Japan; Japan verlustigt zich over gruwelmoord

TOKIO, 6 JUNI. Tien dagen geleden vond een conciërge bij het krieken van de dageraad het afgesneden hoofd van een elfjarig, zwakbegaafd jongetje, dat pontificaal voor de poort van zijn school in de Japanse stad Kobe stond. Her en der op de stoep en op de muur zaten bloedvlekken, zodat de politie tot de conclusie kwam dat de moordenaar het hoofd op verschillende plaatsen heeft neergezet voor hij met zijn compositie tevreden was. Het lichaam van het slachtoffertje werd later in de nabijheid gevonden.

De moordenaar had een briefje in de mond van het jongetje achtergelaten, maar dit zorgde slechts voor verwarring. De uitspraak van Chinese karakters waarvan het Japans zich bedient, is in het geval van persoonsnamen ook voor Japanners zelf vaak onduidelijk, zo uitgebreid zijn de mogelijkheden. De karakters op het briefje konden gelezen worden als 'apostel Sakakibara', ware het niet dat de karakters voor 'Sakakibara' afweken van de gebruikelijke schrijfwijze van deze vaker voorkomende naam. Speculaties over een verborgen betekenis achter de gebruikte karakters - letterlijk: 'rijstewijn-duivel-roos' - waren in de media dan ook niet van de lucht. Na het drama rond de gifgas-aanval van een religieuze sekte twee jaar geleden hebben de infotainment-programma's weer een gruwelijk onderwerp in handen gekregen.

De speculaties irriteerden de moordenaar dit keer echter mateloos en dus mengde hij zich deze week persoonlijk in de discussie via een brief aan een lokale krant. “Er is niets zo stupide als het foutief lezen van iemands naam. Dit is geen code maar mijn echte naam. (...) Als mijn naam ooit nog foutief wordt gelezen of ik op een andere manier geïrriteerd raak, zal ik drie 'plantjes' per week vermoorden.” Niemand twijfelt eraan dat hij met 'plantjes' medemensen bedoelt.

In de stad Kobe, die twee jaar geleden werd getroffen door een zware aardbeving, gaan de kinderen nu uitsluitend nog onder begeleiding naar school en patrouilleren 's avonds burgerwachten door de wijk. De moordenaar heeft de oorlog verklaard aan de samenleving. Hij stelt in zijn laatste epistel dat hij zijn daden pleegt uit “wraak op het verplichte onderwijs, dat mij heeft gemaakt tot het doorzichtige wezen dat ik nu ben.” “Als ik nog degeen was zoals toen ik werd geboren, had ik niet de moeite genomen een afgesneden hoofd bij de schoolpoort te zetten.”

De moordenaar schrijft het “moordspel” te zijn begonnen op advies van zijn vriend. Deze vriend en de dader zelf zijn “de enige doorzichtige wezens” op deze wereld. Het 'moordspel' is een wraak en schenkt hem bevrijding van zijn haatgevoelens: “Alleen de pijn van anderen verzacht mijn pijn. Iedereen die het probeert, kan genieten van het heimelijk doden van mensen. Als iemand die een onzichtbaar leven leidt, doe ik al het mogelijke om jullie aandacht te trekken omdat ik als echt mens erkend wil worden, al was het maar in jullie fantasie. Als jullie denken dat ik alleen maar kinderen kan vermoorden, maken jullie een grote fout.”

Zelfs na zijn gruwelijke moord en de televisiebeschouwingen en krantenartikelen die daarop volgden, denkt de dader nog steeds genegeerd te worden en daagt hij daarom de politie uit. “Als ik de bezigheden van de politie zie dan kan ik alleen maar denken dat ze eigenlijk niet door mij lastig gevallen willen worden. Proberen ze niet mijn bestaan te verbergen? Ik leg mijn leven in de waagschaal met dit spel. Als men mij pakt, krijg ik waarschijnlijk de doodstraf. Ook al zeg ik niet dat agenten eveneens hun leven op het spel moeten zetten, ze moeten me zeker met meer woede en vastberadenheid achterna jagen.” Aan het einde komt hij vervolgens met de raadselachtige mededeling: “Ik ben in staat dezelfde persoon twee keer te doden.”

De politie heeft de brief van de dader vrij gegeven na te hebben vastgesteld dat de schrijver de zelfde persoon moet zijn als de auteur van het eerste bericht dat hij bij het slachtoffertje achterliet. Over de betekenis van de brief zijn gisteren in de media direkt weer diverse deskundigen aan het woord gelaten. De warrigheid van het epistel doet een taalkundige verklaren dat hij er weinig van begrijpt, behalve dat de dader aandacht wil. Een commentator in de krant Asahi zegt dat “aan de basis een verwrongen bewustzijn ligt van een vermeende almachtigheid die door de samenleving niet als zodanig wordt erkend”. De verschillende commentatoren komen uiteindelijk niet verder dan de conclusie dat de dader een sterke behoefte heeft “iets uit te drukken”.