Milieu-kruisvaarder Paul Watson: Ik keek in het oog van de walvis, en zag begrip

De Canadese milieu-activist Paul Watson is de schrik van de walvisvaart: hij beschikt zelfs over een kleine onderzeeboot die gaatjes in vijandelijke schepen kan boren. Brigitte Bardot dreigt naar Lelystad te komen, waar deze walvisvaarder-rammer vastzit. Maandag beslist Justitie over zijn uitlevering aan Noorwegen.

Het tot zinken brengen van een schip is eenvoudig. Je gaat de machinekamer binnen, daar ligt een pijpleiding die zout water geleidt voor de koeling van de motoren. Je stopt de toevoer van het water, onthecht de pijpleiding en opent weer de toevoer. Het water stroomt dan razendsnel naar binnen.''

Paul Watson (46), milieu-activist en gespecialiseerd in het tot zinken brengen en rammen van walvisvaarders, heeft een zacht, haast vrouwelijk gezicht. Zijn stem is ook zacht, zangerig, maar wel zo indringend dat hij zich moeilijk laat onderbreken. Een kalme doorzetter is hij, een romanticus ook. Maar hij zegt te hechten aan het kader van de wet. “Ik ben geen anarchist”, zegt hij in een spreekkamer van het huis van bewaring te Lelystad. Ze behandelen hem hier vriendelijk, zegt hij, alsof ze zich willen excuseren voor het feit dat hij er zit. “Drie cipiers en twee medegevangenen zijn al lid geworden van Sea Shepherd.”

De Canadese Watson, die met zijn naar verluidt dertigduizend leden tellende Sea Shepherd Conservation Society een militante strijd voert tegen walvisvangst en andere bedreigingen van zeedieren, zit sinds 2 april in Lelystad. De Noorse regering verzocht in maart van dit jaar via Interpol om zijn arrestatie. Watson zou in Noorwegen vier maanden gevangenisstraf moeten uitzitten wegens het beschadigen van de walvisvaarder Nybraena in noord-Noorwegen in december 1992.

Watson grijpt de arrestatie aan om steun te winnen in zijn strijd tegen Noorwegen, dat zich sinds 1992 niet meer houdt aan het verbod op commerciële walvisvangst. Hij begrijpt dat Nederland zich aan de internationale verdragen wil houden en hem arresteert als Interpol daartoe oproept. Maar wil Nederland de Noren er dan ook even op wijzen dat zij zich moeten houden aan het in 1986 internationaal overeengekomen moratorium op de walvisvangst?

Watson heeft er graag een paar maanden gevangenis voor over om dit uit te vechten. Die arrestatie, zegt hij, die moest toch gebeuren. Aan zo'n Interpol-bevel ontkom je niet en hij had voor de komende maanden nogal wat acties gepland in Europa. “Ik had dan overal kunnen worden aangehouden.”

Als het ergens moest zijn, dan in het “liberale en milieubewuste” Nederland. Watson zit hier goed, meent hij, want waren het ook niet de Nederlanders die in 1995 in de Internationale Walvisvaart Commissie het voortouw namen met het nadrukkelijke verzoek aan Noorwegen om de walvisvaart te stoppen? “Als Nederland mij uitlevert, zullen de Noren zeggen: 'kijk, met de walvisvaart is niets mis, Nederland vindt dat ook.' Dat zou ingaan tegen de politiek van dit land.”

De kans is groot dat de Nederlandse minister van Justitie, Sorgdrager, niet eens over Noorwegens verzoek zal hoeven beslissen. Aanstaande maandag geeft de rechter haar advies over het uitleveringsverzoek, maar op 19 juni heeft Watson er al tachtig dagen hechtenis op zitten, tweederde van de straf die hem in Noorwegen is opgelegd. Volgens de Nederlandse wet kan dat genoeg zijn om zonder meer vrij te komen. Maar Watson wil niet zomaar vrijkomen, het verblijf in Lelystad moet hem ten minste een 'statement' opleveren van de Nederlandse regering tegen Noorwegen. Hij hoopt Sorgdrager zal zeggen dat zijn daad in 1992 politiek was en dat ze daarom uitlevering weigert.

De Franse milieu-activiste Brigitte Bardot heeft minister van Buitenlandse Zaken Van Mierlo in een brief gemeld dat zij de arrestatie van Watson “onacceptabel” vindt. “Twintig jaar geleden was ik met Watson in Canada om de jacht op babyzeehonden te veroordelen”, schrijft ze. “Moet ik nu naar Lelystad komen om deze beklagenswaardige zaak in de schijnwerpers te zetten?”

Harde sabotage

Kruisvaarder Watson is zelden thuis, in Los Angeles. “Ik ben altijd onderweg, dat is de laatste dertig jaar niet anders geweest.” Hij heeft een dochter van zeventien die woont bij zijn eerste vrouw in Vancouver. Zijn tweede vrouw, Lisa Distefano, is ook activiste en doet de administratie van Sea Shepherd. Watsons moeder overleed toen hij twaalf was. Op zijn vijftiende ging hij naar zee. “Mijn middelbare school was een schip”, zegt hij, “een prachtige opleiding.”

Op zijn achtste werd Watson, die met drie broers en drie zusters opgroeide in een vissersdorp in het oosten van Canada, lid van de 'Kindness Club', een vereniging die kinderen liefde bijbracht voor dieren. Op een dag ontdekte hij dat zijn 'beste vriend', een bever, was gedood door een stroper. “Vanaf dat moment werd ik de hitman van de Kindness Club”, zegt Watson. “Ik vernielde vallen van stropers en verstoorde de eendenjacht door vliegers in de lucht te hangen. Ik had een geweer met kleine koperen kogeltjes. Op mijn twaalfde heb ik daarmee een jongen die een vogel wilde neerschieten in zijn kont geschoten. Dat geweer is mij afgenomen. Er is wel eens gezegd dat dat incident bewijst hoe gek ik ben. Maar iedereen had zo'n geweer, alle jongens schoten ermee op elkaar. Ik had tenminste nog een reden om te schieten.”

In 1977 richtte Watson zijn eigen milieu-organisatie op, de Sea Shepherd Conservation Society, die uit louter vrijwilligers bestaat, zich alleen op zeedieren richt en minimale bedragen besteedt aan administratie en promotie. Sea Shepherd deinst niet terug voor harde sabotage. Soms, zegt Watson, moet je de wet overtreden om haar te handhaven. “In nazi-Duitsland gold het beschermen van joden ook als wetsovertreding.” Watson wil de Noren niet vergelijken met nazi's, zegt hij. “Maar vanuit het perspectief van de walvis, zijn ze eigenlijk erger dan nazi's.”

Toch leidt Watson geen protestorganisatie, vindt hij. “We komen alleen in actie als er sprake is van overtreding van verdragen. Ik ben geen terrorist, ik laat geen boten zinken alleen omdat ik daar zelf in geloof. Als de Internationale Walvisvaartcommissie een wereldwijd moratorium op walvisvangst instelt, hebben de landen zich daar aan te houden. Zo simpel is dat. Daarom is Noorwegen een piratenland. Ik oordeel niet, ik voer alleen de wet uit.”

Watson, die als actievoerder begon bij Greenpeace, is de uitvinder van de veel gebruikte tactiek om in bootjes tussen walvissen en hun jagers in te varen, zegt hij. Een ervaring daarmee in 1975, voor de kust van Noord-Californië, veranderde zijn leven. “We voeren met ons bootje tussen een Russische walvisvaarder en acht walvissen. Het was een angstige situatie, de zee was ruig. Plotseling werd het Russische schip opgetild op een hoge golf, we hoorden een knal. Ze hadden over ons hoofd heen een walvis in zijn rug geraakt. Een andere walvis uit de groep dook naar beneden. Wij waren vreselijk angstig; we verwachtten dat de walvis ieder moment onder ons bootje naar boven zou komen. Plotseling was er een enorm lawaai: de walvis stortte zich op de harpoeninstallatie van het Russische schip. De Russen schoten recht in zijn hoofd. Hij schreeuwde, er was overal bloed.”

“Toen de walvis bloedend in zee lag, zag ik zijn oog. De walvis zag ons. Hij rees vlakbij ons bootje uit zee, zo dichtbij dat ik hem met mijn hand kon aanraken. Ik keek in zijn oog, zo groot als mijn vuist, en wat ik zag, was begrip. De walvis begreep wat wij deden. En wat ik ook in zijn oog zag, was medelijden. Niet voor hemzelf, maar voor ons. Dat wij, mensen, in staat waren tot zo'n blasfemische daad. Ik keek in de ogen van een intelligent wezen dat wist wie zijn vijand was en wie niet.” Hoe de walvis dat kon weten, Watson weet het niet. “Ik kan alleen zeggen wat ik voelde toen ik in het oog van de walvis keek. Het enige dat ik weet is dat hij mij had kunnen doden en dat niet deed. Vanaf dat moment wist ik dat ik op geen andere manier voor Greenpeace kon werken dan als kruisvaarder. Ik wilde geen baan.”

Bureaucratie

Watson zegt één van de oprichters te zijn van Greenpeace, in 1972. Bij Greenpeace willen ze daar niets van weten. Watson is “er later bij gekomen”, volgens woordvoerder F. Verdeuzeldonk. Een andere medewerkster haast zich te zeggen dat Watson “maar heel kort” voor Greenpeace heeft gewerkt. Ik heb helemaal nooit 'voor' Greenpeace gewerkt, zegt Watson. “Ze hebben mij nooit betaald. Ik geloof niet in betaling voor wat ik doe. Ik ben al mijn leven lang vrijwilliger.” Watson verdient zijn geld door lezingen te geven en te schrijven, zegt hij. Sea Shepherd wordt op de been gehouden door donateurs.

Het grootste bezwaar van Greenpeace is dat Watson geweld gebruikt. De donateurs van Greenpeace vinden geweldloosheid een hoog goed, en de organisatie wil daarom op geen enkele manier met Watson worden geassocieerd. Volgens Greenpeace sorteert de onorthodoxe methode van Watson weinig effect. Je kunt beter als gelijke met de partijen om de tafel zitten dan als zonderling stampei maken in een bootje, vinden zij. “Wij hebben een professionele manier van ons presenteren en dat maakt veel indruk”, zegt een woordvoerster. “Het belangrijkste werk doe je tijdens de formele bijeenkomsten. Watson is daar nooit aanwezig.”

Watson herinnert zich de oprichting van Greenpeace nog als de dag van gisteren. “In 1969 organiseerden we een demonstratie tegen nucleaire proeven op de grens tussen de VS en Canada. Daar kwam het 'Don't Make a Wave Committee' (er werd gevreesd voor een golf in zee door de nucleaire proeven, red.) uit voort. In 1972 hebben we dat comité veranderd in de 'Greenpeace Foundation'. De naam was een vondst van de kok op ons schip, die, toen iemand hem begroette met peace, zei: 'Maak daar maar greenpeace van'. We gaven lidmaatschapsnummers uit; beginnend bij 000. Als achtste lid werd ik nummer 007.”

De woordvoerder van Greenpeace vindt al bladerend in het boek 'Het verhaal van Greenpeace' (1991) wel de naam terug van het 'Don't Make A Wave Committee', zegt ze, “maar Watson staat niet bij de oprichters”. Ach, zegt Watson, die mensen die tegenwoordig het woord voeren bij Greenpeace, “die waren er in het begin helemaal niet bij. Ze zijn volstrekt niet op de hoogte van de oorsprong van hun eigen organisatie. Het zijn betaalde bureaucraten.”

Watson ergerde zich steeds meer aan de toenemende bureaucratie binnen Greenpeace, die een gevolg was van de snelle groei van de organisatie in ledental en in geld. De vrijwilligers van weleer waren begonnen carrière te maken. “Greenpeace is gecorrumpeerd geraakt door het geld. De naam Greenpeace is meer gaan betekenen dan dat waar de organisatie van oorsprong voor staat.” Toen Watsons goede vriend Bob Hunter, voorzitter van Greenpeace sinds 1975, in 1977 de weg vrijmaakte voor een nieuwe voorzitter die Watson slecht gezind was, werd Watson weggestemd uit het bestuur. Watson wilde minder praten en meer doen, voor de nieuwe generatie Greenpeace-bestuurders was dat net andersom.

Watson, pr-nachtmerrie van het geweldloze Greenpeace, is nog steeds lid van de milieuorganisatie, zegt hij. “Ik ben 007, levenslang lid van Greenpeace. Daar kunnen ze niks meer aan veranderen.” Sterker nog, Sea Shepherd ís Greenpeace volgens Watson. “Wij zijn de oorspronkelijke mensen.” Watson, science-fictionliefhebber, legt de situatie uit aan de hand van het boek The Foundation van Isaac Asimov: de eerste 'foundation' wil de wereld redden, maar raakt verstrikt in zijn eigen corruptie. Een tweede 'foundation' wordt opgericht om de eerste weer op het rechte pad te brengen. “Dat is Sea Shepherd”, zegt Watson. Als de eerste 'foundation' doorkrijgt dat een tweede is opgericht, doet zij alles om deze te vernietigen. “Dat”, zegt Watson “is precies wat er nu aan de hand is.”

Twee minuten

Watson heeft wereldwijd zo'n acht schepen ernstig beschadigd. Alléén materiële schade, onderstreept hij, er is nog nooit iemand gewond geraakt. Om lid te zijn van Watsons staf, de OCA Force (Oceanic Conservation Action Force, red.) moet je een militaire training hebben gehad, vertelt hij. “Het komt aan op planning en tactiek. We zijn geen amateurs. Onze mensen zijn getraind in het Amerikaanse, Israelische, Australische, Britse en Duitse leger.” Watson recruteert liever harde jongens die uitvoeren wat hun wordt opgedragen, dan halfzachte hobbyisten die fouten maken. “Ik wil alleen mensen die gewend zijn om orders op te volgen. Order nummer één is dat niemand gewond raakt.”

Sea Shepherd beschikt ook over een onderzeeboot, die Watson via een nep-bv ('Unisec Trust') voor 250.000 dollar heeft gekocht van de Noorse regering. Het geld kreeg hij van een donateur, eigenaar van een casino in Las Vegas, zegt hij. “Met de onderzeeër kun je havens binnen zonder dat iemand het ziet. De boot is uitgerust met een boorinstallatie. Ik kan ermee onder een schip komen en een gat boren.”

Het laten zinken van schepen heeft uitsluitend plaats in de haven, op volle zee ramt Watson de schepen of hindert hij de walvissenjacht door om schepen heen te varen. Zijn boten, twee van circa vijftig meter, zijn groter dan die van de meeste walvisvaarders, zegt hij, maar er is volgens hem nooit gevaar. “Ik ben waarschijnlijk de meest ervaren rammer van schepen in de wereld. Zolang je het schip maar in de midden-sectie raakt, is er niks aan de hand. Nóoit in de bemanningskamer, nóoit in de machinekamer, daar zitten mensen. Ik kondig over de radio aan dat ik ze ga raken. Ik waarschuw altijd ten minste twee minuten van tevoren.”

Met het rammen van schepen gaat het niet zoals met auto's, zegt Watson, de klap is minder hard. “Het volume van het metaal absorbeert de schok. Het is 700 ton staal dat beweegt met een snelheid van 10 knopen. Dat gaat in slow motion.” Bij iedere confrontatie zijn ten minste zes videocamera's aanwezig, zegt Watson, die ook een boek schreef over strategie in de milieubeweging. “De camera is machtiger dan het geweer.”