Oormerken

Drie Friese veehouders weigeren consequent de oren van hun koeien te perforeren met de voorgeschreven en volgens betrokkenen absurde gele cadmiumflappen. Na vijf jaar procederen komt de zaak op 10 juni voor de Hoge Raad, aldus NRC Handelsblad van 29 mei. De Hoge Raad moet dus beslissen of het redelijk en billijk is dat Richtlijn 92/102 geen ruimte laat voor een alternatief systeem.

Behalve de oude methode van het arbeidsintensieve schetsen (de drie Friese boeren zullen, mag ik aannemen, graag zelf voor de meerkosten opdraaien) zijn daar de transponder (naar keuze ingebouwd in een bolus in de pens of intramusculair geïnjecteerd) en ook nog het veel kleinere, cadmiumloze (bruine) oormerkje dat wèl conform de Richtlijn is, maar hier alleen is toegestaan voor de begrazingsrunderen van Staatsbosbeheer.

Ik vermoed echter dat de Hoge Raad deze zaak zal doorverwijzen naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Want alleen dat Hof kan de klacht van de drie oormerkweigeraars ontvankelijk verklaren. De Verordening van het Landbouwschap inzake de Indentificatie & Registratie van Runderen is namelijk een algemeen verbindend voorschrift. “Daartegen is het maken van bezwaar op dit moment niet mogelijk. Deze mogelijkheid zal met ingang van 1 januari 1999 wel bestaan, na inwerkingtreding van het desbetreffende deel van de Algemene Wet Bestuursrecht”, aldus Landbouwschapsecretaris ir. G.N. Kok in een schrijven dat zich in mijn archief bevindt.

Onlangs moest minister Sorgdrager op last van 'Straatsburg' vier bankovervallers vrijlaten omdat die 'onvoldoende in staat zijn geweest hun verdediging te voeren' (NRC Handelsblad, 26 april). De drie Friese veehouders moeten wachten tot 1999, en dat is naar redelijkheid en billijkheid niet te kwalificeren als een mogelijkheid tot voldoende verweer. Ir. Kok was helaas niet zo sportief om het ontbreken van enige beroepsprocedure aan de heren Brandsma, Bouma en De Groot te melden. Bij deze dus.