Macht in Algerije blijft in handen van generaals

Algerije heeft zijn eerste pluralistische parlementsverkiezingen achter de rug. Maar ze zullen niets aan de machtsverhoudingen veranderen.

De Beweging voor nationale democratie (RND) van president Zéroual heeft bij de Algerijnse parlementsverkiezingen 155 van de 380 zetels behaald. De gematigd fundamentalistische Beweging voor een vreedzame samenleving (MSP) kreeg 69 zetels, Het Front voor nationale bevrijding (FLN) 64 zetels, de islamitische Nahda-beweging 34 zetels.

AMSTERDAM, 7 JUNI. Velen die donderdag in Algerije gingen stemmen, zeiden dat zij “een parlement van de hoop” kozen. Waarmee zij bedoelden hoop op vrede en meer dialoog - dat wil zeggen minder geweld, iets meer politieke inspraak en héél misschien zelfs een wat beter leven.

Of zij stemden op de multimiljonair Djilali Mehri, die hun allerlei heerlijks had beloofd en die kandidaat stond voor Hamas, de gematigd moslim-fundamentalische Beweging voor een Vreedzame Samenleving. Eén van zijn kiezers zei erop te vertrouwen “dat Djilali Mehri nu rijk genoeg is om niet meer te stelen”. Anderen gingen naar de stembus omdat zij voor de overheid werken en van hun baas zonder veel omhaal te horen hadden gekregen dat het raadzaam was op de Beweging voor de Nationale Democratie (RND) te stemmen, de partij die president Zéroual nog geen vier maanden geleden oprichtte. Hun baan en hun bestaan, ja zelfs hun familie zouden wel eens in gevaar kunnen komen.

De niet-stemmers wisten dat de radicaal-islamitische en door de overheid verboden groeperingen als FIS en GIA de verkiezingen als tegen God gericht beschouwden en onder geen beding “de goddeloze putschisten” (dat wil zeggen de generaals en hun politieke volgelingen) ook maar enige democratische legitimiteit gunden. Ze wisten eveneens dat een gang naar het stemlokaal door de buurt zou worden genoteerd en mogelijk met de dood zou worden afgestraft.

De grote groep wegblijvers die niet onder dwang, maar uit vrije wil besloot om de stemlokalen te mijden ging ervan uit dat ook deze verkiezingen geen jota aan de machtsverhoudingen zullen veranderen.

Het gelijk van de laatste groep werd al bevestigd tijdens de verkiezingscampagne, die zelfs volgens diverse overheidsfunctionarissen een dooie boel was, vergeleken met de presidentsverkiezingen van twee jaar geleden. De staatstelevisie toonde geen felle debatten tussen de 39 partijleiders. En als hun boodschap aan het kiezersvolk al te kritische noten bevatte aan het adres van de overheid, werd die gecensureerd. Wie de moeite nam naar verkiezingsbijeenkomsten te gaan, kon constateren dat vooral de RND, de 'partij van de president' de gevestigde orde weerspiegelt. Tachtig procent van de RND-kandidaten zijn of waren hoge regeringsambtenaren.

Toch zal deze partij geen concurrent worden voor de machthebbers, zoals werd aangetoond door het onverwachte overlijden in januari van Abdelhak Benhamoudda. Hij was door president Zéroual aangewezen als de leider van het RND. Nog voor de partij van de grond was gekomen, werd deze fervente tegenstander van de moslim-radicalen vlak voor zijn kantoor neergeschoten. De moordenaar, een activist die in naam van Allah zei te hebben gehandeld, werd gearresteerd. Toen zijn bekentenis door de staatstelevisie werd uitgezonden, was hij al drie dagen dood - onder mysterieuze omstandigheden overleden. Waarom? Omdat volgens ingewijden “absoluut niet naar voren mocht komen dat Benhamoudda in opdracht van bepaalde elementen binnen Le Pouvoir was geliquideerd.”

Benhamoudda was de voormalige leider van de UGTA, de Algemene Vakcentrale, die vele tienduizenden leden heeft. “Maar op politiek gebied was hij een ezel”, legt een voormalige regeringsfunctionaris uit. “Hij verbeeldde zich te veel. Hij dacht werkelijk macht te kunnen uitoefenen. Dat was voor een paar generaals onacceptabel. En dus werd hij, precies zoals president Boudiaf een paar jaar geleden, uit de weg geruimd. Ook Boudiaf dacht zonder de generaals te kunnen regeren.”

De werkelijke macht in Algerije is en blijft in handen van een zeer beperkte groep hoge militairen. Zij opereren onder de grootst mogelijke geheimhouding en in voortdurend wisselende bondgenootschappen. Op grond van politieke en regionale clan-belangen, maar ook op basis van hun familiebanden, persoonlijke relaties en machtsinschattingen. Want niemand binnen deze groep mag de buit alleen voor zich hebben.

De buit - dat is de staat. Dat is de macht over Algerije en de rijkdom die de buitenlandse handel met zich meebrengt. Zo werd al beslist in december 1957, jaren voordat Algerije onafhankelijk werd. Toen werd de officieel nog steeds zeer gevierde militaire commandant, Abban Ramdan, in Marokko met een stukje ijzerdraad gewurgd. De moordenaars waren mannen van de inlichtingendienst van het FLN, het Nationale Bevrijdingsfront, dat de onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk voerde en later tot een politieke eenheidspartij werd omgevormd. Waarom werd Abban Ramdan, die bekend stond als het brein van het FLN, vermoord? Omdat hij wilde dat de politiek en niet de militairen de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid zouden krijgen.

De club die veertig jaar geleden met hem en zijn ideeën afrekende, heeft het nog steeds voor het zeggen. Nog steeds wordt de politiek in en van Algerije uiteindelijk door de militaire inlichtingendienst bepaald. Deze schuift politieke leiders naar voren en beschermt hen, zelfs als ze tegen de overheid fulmineren. Of zij liquideert hen, als ze te gevaarlijk worden. Alle politici hebben rekening te houden met de wensen van de militaire inlichtingendienst. Alle belangrijke besluiten worden dan ook eerst aan deze dienst voorgelegd. Dus roepen de premiers en hun ministers al sinds zeven jaar dat de verkiezingen goudeerlijk zijn en in alle openheid worden gehouden.

Omdat de generaals niet direct willen regeren, zijn de leiders van de militaire inlichtingendienst meesters geworden in het manipuleren van de politiek. Zij doen dat met behulp van moord of bedreigingen, maar ook via de bekende verdeel-en-heers-methode. Daarom mag Said Sadi, de leider van de vooral in Kabylië opererende RCD, zo hard schelden als hij wil en de keus tussen de overheid en het radicaal-islamitische FIS definiëren als de keus tussen de pest en de cholera. Toch loopt deze Berber-politicus geen gevaar; hij is als concurrent van Hocine Aït Ahmed, de leider van het FFS, voor 'Le Pouvoir' voorlopig onmisbaar. Zo wordt Kabylië in bedwang gehouden.

Hetzelfde geldt voor sjeik Mahfouz Nahnah van Hamas. Hij is van belang omdat hij een deel van de vroegere FIS-kiezers onder zijn vleugels kan nemen, zonder een gevaar voor de werkelijke machthebbers te worden. Want ook hij scheldt - uiteraard zonder namen te noemen - op zijn beschermheren, maar kent nadrukkelijk zijn grenzen. En voor alle zekerheid besloot het ministerie van binnenlandse zaken aan Ennahda, de tweede 'gematigd' moslim-fundamentalistische partij, onder leiding van de zeer regionale sjeik Abdullah Jaballah, een extra aantal parlementszetels te geven om sjeik Nahnah niet al hoog van de toren te laten blazen. Het ministerie bepaalt immers op last van 'Le Pouvoir' welke partij meer of minder zetels krijgt. Dat is heel simpel. De politieke partijen krijgen volgens Aït Ahmed geen inzage in de uitslagen van de individuele stembureaus.

Volgens de minister van Binnenlandse Zaken is de uitslag van deze verkiezingen “een overwinning voor de democratie, de jeugd en voor de president”. De meeste Algerijnen zijn het met hem eens dat het inderdaad een overwinning voor de president is. En voor de democratie? Het parlement dat nu is gekozen was al bij voorbaat door een referendum met volgens waarnemers vervalste uitslagen zo onmachtig gemaakt dat de machthebbers van het verleden zich ook in de nabije toekomst geen zorgen hoeven te maken.