Lokstoffen kunnen bij fruitvliegen leiden tot homo-gedrag

Bij het paringsritueel van fruitvliegen spelen lokstoffen een essentiële rol. Ze kunnen de oorzaak zijn van homoseksueel gedrag, zo blijkt uit onderzoek van Franse en Amerikaanse wetenschappers. Hun resultaten verschenen in Science (6 juni).

De paring van fruitvliegen verloopt volgens een strak scenario. Het mannetje draait om het vrouwtje en tikt haar op het achterlijf. Vervolgens toont hij haar een vleugel, begint deze snel op en neer te slaan waardoor hij een 'liefdeslied' opdraagt. Als het vrouwtje niet wegloopt stulpt het mannetje zijn proboscis uit (het buisvormig orgaan voor aan zijn kop met aan het uiteinde de monddelen), likt aan de genitaliën van het vrouwtje, bestijgt haar en pas daarna volgt copulatie. Zonder dit ritueel vindt er geen paring plaats. “Verkrachting is zeer ongewoon in de wereld van de fruitvlieg”, schreef de Amerikaanse geneticus Ralph Greenspan twee jaar geleden in Scientific American.

Greenspan is een van de auteurs van het gisteren in Science gepubliceerde onderzoek. Enkele jaren geleden ontdekte hij, samen met zijn Franse collega Jean-François Ferveur, een verschil tussen de hersenen van hetero- en biseksuele, mannelijke fruitvliegen (Drosophila melanogaster). Bij de biseksuele vliegen had een klein hersengebied de vrouwelijke, en niet de mannelijke morfologie. De ontwikkeling van dit gebied bleek onder regie te staan van het gen transformer.

Met hun gisteren gepubliceerde onderzoek tonen Greenspan en Ferveur aan dat het gen transformer ook effect heeft op de aanmaak van seksferomonen. Bij vrouwtjes is het gen veel actiever dan bij mannetjes. De onderzoekers brachten het gen in bij mannelijke fruitvliegen en zorgden ervoor dat het flink actief was. Ze brachten het gen op een dusdanige manier in dat het alleen de aanmaak van feromonen beïnvloedde. Op de ontwikkeling van bijvoorbeeld de hersenen had het geen effect. De gemodificeerde insecten gingen daarop vrouwelijke seksferomonen maken, en geen mannelijke. Andere, niet-gemodificeerde, mannetjes werden door de geur aangetrokken en bestegen de 'vervrouwelijkte' fruitvliegen. Het bouquet had geen effect op het gedrag van de vervrouwelijkte fruitvliegen zelf. Zij vertoonden heteroseksueel gedrag.

Via hun onderzoek konden de wetenschappers aantonen dat de feromoonproducerende cellen in het achterlijf zitten, vlak onder het harde chitinepantser. De cellen heten oenocyten. Al enkele uren nadat een fruitvlieg uit de pop komt, starten de oenocyten de productie van ofwel mannelijke ofwel vrouwelijke feromonen.

Greenspan en Ferveur tonen met hun onderzoek aan dat homoseksueel gedrag op twee manieren kan ontstaan: vervrouwelijking van de hersenen van het lonkende mannetje, of uitscheiding van vrouwelijke hormonen door het mannetje dat het hof wordt gemaakt. “Het interactieve aspect van het hofmaken en de complexe aard van de seksuele identiteit in een relatief eenvoudig dier als de fruitvlieg, maken duidelijk dat eenvoudige verklaringen van de genetische basis van seksualiteit waarschijnlijk niet juist zijn”, besluiten de onderzoekers hun artikel.