Hoogleraar Dier en Recht over lijden van varkens: 'Van Aartsen lapt de wet aan zijn laars'

Volgens prof. mr. D. Boon, hoogleraar Dier en Recht, is de bestrijding van de varkenspest in strijd met de rechten van het dier.

DEN HAAG, 7 JUNI.Meer dan anderhalf miljoen varkens zijn al vermalen in de destructiemachines. Duizenden jonge biggetjes worden nog steeds dagelijks doodgespoten. Honderden varkens tegelijk creperen in veel te volle vochtige stallen. Voor Prof. mr. D. Boon (47), hoogleraar Dier en Recht, is er geen twijfel mogelijk: “Minister Van Aartsen van Landbouw laat economische belangen het zwaarste wegen bij de strijd tegen de varkenspest. De rechten van het dier lapt de bewindsman niet zelden aan zijn laars.”

De varkenspest raast nu ruim vier maanden door het zuiden van Nederland. Maar de meest effectieve remedie tegen het virus, de dieren inenten tegen de pest, is nog steeds taboe voor minister Van Aartsen omdat dit de vleesexport in gevaar brengt. Het meest effectieve middel tegen de overvolle stallen, een fokverbod, is pas deze week op kleine schaal afgekondigd, nadat er sinds het uitbreken van de pest een paar miljoen nieuwe biggen waren bijgekomen - biggen die nu één voor één moeten worden afgemaakt.

Boon werd in maart benoemd tot bijzonder hoogleraar Dier en Recht aan de juridische faculteit van de Universiteit van Utrecht. Hij is de eerste professor in zijn soort in Nederland en naar verluidt zelfs de eerste en enige in de gehele wereld. De hoogleraar is ook advocaat in Groningen.

Wat zijn de wettelijke rechten van het dier? “Het dier heeft het recht om niet mishandeld te worden. Dat is al in 1886 in het wetboek van strafrecht vastgelegd. In de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren, die in 1992 van kracht werd, staat dat het 'verboden is zonder redelijk doel de gezondheid van het dier te benadelen, of aan het dier de nodige verzorging te onthouden, of het dier pijn te doen'. Uit deze algemene bepaling zijn vervolgens een aantal regels en maatregelen van bestuur voortgekomen, voor onder meer dierproeven, diertransport en vee.

Voor het houden van varkens zijn aparte bepalingen opgenomen in een algemene maatregel van bestuur. Daarin staat dat je varkens alleen mag houden op een bepaalde oppervlakte, waarvan de groote afhankelijk is van hun gewicht. Hoe zwaarder de varkens, hoe groter het oppervlak. De vereiste structuur van de vloeren van stallen is bepaald, de hoeveelheid daglicht die de stal moet binnenvallen, etcetera. Maar dit is een reeks van bepalingen die volstrekt oncontroleerbaar is. Het zijn technocratische regels die absoluut geen welzijn garanderen.

Als je het welzijn van de varkens echt belangrijk vindt, dan moet de hele sector anders worden ingericht. Dat kost geld. Als we dat er niet voor over hebben, kunnen we net zo goed ophouden met het welzijn van varkens aan de orde stellen.''

Bij de bestrijding van de varkenspest wordt het welzijn van de dieren geschaad. De stallen raken overvol, het doden gebeurt niet altijd effectief. Wordt daarmee de wet overtreden? “Van Aartsen lapt de wet aan zijn laars. Dat er bij de bestrijding van de varkenspest dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen, is evident. De dieren zijn willens en wetens in de loop der jaren in grote aantallen bij elkaar gebracht. We voeren welbewust een non-vaccinatie beleid. Je kunt er dan op wachten dat er een ziekte uitbreekt.

Als je eenmaal voor de intensieve varkenshouderij hebt gekozen en er bréékt varkenspest uit, dan moet je er wel voor zorgen dat de dieren binnen de wettelijke normen worden verzorgd, vervoerd en gedood. Als je dat niet doet, dan rijd je een scheve schaats. Dat is precies wat er nu gebeurt. Niet alle varkens komen dood uit de elektrocutiewagens en bij het doodspuiten van biggen gaat naar ik heb begrepen ook weleens wat mis. Daarnaast worden vrachtwagens overbeladen en wordt er te weinig ruimte en ventilatie geboden tijdens het vervoer. Dat is in strijd met de wet. De overvolle hokken, waar de varkens tegen de wanden opgroeien en elkaar aanvreten, zijn eveneens in strijd met de wet.

Dieren die steeds groter en groter groeien krijgen allerlei gezondheidsproblemen. Normaal worden mestvarkens uit hun hokken afvoerd als ze zo'n 105 kilo wegen. Nu staan ze vanwege het vervoersverbod met 160 kilo nog op stal. Dan zakken ze door hun poten heen, want ze zijn er niet voor gefokt om zo zwaar te worden. Ook dat is in strijd met de wet.

Je kunt volgens mij niet zeggen dat bij de varkenspest nood wet breekt. De minister moet er elke keer opnieuw voor zorgdragen dat er voldoende voorwaarden worden geschapen om dieren een goede verzorging te bieden, tot en met de manier van doodgaan aan toe.''

De wet wordt dus al vier maanden lang voortdurend overtreden. Wie waarborgt de opsporing en handhaving van de wet?

“Allerlei groeperingen kunnen daaraan bijdragen, zoals de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID, red.), en ook de media. Maar de officier van justitie heeft de LID verboden om in het kader van de varkenspest te verbaliseren. De minister wil bovendien de media het liefst zoveel mogelijk buiten de deur houden. Dat de minister het zelfs maar heeft kunnen bedenken om onder deze omstandigheden persorganen te weren, vind ik in het licht van onze grondwet heel erg bedenkelijk. De minister moet juist nu heel kritisch aan de tand worden gevoeld. Van Aartsen heeft goede bedoelingen, maar hij weegt elke keer de louter economische belangen af tegenover de belangen van het welzijn van dieren. Misschien is de wet voor de rechten van het dier wel te zwak in relatie tot economische wetgeving die er tegenover staat.”

Als de wet toch niet wordt nageleefd en de opsporing te wensen overlaat, heeft het dan wel zin dat het dier rechten heeft?

“Als je het welzijn optimaal wilt garanderen, dan gaat de huidige wet niet ver genoeg. Je kunt je afvragen of hier sprake is van een overmachtssituatie. De minister zal zeggen: ik kon niet anders. Maar ik zou dat graag door een onafhankelijke rechter laten toetsen. Hij probeert de media en de LID uit te schakelen. Vervolgens neemt hij allerlei ad hoc maatregelen. Zo schep je onstandigheden die oncontroleerbaar zijn. Als er al gecontroleerd wordt, blijft juridische vervolging uit. Er is tot nu toe geen enkel proces verbaal opgemaakt tegen varkenshouders die zich niet aan de welzijnswetten houden.”

Wat moet er gebeuren?

“De excessen moeten worden tegengegaan. Ik kan me voorstellen dat, als je in een paar maanden anderhalf miljoen varkens ruimt, er weleens een varken in de knel komt. Dat ligt in het systeem besloten. Maar niet op zo'n grote schaal als nu gebeurt bij de strijd tegen de varkenspest.

De veehouderij heeft een productie van 400 miljoen dode dieren per jaar. In de gehele veehouderij zijn er welzijnsproblemen waar we zelden of nooit iets van zien. Men is er wonderwel in geslaagd om ons niet te confronteren met de productie van het vlees. Niemand legt de link tussen de vleesproductie en de karbonade op het bord. Sommige mensen denken dat vlees in de supermarkt gemaakt wordt. Als je de afstand tussen de productie en het product maar groot genoeg maakt, wordt het product achteloos geaccepteerd.

In de nabije toekomst zouden we moeten streven naar een varkenshouderij waar we allemaal over kunnen oordelen, waar we over de schouders van de minister mee kunnen kijken in de sector, en waar we de welzijnsproblemen van de dieren kunnen onderkennen.''

Als u voor de rechten van het varken op zou kunnen komen, wat zou u dan nu doen?

“Het zou het meest in het belang van het varken zijn om de soort op te heffen. Varkens weg uit Nederland! Vanuit de positie van varkens gezien, zou je een dergelijk leven niet willen leiden.”