Lage Landen

Dat er nog zoveel vreugde kon zijn in een land met een getatoeëerd volkslied, een minister-president die na het boeren niet eens pardon zegt, en met dorpen en steden waar een niet aflatende windhoos van witte pedo-paranoia woedt.

Voor het ongeluk geboren en opeens gelukkig.

Ze kunnen drinken, Belgen, dat is geweten, maar voor de roes van het fin de siécle is het nog iets te vroeg. Als de zomer nakend is vallen wel vaker gaten in het harnas van hele volksstammen. Op Schiphol zie je dezer dagen ook hoe seniel opwinding kan zijn. Dat was het dus niet. Het schielijke geluk der Belgen is op gang gekomen door de smashes van een tennisser. Op Roland Garros. Ene Filip Dewulf - Flupke voor de vrienden - stond gisteren in de halve finale. Een huzarenstukje waar het koninkrijk der Belgen zowat een halve eeuw op heeft moeten wachten. Aan de dorpsgekte van de laatste dagen te horen ligt een halve finale op Roland Garros nog hoger dan de hemel. Heilig heilig, heilig is de naam van Hem die in tricolore sokken zevenentwintig aces kan slaan. Dan nog op gravel. Filip Dewulf dus.

Het wonder wordt nog groter. België heeft geen Erica Terpstra die bij een competitie van twee strohalmen met haar bulderend enthousiasme het volk al aansteekt alsof het met het hele gezin midden in de Champions League terecht is gekomen. Zag u haar deze week ook weer zo gloriëren op zichzelf en de verkeerde dingen? Ze liet weer alles wapperen, daar in Johannesburg, naast Gullit en Mandela. Van kop tot teen, een en al wave. Als wilde ze zeggen: who the fuck is Mandela; het monstre sacré van interraciale verzoening en mensenrechten, c'est moi! Het komt natuurlijk ook een beetje door haar breedte. Ceremoniële bewindslieden horen slank te zijn, als suggestie ven bescheidenheid. Skeletmensen bijna. Zou Wim Kok daar misschien willen aan denken bij de formatie van Paars II?

België maar weer, zonder Erica Terpstra, maar wel met Filip Dewulf. De natie vloeide ineen over alle barricades heen als daar zijn: taalgrenzen, residentiële buurten en achterstandswijken, het getto van vrijmetselaars en nonnen, het mijnenveld tussen junks en Opus Dei. In Vlaamse tennisdorpen wapperde weer de Belgische vlag. Succes is als verdriet: unitair.

Het dorp van Dewulf, Leopoldsburg, was helemaal gek geworden. Burgemeester en wethouders hielden nachtwakes voor de jonge God, weliswaar in de cafés van het dorp. De brandweer rukte uit om grote spandoeken op te hangen, bekladderd met intense liefdesverklaringen voor Flupke. De pastoor had witte kousen aangetrokken en prevelde voor een keer een gebed voor die ene levende, niet voor de doden. Tot de ochtend van de halve finale werd er in Leopoldsburg alleen maar gebeden en gezopen. Exercities die elkaar trouwens kruisen in de buurt van de mooie waanzin. Een vrouw, al even mooi als devoot, die ter kerke was gegaan zei: “Vroeger kreeg ik altijd kippenvel van God, maar vandaag zit Flupke er misschien ook wel voor iets tussen.” Toen ik haar attent maakte op het heiligschennend karakter van deze uitspraak keek ze mij met wilde ogen aan en zei niets meer. Maar ze bleef hangen tussen gloeien en blozen.

Ik probeer het te begrijpen: zoveel nationale opwinding om een halve finale op Roland Garros, wat is dat nou? Waar komt het vandaan? Identificatienood? Allicht. Het geluk weer eens een nationaal cement in de aderen te voelen klonteren? Misschien. Als je van geen land kan zijn, dan maar van Filip Dewulf, Freddy Maertens, Hugo Claus of Kamagurka? Het is wel heel erg enkelvoudig en dus arm. Maar ik weet ook hoe de Flandriëns mijn leven hebben gekleurd. Briek Schotte, Rik van Looy, Eddy Merckx, zij en zij alleen hebben containers schaamte weggenomen. Zij hebben mij verzoend met die in elkaar geflanste constructie die later een land en een natie heette te zijn. Terwijl de nationale vlag voor mij toch het stuurlint van Eddy Merckx is gebleven. Misschien wordt het Nike-petje van Filip Dewulf ooit mijn slaapmuts.

Nederlanders gaan ook wel uit de bol, maar nooit voor een halve finale. Er moet eerst iets gewonnen zijn. Liefst Wimbledon. Ach, de Lage landen, ze zijn en blijven zo vreemd aan elkaar. Krajicek werd volksbezit na Wimbledon. Dewulf is volksheld na de verloren halve finale tegen een slungelachtige Braziliaan. Een beetje geluk is in België ook al mooi. In Nederland moet het dan nog beginnen.