Deja vu

De ware liefde voor paarden leeft in de stallen. Waar de grooms de paarden vertroetelen en voorbereiden op de race-, dressuur- en springwedstrijden heerst nog een harmonieuze band tussen mens en dier. Maar zodra de paarden hun stal verlaten zijn ze overgeleverd aan de driften van de mens.

Zo snel mogelijk moeten de paarden lopen met een man of vrouw op hun rug of met een bemand karretje achter zich aan sleurend. Zo hoog mogelijk moeten ze springen met een man of vrouw op hun rug. Zo mooi mogelijk moeten ze op muziek draven, draaien en keren met een man of vrouw op hun rug. Ze worden gemaand door bossen en water te draven, en over struiken en hekken te springen. Er wordt beweerd dat paarden het wel eens leuk vinden. Maar altijd blijft de vraag of de pijngrenzen van het paard afdoende worden bewaakt. Als sport is paardrijden al eeuwen geleden populair geworden. Vooral in Engeland stonden wedstrijden te paard in het teken van de goklust van welgestelde mensen. Wat de paarden ook werd aangedaan, zelden is de paardensport in tegenstelling tot veel andere sporten getroffen door verbodsbepalingen. Mogelijk omdat ze kon rekenen op koninklijke belangstelling. Soms werd wel perk en paal gesteld aan de manier waarop paarden werden bereden. Maar meestal overheerst de vrees dat liefde voor paarden in de sport niet verder reikt dan de stal.