Italie; Al dente of spappola

Hoe hevig worden de nationale sentimenten nu 'Europa' dichterbij komt? Op weg naar de top in juni een serie over de lasten en lusten van de EU.

Deel 14: Italië. 'Misschien leren jullie ook nog wel eens hoe je pasta moet eten.'

De meeste Italianen hebben een romantisch beeld van Europa. Sommigen zien het als een veilige meerpaal die voorkomt dat hun land afglijdt naar Afrika. Anderen beschouwen Brussel als een bron van manna. Uit het kille noorden komen afwisselend geld, moderne regelgeving en verplichtingen die politici en ondernemers belemmeren in hun natuurlijke neiging naar onderonsjes ten koste van de eenvoudige burger.

Meestal geldt daarom dat wat de Europese regelneven doen, welgedaan is. Maar van pasta hebben ze geen verstand. Zoals de Denen vinden dat ze betere milieunormen hebben en de Engelsen hun eiken als superieur beschouwen, zo gaan de Italianen ervan uit dat zij het beste weten hoe de spaghetti, de penne, de orecchini, de farfalle, de fettucine en de vele andere soorten pasta moeten zijn samengesteld.

In Italië heeft decennia lang een wet gegolden dat alle soorten verpakte pasta gemaakt moeten zijn van zogeheten harde tarwe. Alleen voor verse pasta gold een uitzondering. De pastaliefhebbers vonden dit een logische bepaling: alleen met hard graan kun je echt al dente koken. Anders wordt het al gauw een plakkerige en slappe hap.

Het Europese Hof in Luxemburg heeft bepaald dat deze wet een vorm van oneerlijke concurrentiebeperking was en in strijd was met de regels voor het vrije verkeer van goederen. Buitenlandse pastafabrikanten die in eigen land erin slaagden hun klanten slappe spaghetti aan te smeren en hun producten ook in Italië wilden afzetten, zouden daarmee buiten de deur worden gehouden.

Een paar jaar geleden is de wet ongeldig verklaard. Italië kreeg opdracht zijn grenzen en winkelschappen open te stellen voor pasta die van zacht graan is gemaakt. In eerste instantie sloegen de pastafabrikanten alarm, want pasta van zachte tarwe is misschien niet zo lekker, maar wel goedkoper.

De marketingafdelingen van grote producenten als Agnesi, Barilla, Buitoni en De Cecco vreesden dat hun klanten hun kwaliteitsnormen zouden opgeven als het prijsverschil te groot is. Het gevaar bestond dat ze dat bij het inkopen doen niet eens in de gaten zouden hebben. De gemiddelde huisvrouw is niet gewend om te letten op de kleine lettertjes op het pak pasta. Verpakte pasta in Italië was per definitie van harde tarwe.

De Romeinse politiek bleek gevoelig voor het argument dat de Italiaanse consument niet moest worden blootgesteld aan te grote verleidingen. De uitvoering van het Luxemburgse vonnis werd vertraagd. Tegelijkertijd werd in Brussel een lobby opgezet om ervoor te zorgen dat de Europese interventieprijs voor harde tarwe op hetzelfde niveau zou worden gebracht als die van zachte tarwe.

“Toen dat eenmaal was gelukt, was het belangrijkste gevaar voor ons geweken”, vertelt Giuseppe Mincone, president van de Unipi, de Unie van Italiaanse Industriële Pastamakers. “Er bestaat nog wel enig prijsverschil, in de orde van grootte van tien, vijftien procent. Maar dat verschil is nauwelijks relevant. We gaan ervan uit dat de gemiddelde consument wel zoveel kwaliteitsbewustzijn heeft, dat hij pakken pasta van zachte tarwe laat liggen. Ik voorzie weinig problemen in onze sector.”

Na het gelijktrekken van de interventieprijs zijn nieuwe regels voor de pastaverkoop opgesteld. Ook pasta van zachte tarwe kan vrij worden verkocht, op voorwaarde dat op het etiket staat waarvan de pasta is gemaakt. “In theorie kan je nu beide soorten pasta kopen in Italië”, zegt Armando Marchi, voorlichter van pastafabrikant Barilla. “Maar vooralsnog is dat geen probleem voor ons.”

In de praktijk heeft de consument namelijk geen keus. Zachte pasta kun je niet vinden op de winkelschappen, ook niet in de allergoedkoopste zaken. “Dat dergelijke soorten pasta niet aanslaan, komt omdat de consument ze niet waardeert”, zegt Mincone.

Om concurrentie met de zachte variant te voorkomen, hebben de fabrikanten van merkpasta wel moeten besluiten tot forse prijsverlagingen. Bovendien is in Italiaanse kranten gesuggereerd dat de zachte pasta door een akkoord tussen Italiaanse pastafabrikanten en distributeurs buiten de deur wordt gehouden.

Enrico Iannone van pastafabrikant De Cecco bestrijdt dat. “Het is puur een kwestie van kwaliteit. Je proeft het meteen op je tong. Niemand zou hier pasta van zacht graan kopen.” Hij zegt dat dergelijke pasta spappola wordt, een papje.

Volgens Mincone van de Unipi heeft de Italiaanse reactie op het vonnis van het Europese Hof uiteindelijk positieve effecten gehad voor heel Europa. De Italianen hebben wat culinair zendingswerk kunnen verrichten. Door de lobby voor gelijktrekking van de interventieprijzen is ook in andere Europese landen de markt voor pasta van harde tarwe gegroeid.

“Wij hopen dat grano duro het gaat winnen van grano tenero”, zegt Mincone. “Sommige landen die eerst teneristi waren, zijn nu duristi geworden. De Duitsers hebben er bijvoorbeeld voor gekozen hun pasta in principe van harde tarwe te maken.” Nederland ligt in zijn ogen nog wat achter. “Bij jullie moet je maar afwachten wat je koopt. Het mag allebei. Maar misschien leren jullie ook nog wel eens hoe je pasta moet eten.”