Jan Vrijman; Een paar herinneringen

Het was? Omstreeks 1957. Het gesprek ging over de kif, die nu hasj, weed of wiet wordt genoemd. Behalve een zeer vooruitstrevend groepje Amsterdammers wist niemand in Nederland wat het was. Jan hoorde tot de avant-garde van dit groepje. Hij was op bezoek, hij zat op de sofa, deed voor hoe je het moest roken, stick tussen de toppen van twee vingers, en dan tot in het diepste inhaleren.

“En dan”, zei hij, “dan begint het. Dat is ongelófelijk, dat is gewèldig! Alles wordt anders en daar moet je dan onbedaarlijk om lachen.” Hij deed voor hoe je onbedaarlijk moest lachen en viel van de sofa, lachte nog harder.

Een aardige jongen, dacht ik. We raakten bevriend, ik hoorde dat hij films wilde maken zoals er nog nooit films waren gemaakt, de films waarin het werkelijk avontuur van het leven werd vastgelegd. Zo had hij er al een paar voltooid, over de paardenmarkt in Zuidlaren en de evangelist Johannes Maasbach. Hij liet ze me zien en ik vond ze prachtig. Van de paardenmarkt herinner ik me de vroege ochtend, de wolken warme adem van de paarden in de winterlucht en de boerenkoppen, de gezichten dus van de heren die daar intens handel dreven. Johannes Maasbach opereerde in het ondiepe van een zwembad waar hij de dopelingen onbarmhartig in hun kleren pakte, onderdompelde en na betrekkelijk veel tijd weer naar boven trok, en dan met een blij gezicht riep: “Is dat niet wonderbaar?” Jan kon er niet genoeg van krijgen. “Geniaal”, zei hij telkens. “Geniale schurk!” En dan moest hij weer onbedaarlijk lachen.

Jan was een kunstenaar maar ook iemand met de authentieke ondernemersgeest. We gingen een bedrijf oprichten, om te beginnen een stichting, TELMO, afkorting van Television and Motion Pictures. De eerste productie zou zijn: Het Wonder van Anne Frank. Hij had zich in haar Dagboek verdiept, was ontroerd en gegrepen en wilde de film maken. Maar het moest de film worden die alle andere films over Anne Frank overbodig zou maken. Daarom moest Annes vader, Otto, erin optreden. Die woonde in Bazel, en omdat ik toch voor de krant naar Straatsburg ging en in het perspectief van Jan de twee steden vlak bij elkaar lagen, kreeg ik de opdracht Otto te engageren. De manier waarop dat is gegaan hoort meer tot mijn avonturen. Het komt erop neer dat de heer Frank er weinig zin in had, en zijn vrouw, beu van de publiciteit, nog veel minder. Het echtpaar kwam naar Nederland, logeerde in Krasnapolsky, waar Jan op zijn eigen overtuigende manier de vader toen letterlijk over de drempel heeft getrokken.

Het Wonder van Anne Frank werd gemaakt. Dit beschouwde Jan meteen als een goede grondslag om de Stichting TELMO in een nv om te zetten. Het aandelenpakket zou in drieën worden verdeeld, tweederde voor beide stichters en de rest zou toevallen aan Lou van Gasteren die daarvoor zijn filmapparatuur in de nieuwe onderneming moest onderbrengen. De oprichtingsvergadering brak aan, met als punt 2 op de agenda: Hoe verwerft Van Gasteren zich zijn aandelenpakket. De kandidaatdeelgenoot keek een ogenblik verstomd, moest toen onbedaarlijk lachen. “Hoe verwerft Van Gasteren zich zijn aandelenpakket” riep hij telkens weer. Daarmee eindigde, voorzover ik me kan herinneren, de oprichtingsvergadering.

Jan Vrijman had een ontembare energie die hij het liefst op ongebruikelijke projecten richtte, waarbij ik noteer - voor alle zekerheid - dat hij niet tot de soort van de axiomatische hou-me-vast-of-ik-bega-een-on- gelukrevolutionairen hoorde - het geprefabriceerde verzet dat toen in Amsterdam in ruime mate aanwezig was en nu nog. Intussen was het 1959 geworden, het jaar waarin de 'Nieuw Guinea-kwestie' de Nederlandse politiek bepaalde. We besloten tot het opstellen van het Manifest tegen alle politieke partijen. Zeer lange vergaderingen op De Kring. Jan had een zin ontworpen die er beslist in moest, omdat de tekst anders van een laffe, naar compromissen strevende geest zou getuigen. Ik reconstrueer uit mijn hoofd: 'Al onze verbeeldingskracht die wij aan u, zich onze leiders noemenden onthouden, richten wij op onze eigen toekomst.'

Het Manifest verscheen, met veel handtekeningen, wel honderd. Rijk de Gooyer, Harry Mulisch, Max Heymans en vele anderen. De VVD sprak schande, de PvdA betuigde een gereserveerde sympathie maar zei dat het toch anders moest. Nadat premier De Quay op de toen fameuze cocktail party, het nationaal taboe over de kwestie had doorbroken, is het nog betrekkelijk goed afgelopen.

Intussen waren we in de redactie van het literaire blad Podium gekomen. Dat was ook sterk aan vernieuwing toe. Jan ontplooide zich vooral als chroniqueur. In een van zijn kronieken, getiteld Niet te geloven, heeft hij de uitdrukking 'het Goois matras' geïntroduceerd. Het was de samenvatting. Eraan vooraf ging zijn beschrijving van de zeden en gewoonten in de toenmalige Hilversumse radio- en televisiewereld. Na het redacteurschap van Podium kwamen de Kwadraat Pockets van de Bezige Bij, ook hoogtepunten van vergaderkunst waarin het productieve op Jans aandrang gecombineerd werd met het eten van paling in Volendam.

Ik maak een reserve. Zo'n stukje als dit dreigt uit te lopen op een relaas van dierbaarheden die vooral een particuliere betekenis hebben. Dat kan haast niet anders. Daarom tot slot nog iets van algemener verstaanbaarheid. Er is een soort mensen dat je in de loop der jaren goed hebt leren kennen. Bij iedere ontmoeting merk je opnieuw dat ze je in een goeie bui brengen. Ischa Meier was voor mij zo iemand; Jan Vrijman ook. Al zag je hem maar even op de tramhalte. Daarna dacht je, na het afscheid: ik glimlach. Dat gebeurt me ook nu, aan het einde van dit stukje.