Op basgitaarles

Een echtpaar met jonge kinderen is met weinig tevreden. Het duo is geen voorbeeld van tweeverdieners die carrière willen maken. Wanneer zij werkt, doet hij het huishouden en wanneer hij werkt, doet zij de schort voor.

Tot nu toe ging dat prima, maar de rust is verstoord. Dat komt door die kinderen. Die zijn niet meer zo gewillig als voorheen. Soms geven ze zelfs een grote bek. Ze vinden wèl alles leuk. Nog even en ze zitten op allerlei bezigheidstherapieën. Hun zoon Felix van zeven wil ineens op basgitaar, omdat hij judo zo zwaar vindt en de jongens van zijn groep zijn veel te fanatiek. Dan gaat basgitaren veel eerlijker en er zitten minder snaren op, redeneert hij praktisch.

Door die opgroeiende kinderen veranderen de ouders-uit-liefhebberij in directeuren van een bedrijfje, waar de machines altijd draaien. Liefst zouden pa en moe een geldpers aanschaffen, want de kosten rijzen de pan uit. Soms reageert onze Lieve Heer op zulke noodkreten, bidden en kaarsjes branden helpt, echt. Daarom hebben ze onlangs een prijs in een loterij gewonnen. Daar is 50.000 gulden van over. Ook dat verstoort hun rust. Hoe besteden twee financiële analfabeten effectief een halve ton? Misschien zo.

Je begint bij het begin: analyseer de risico's die het gezin loopt: overlijden, ziekte (arbeidsongeschiktheid), pensionering op 65 jaar (vermindering van inkomen tot het AOW-niveau) en werkloosheid. De gevolgen van ziekte en werkloosheid zijn via werknemersverzekeringen gedekt. Wanneer je de andere punten analyseert, moet dat voor iedere partner apart. De kosten van levensonderhoud dragen ze beiden. Die kunnen niet afgewenteld worden.

Wat zijn de gevolgen als een van hen overlijdt? De ergste nood wordt gelenigd door de Algemene Nabestaandenwet (Anw). Alle Nederlandse ingezetenen (ongeacht nationaliteit of leeftijd) zijn verzekerd en moeten daarvoor 1.65 procent premie over hun belastbare inkomen betalen. Ook mensen zonder nabestaanden. Die premie wordt geheven over de eerste belastingschijf (tot 45.960 gulden), samen met de belasting en andere premies volksverzekeringen.

Verzekerd zijn, recht hebben op een Anw-uitkering en ook werkelijk geld in handen krijgen, zijn voor de Anw drie verschillende zaken. Op grond van hun leeftijd komen deze ouders niet aanmerking voor een uitkering: niet geboren vóór 1 januari 1950 of 1 juli 1956. Alleen die ongehuwde kinderen onder 18 jaar geeft een ouder recht op 1.817 gulden per maand en 1.384 gulden vakantiegeld in mei. Plus per halfwees/kind: 381 gulden en in mei 395 gulden.

Helaas wordt die een-ouderuitkering ten dele verminderd met inkomen uit arbeid (loon, winst uit onderneming) en geheel met inkomen in verband met arbeid (bijvoorbeeld een WW- of WAO-uitkering). Zo is de uitkering nihil bij een inkomen vanaf 3.946,51 gulden, maar het recht op een uitkering blijft wel bestaan. Het eigen vermogen (die 50 mille), de inkomsten uit dit vermogen (2.000 gulden rente) en particuliere nabestaandenpensioenen (500 gulden per maand) worden niet gekort op de Anw.

Bij dit gezin is de hoogte van de eventuele Anw-uitkering afhankelijk van de ouderlijke inkomens. Daarom moeten zij een kapitaalverzekering bij overlijden sluiten op zijn èn haar leven en elkaar als begunstigde aanwijzen. De uitkering na overlijden is vrij van inkomstenbelasting, maar valt wèl in de nalatenschap (ze zijn getrouwd in gemeenschap van goederen) en is belast. De vrijstelling van successierecht voor de achterblijvende partner bedraagt echter maximaal 555.317 gulden en minimaal, na inkorting voor pensioen- en lijfrenterechten, 158.661 gulden.

Een wederzijdse verzekering voor 20 jaar en 200.000 gulden kapitaal (man: 38, vrouw 36) kost circa 1.500 gulden per jaar. Met een qua risico op maat gesneden polis, daalt de maandpremie vast tot onder de 100 gulden. Zo verzeker je de continuïteit van dit gezinsbedrijf.

De kosten van levensonderhoud en het pensioentekort kunnen ze aanpakken door bijvoorbeeld iedere maand een bedrag in een beleggingsfonds te stoppen en daarnaast 25.000 gulden spaargeld aan te houden, als noodreserve. Die belegging moet met de tijd groeien. Daarvoor is nog ten minste zo'n 5 jaar tijd en het pensioen begint pas over 25 jaar.

Zo'n belegging is een belangrijke levensreserve waar je zorgvuldig mee om moet springen. Een mix-fonds lijkt daarom een goede keus. Zo'n fonds spreidt de gelden meestal over aandelen, obligaties, liquiditeiten en onroerend goed, keert dividend uit en neemt weinig risico. Voorbeelden: Optimix, Holland Selectie Fonds, RG Aandelen Mixfonds, Webefo en het Ohra Totaal Fonds. Bij, zeg, 10 procent rendement per jaar (koerswinst + dividend) zit er bij een storting van 300 gulden per maand (3.600 per jaar) over 25 jaar bijna 400.000 in de pot, maar dan mogen de kinderen er niet tussentijds uit snoepen.