderkomen bleef het AZG functioneren. De bouw van het nieuwe AZG had hierdoor iets weg van het verwisselen van banden bij een rijdende auto.

Pas als een nieuw deel van het ziekenhuis was opgeleverd, werd een oud paviljoen afgebroken. Zo ontstond in de loop van de tijd niets minder dan een compacte stad, compleet met een winkelstraat waar studenten, bezoekers en ook patiënten in een supermarkt kunnen winkelen of bij een kapper hun haar kunnen laten knippen. Het stedelijk karakter van het AZG wordt nog versterkt doordat de nieuwbouw ook een aantal binnentuinen kent, die als parken kunnen worden beschouwd.

Aan klandizie zullen de winkels vermoedelijk geen gebrek hebben, want het AZG is het grootste ziekenhuis van Nederland. Het telt 5.500 medewerkers en 1056 bedden, waarin jaarlijks 26.000 patiënten liggen. De poliklinieken worden door 360.000 mensen per jaar gebruikt en het aantal bezoekers zal vermoedelijk nog groter zijn. Gezien deze aantallen is het dus geen wonder dat Team 4 heeft gekozen voor de benadering van het ziekenhuis als een kleine, functionele ziekenstad.

Toch is de architectuur van het AZG meer dan louter functionalisme. Dat begint al met de beddenhuizen zelf. Die zijn weliswaar, zoals het hoort in het ziekenhuisfunctionalisme, wit, maar de vorm ervan stamt toch duidelijk uit het begin van de jaren tachtig, de tijd dat Team 4 het eerste beddenhuis ontwierp. Ongenaakbare rechte hoeken kennen de doosvormige beddenhuizen niet. Ze zijn, overeenkomstig de architectuurmode van 15 jaar geleden, allemaal verzacht door schuine tussenstukken. Andere tijdgebonden verschijnselen, zoals het gebruik van de kleur bruin in de gevels, zijn in een later stadium alsnog veranderd, maar de stompe hoeken van de beddenhuizen bleven zoals ze waren. Het eerste beddenhuis bleek immers redelijk te functioneren en dus werd het, aangepast aan de specifieke wensen van de verschillende afdelingen, negen keer herhaald.

Alleen aan de verschillende kleuren van de zonweringen en details is te zien dat het om verschillende afdelingen gaat. Ook binnen zijn deze kleuren - rood, groen, blauw en geel - gebruikt als oriëntatiemiddel in de ziekenstad. Maar er is nog meer gedaan om de monotonie van de herhaling te voorkomen. Verschillende architecten is gevraagd om de inrichting van de begane grond van de beddenhuizen te ontwerpen. Het resultaat is een ratjetoe aan stijlen, passend bij een stad. Zo is de polikliniek gynaecologie, ontworpen door het Rotterdamse bureau DAD, een soort neobarok lusthof geworden, terwijl Victor Mani de vloeren en deuren van de polikliniek voor oogheelkunde heeft voorzien van kolossale gekleurde cijfers en het gewone meubilair aanvulde met beroemde stoelen, zoals een stalen-buizen-fauteuil van Gispen.

Maar de grootste stijlbreuk in het AZG komt voor rekening van rijksbouwmeester Wytze Patijn, die in een laat stadium bij de nieuwbouw werd betrokken. Hij ontwierp de ingang en de grote hal, waar ook de trappen en liften van en naar de onder het ziekenhuis gelegen parkeergarage uitkomen. Groot voordeel hiervan is dat er in Groningen, anders dan bij bijvoorbeeld het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, geen misverstand bestaat over de plek waar men dit ziekenhuis kan binnengaan. De geheel glazen gevel die de hal aan de voorzijde begrenst, geeft het AZG een open karakter en heeft van het ziekenhuis geen ziekenburcht gemaakt.

Bij de vormgeving van de hal heeft Patijn gebruik gemaakt van de typische stijlmiddelen van de bouwkunst van de jaren negentig. De rijksbouwmeester heeft niet geprobeerd aansluiting te vinden bij de jaren-tachtig-architectuur van Kleinjan en Team 4. De grote dakoverstek, de gekromde vorm van het dak zelf, de scheve kolommen die het dak ondersteunen, het iets naar voren hellende volume waarin de lift naar de parkeergarage is verborgen - het zijn allemaal artikelen die rechtstreeks afkomstig zijn uit de architectuurmodecatalogus van de jaren negentig. Dit heeft zeker niet bijgedragen aan de eenheid van het AZG, maar het ziekenhuis is zo wel een getrouwe afspiegeling geworden van de lange bouwgeschiedenis, die overigens met Patijns hal nog niet ten einde is en de komende jaren zal worden voortgezet.