Eindelijk wint Ferrari weer eens en ook de afzet stijgt

Ferrari, een automerk met bijna adellijke pretenties, bestaat vijftig jaar. Sinds de desastreuze dip van 1992-93 stijgt de afzet weer.

ROME, 7 JUNI. “Misschien zijn mijn auto's niet de beste van de wereld,” zei Enzo Ferrari in een van zijn laatste interviews. “Maar ze zijn in ieder geval anders.”

Karakter is een onderscheidend kenmerk van dit exclusieve automerk, dat deze week zijn vijftigste verjaardag viert. Op het eerste gezicht lijkt Ferrari te klein om te overleven. Vorig jaar zijn er net 3300 van deze Italiaanse raspaardjes verkocht. Bij Ferrari werken niet meer dan 1900 mensen.

Maar sinds de desastreuze dip van 1992-93 vertoont de afzet weer een stijgende lijn. Onder de grote beschermende paraplu van autofabrikant Fiat, die negentig procent van de aandelen bezit maar Ferrari in wezen zijn gang laat gaan, heeft president Luca de Montezemolo er vier jaar hard aan gewerkt om te bewijzen dat er nog plaats is voor een klein automerk met bijna adellijke pretenties.

Dat lijkt redelijk te zijn gelukt. Nieuwe modellen, zoals de F355, leverbaar in drie versies, hebben nieuwe klanten gelokt. De investeringen in het Formule-1 racen leiden na jaren van teleurstellingen weer tot positieve publiciteit. Het heeft veel geld gekost om Michael Schumacher in te huren, ruim veertig miljoen gulden, maar eindelijk wint Ferrari weer eens.

De omzet is vorig jaar gestegen naar 800 miljard lire, ongeveer 950 miljoen gulden, een vooruitgang van veertien procent. Vergeleken met het rampjaar 1993 worden er nu vijftig procent meer auto's verkocht.

Als bonus en als verjaardagscadeau heeft Fiat deze week ingestemd met een oude wens van De Montezemolo: overname van Maserati. Dat andere prestigieuze Italiaanse merk is drie jaar geleden volledig in handen van Fiat gekomen. Het wordt nu toegevoegd in het tuintje waar De Montezemolo zijn gang kan gaan. Veel extra gereis zal dat niet met zich meebrengen, want de beide merken hebben hun belangrijkste fabrieken in de omgeving van de Noorditaliaanse stad Modena.

Ferrari en Maserati krijgen dan wel dezelfde leiding, maar het is de bedoeling dat produktie en dealernetwerk gescheiden blijven. De meerwaarde van dergelijke auto's zit immers in de exclusiviteit. Bij Maserati zullen wel ingrepen nodig zijn, want dat merk verkoopt al jarenlang rond de duizend auto's per jaar.

Verwacht wordt dat De Montezemolo ook bij Maserati sterk op het imago zal spelen, zoals hij dat met zoveel succes bij Ferrari heeft gedaan. Onder zijn regie is het tiende lustrum een soort nationaal feest geworden. Vorig weekeinde kon Rome zich vergapen aan een défilé van antieke Ferrari's en wat showwerk van Schumacher bij de Thermen van Caracalla. Dit weekeinde zijn de bezitters van nieuwere Ferrari's uitgenodigd op het circuit van het bedrijf om, zonder angst voor een bon, eens uit te zoeken hoe hard hun auto eigenlijk kan - volgens de catalogus hebben de huidige zeven versies topsnelheden van 295 tot 325 kilometer per uur.

Ook de anecdotes worden zorgvuldig opgepoetst. De Amerikaanse miljonair die zich heeft laten begraven in een Daytona. De beeldhouwer die zijn Ferrari in de salon had gezet. De Japanse verzamelaar die met een zeldzame 250 GT naar het verjaardagsfeest is gekomen en thuis in Osaka twintigduizend model-Ferrari's heeft. En de sultan van Brunei, de rijkste man ter wereld, die zijn Ferrari's dubbel koopt omdat er altijd een beschikbaar moet zijn als de andere in de garage is.

Hieruit blijkt al dat Ferrari een wereldmerk is. Meer dan tachtig procent van de omzet ligt in het buitenland. De Amerikanen zijn de belangrijkste klanten, dan komen de Duitsers, de Japanners, de Engelsen en de Italianen zelf. Ook al liggen de prijzen in Italië tussen 250.000 en 450.000 gulden, De Montezemolo zegt trots dat het bedrijf meer aanvragen krijgt dan het aankan.

Dit mondiale netwerk van dealers en klanten is een hele sprong vergeleken met de geel geverfde loodsen in het stadje Maranello, naast de kersentuin van zijn familie, waar Enzo Ferrari in 1943 serieus is begonnen als autobouwer. Hij had eerst een renstal opgezet met wagens van Alfa Romeo, maar besloot voor zichzelf te beginnen. Hij had toen al een auto gemaakt, in twee exemplaren, maar die mocht wegens het contract met Alfa Romeo zijn naam niet dragen en is de geschiedenis ingegaan als de 815. De eerste echte Ferrari, met het steigerende paard dat Enzo Ferrari als embleem had overgenomen van de beroemde vlieger Francesco Baracca, was de 125 S. Deze twaalfcilinder maakte begin mei 1947 zijn debuut en sleepte een paar weken later in Rome de eerste titel binnen.

“Enzo Ferrari was een van de weinig Italianen die geschikt zijn voor export,” zei de journalist Enzo Biagi. “Henri Ford zei dat hij altijd jaloers was op Ferrari omdat iedere maandag zijn naam op de voorpagina stond zonder ervoor te hoeven betalen. Hij was een soort vlag van de natie.”

Enzo Ferrari, een bescheiden, eigenzinnige en veeleisende man die meestal zijn donkere zonnebril ophield en persconferenties placht af te sluiten met Viva l'Italia, is in 1988 overleden, negentig jaar oud. “Misschien zou hij hebben gezegd dat we er teveel een show van maken, van deze verjaardag,” zei De Montezemolo zondag. “Maar diep in zijn hart zou hij vreselijk blij zijn met het succes.”