Hipparcos ziet grote en kleine Magelhaense wolk bewegen

De Europese astrometrie-satelliet Hipparcos heeft de beweging gemeten van de Grote en de Kleine Magelhaense Wolk, de twee grootste begeleiders van ons Melkwegstelsel. Hipparcos is een Europese satelliet die tussen 1989 en 1993 met een tot nu toe ongeëvenaarde nauwkeurigheid de positie, afstand en beweging (en nog méér) heeft gemeten van ruim een miljoen sterren.

Een dezer dagen verschijnt de catalogus met meetresultaten, gedrukt en op CD-ROM, maar onderzoekers die betrokken waren bij de bouw van de satelliet en de verwerking van de metingen konden al eerder over de resultaten beschikken.

Tot deze bevoorrechten behoren ook Pavel Kroupa en Ulrich Bastian, van het Astronomisches Rechen-Institut in Heidelberg. Zij hebben de metingen bestudeerd die Hipparcos heeft verricht aan 36 sterren in de Grote Magelhaense Wolk en 11 sterren in de Kleine Magelhaens Wolk. Deze kleine sterrenstelsels bevinden zich op afstanden van respectievelijk 155.000 en 175.000 lichtjaar van het centrum van ons Melkwegstelsel en op een afstand van 70.000 lichtjaar van elkaar. De stelsels bewegen langs het Melkwegstelsel, maar het is niet duidelijk of ze er ook werkelijk blijvend, via de zwaartekracht, mee zijn verbonden.

De twee Duitse onderzoekers hebben uit Hipparcos' metingen afgeleid dat de Grote en Kleine Magelhaense Wolk zich in dezelfde richting aan de hemel verplaatsen en wel in een tempo van 1,95 respectievelijk 1,73 milliboogseconde per jaar. Ter vergelijking: één milliboogseconde komt overeen met de beeldhoek waaronder men een stuiver op een afstand van 4.000 kilometer zou zien. Deze bewegingen zijn in overeenstemming met waarden die men eerder had afgeleid uit metingen vanaf de aarde die een periode van vele jaren bestreken. Hipparcos zag de sterrenstelsels al binnen vier jaar bewegen (New Astronomy 2).

De twee astronomen hebben nu met behulp van de nieuwe metingen nauwkeuriger waarden afgeleid voor de schijnbare beweging van de Magelhaense Wolken aan de hemel. Door deze beweging te combineren met de spectroscopisch gemeten snelheid in de waarnemingsrichting, kan de ruimtelijke beweging van de stelsels worden bepaald. Het blijkt dat de stelsels ongeveer evenwijdig aan elkaar, met snelheden rond de 250 km per seconde, langs het Melkwegstelsel bewegen, waarbij de Grote Wolk ook nog een zekere rotatie vertoont. Helaas zijn de nu gemeten bewegingen nog steeds niet voldoende nauwkeurig om met zekerheid iets te kunnen zeggen over de herkomst van deze twee begeleiders en over de kracht waarmee ze door het Melkwegstelsel worden aangetrokken. Daarvoor is een satelliet nodig die hun bewegingen nòg nauwkeuriger kan meten: plannen hiervoor liggen al op de tekentafels.