Huisarts (3)

Eelco Runia schetst een te negatief beeld van de beroepsgroep van huisartsen (Z 24 mei). Dat het beroep van de huisarts de laatste tien jaar op bepaalde punten moeilijker is geworden, lijdt geen twijfel. De niet patiëntgebonden werkzaamheden zijn zeker toegenomen, maar Runia vermeldt niet hoe noodzakelijk en maatschappelijk wenselijk enkele ontwikkelingen zijn geweest.

Er zullen maar erg weinig huisartsen en patiënten zijn die meer samenwerking met collega's in de waarneemgroep en met apothekers, modernisering en automatisering van de praktijkvoering, en een garantie voor de patiënten dat hun huisartsen zich nascholen, als onwenselijk beschouwen.

Het is dus onjuist om, zoals Runia doet, te suggereren dat de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) deze ontwikkelingen tegen de zin van de Nederlandse huisartsen hebben doorgedrukt. Verder benadrukt Runia dat praktiserende huisartsen gemengde gevoelens hebben ten opzichte van de standaarden (richtlijnen) die het NHG sinds 1989 ontwikkelt. Onderzoek heeft aangetoond dat meer dan tachtig procent van de huisartsen het bestaan van de NHG-standaarden toejuichen en de ontwikkeling ervan als een verantwoordelijkheid van hun beroepsgroep zien.

Daarmee is nog niet gezegd dat een aantal huisartsen het niet moeilijk vindt om aan de hoge eisen te voldoen en dat het gevaar om uitgeblust, burnout, te raken niet reëel is. Dat ligt echter ook voor een groot deel aan factoren die verbonden zijn met de direkte patiëntenzorg. Veel huisartsen voelen de avond- en weekendiensten als een zware belasting, vooral in de grote steden. In diezelfde steden nemen de sociale problemen en de vergrijzing in sommige wijken zodanige vormen aan, dat de daar werkzame huisartsen behoefte hebben aan meer ondersteuning op een aantal terreinen: meer ondersteunend personeel in de praktijk, uitbreiding van de capaciteit van de opleiding om het tekort aan huisartsen in sommige regio's op te heffen, en een andere organisatie in verstedelijkte gebieden van de avond- en weekenddiensten.