Dewulf opgelucht na uitschakeling in Parijs

PARIJS, 7 JUNI. Na negen wedstrijden in achttien dagen kwam gisteren in Parijs een einde aan het sprookje van Filip Dewulf. De 25-jarige qualifier uit Belgisch Limburg moest in de halve finale van de Open Franse tenniskampioenschappen zijn meerdere erkennen in Gustavo Kuerten, 6-1, 3-6, 6-1 en 7-6 (7-4). Dewulf begroette zijn nederlaag na afloop met een zucht van verlichting. “Ik stond niet meer met plezier op de baan. Mijn vechtlust was verdwenen, de wil om te winnen minder dan honderd procent.”

Op het verlies viel ook weinig af te dingen. Kuerten werd net als Dewulf grote delen van de wedstrijd bevangen door plankenkoorts in een duel dat voor beiden het eerste optreden in de halve finale van een grandslamtoernooi betekende. Maar in tegenstelling tot Dewulf was de kleurrijke Braziliaan - in Parijs onder meer de bedwinger van Muster en titelverdediger Kafelnikov - op beslissende momenten nauwkeuriger in het benutten van de kansen. De 20-jarige Zuidamerikaan, tot maandag de nummer 66 op de wereldranglijst, maakte minder fouten dan Dewulf en stak na twee uur en veertien minuten triomfantelijk beide armen in de lucht.

Dewulf verklaarde zijn nederlaag naderhand met het hetzelfde simplisme waarmee hij de afgelopen weken furore maakte op het Franse gravel. “In de voorgaande wedstrijden belandde de bal op de juiste momenten binnen de lijnen. Vandaag liet mijn forehand het afweten en belandde de bal op de belangrijke momenten net buiten de lijnen. Dat is tennis.”

Kuerten staat morgenmiddag in de finale tegenover Sergi Bruguera. De 26-jarige Spanjaard, in 1993 en '94 winnaar op het gravel van Roland Garros, versloeg in de vroege avonduren de Australiër Patrick Rafter, 6-7 (6-8), 6-1, 7-5 en 7-6 (7-1). Het duel tussen de baseliner (Bruguera) en de serve-volleyer (Rafter) groeide uit tot een meeslepend gevecht waarin beiden het beste uit zichzelf naar boven haalden. Nadat Rafter in de vierde set twee setpoints onbenut liet, was zijn verzet definitief gebroken. In de daaropvolgende tiebreak trok Bruguera de wedstrijd eenvoudig naar zich toe.

Filip Dewulf verliet Roland Garros gisteren in de wetenschap dat hij geschiedenis had geschreven. Zo gaat hij de boeken in als de eerste Belg die doordrong tot de halve finale van een grandslamtoernooi sinds Jacky Brichant in 1958 de laatste vier bereikte in Parijs. Daarnaast werd Dewulf de eerste qualifier sinds 1977 die tot een dergelijke stunt in staat bleek. Twintig jaar geleden bereikte Bob Giltinan de laatste vier bij de Australian Open. Zes maanden later herhaalde John McEnroe die prestatie op Wimbledon.

Het eerstvolgende doel van Dewulf vormt rechtstreekse toelating tot het hoofdtoernooi van Wimbledon, het grandslamtoernooi dat over ruim twee weken begint. Op basis van zijn huidige notering op de wereldranglijst (122ste) is de Belg aangewezen op het kwalificatietoernooi. Bij de wedstrijdleiding in Londen deed Dewulf inmiddels het verzoek om in het bezit te komen van een wild card. Ondanks zijn nederlaag tegen Kuerten is Dewulf wel verzekerd van deelname aan het toernooi om de Grand Slam Cup, die in september in Müchen wordt gehouden.

Vooral in België waren de successen van Dewulf aanleiding tot een media-hype die volgens de tennisser ridicule vormen aannam. In zijn woonplaats Leopoldsburg liepen verslaggevers de afgelopen week de deur plat bij de apotheek van zijn ouders, het taleninstituut van oud-coach Benny van Houdt en de sportschool van conditietrainer Bart van Roey. Vooral Van Houdt raakte maar niet uitgepraat over de onbegrensde mogelijkheden van zijn oud-leerling. “Filip heeft geen besef hoe goed hij is. De dag dat hij daarvan overtuigd is, slaat hij het halve circuit op een hoopje”, zei hij in het Belgische dagblad Het Nieuwsblad.

Ook in Parijs stond Dewulf in het middelpunt van de belangstelling. Voor de Belgische pers ging hij na zijn overwinning op titelkandidaat Alex Corretja door het leven als Koning Filip. Elders werd hij afgeschilderd als een wonderlijk fenomeen. Dewulf kampeert op een wolk, kopte de Franse sportkrant l'Equipe maandag na de winst op Corretja. In de Engels-talige pers gold hij als “de Vlaming met de Huskey-ogen”, met een verwijzing naar zijn helblauwe ogen. De Britse krant The Guardian gunde hem temidden van schrijvers, kunstenaars en politici een plaats in de toptien van meest beroemde Belgen.

Zelf bleef Dewulf opvallend rustig onder alle aandacht. “Dit is een toernooi als een ander. Alleen een beetje groter”, sprak hij woensdag na de training met een stralende glimlach. Vragen over zijn kansen op het winnen van de Coupe de Mousquetaires lachte hij met evenveel gemak weg. “Ik mag toch niet geloven dat ik hier ga winnen.”

Van zijn Bourgondische leefwijze weigerde Dewulf deze week af te stappen. Halve finalist of niet, held of geen held, elke avond bezocht hij samen met zijn vriendin een restaurant in de binnenstad van Parijs. Hij dronk een goed glas wijn, was verheugd dat niemand hem herkende en voelde zich op zijn gemak. “Het ligt niet in mijn aard om druk te doen en te hoog te springen. Ik weet hoe snel je kan terugvallen.”

Twee jaar geleden behaalde Dewulf zijn eerste en enige toernooizege uit zijn profcarrière die begon in 1990. Bij een graveltoernooi in Wenen drong hij, eveneens als qualifier, door tot de eindstrijd. Daarin versloeg hij de Oostenrijker Muster voor eigen publiek. Dewulf maakte een sprong op de wereldranglijst en bereikte een half jaar later de 44ste plaats, zijn hoogste notering ooit.

Vreemd genoeg raakte hij daarna het spoor bijster. Dewulf werd overmand door twijfels en overwoog meer dan eens om zijn tenniscarrière voorgoed af te breken. “Het leven van een proftennisser is saai”, zo verklaarde hij deze week. “Ik voelde mij niet thuis in die luxe wereld en kwam tot de overtuiging dat het beetje vreugde dat ik in mijn leven heb niet wilde opgeven voor een plekje dertig plaatsen hoger op de ranglijst. Liever ging ik een pintje drinken in het supporterslokaal van mijn favoriete voetbalclub Beringen.”

Afgelopen zomer schreef Dewulf zich in voor een studie psychologie aan de universiteit van Leuven. Tennis kon hem gestolen worden, al deed hij in september nog wel mee aan het Davis-Cupduel tegen Roemenië. De ontmoeting liep uit op een deceptie. “Ik kreeg geen bal over het net.” Dewulf was overtuigd dat hij het verkeerde beroep had gekozen, maar bleef het proftennis trouw dankzij coach Van Houdt.

Ondanks het verlies benadrukte Dewulf gisteren in Parijs zijn liefde voor het tennis voorgoed hervonden te hebben. Mentale tegenslagen vreest hij niet. “Na vandaag kan ik zeggen dat ik met vertrouwen op de baan sta. Bovendien heb ik de rest van het jaar geen punten te verdedigen. Daarom kan ik zonder druk op de baan staan.”