De conrector

Komt u wel eens een conrector tegen op een verjaardag? Wat zegt zo iemand dan? Leuk, afwisselend werk? En wat zegt u dan tegen zo iemand? En wat denkt u? Precies, het is een vreselijke baan. De conrector heeft een eigen kamer, dat is het enig prettige.

Conrectoren, nou ja de meeste, werken erg hard. Zo maakt de conrector het jaarrooster. Dit is een ondoenlijke opdracht. Het kost de conrector een deel van zijn zomervakantie (Straks met de invoering van de tweede fase lukt het helemaal niet). Als het rooster wordt uitgedeeld krijgt de conrector van zeven collega's te horen, dat ze te veel tussenuren hebben, of 3a steeds op het laatste uur, of dat ze geen eigen lokaal hebben, of dat geen rekening is gehouden met hun met redenen omklede verzoek om een vrije donderdagmiddag. Enkele dagen na invoering wordt het rooster gewijzigd, omdat collega Jan toch met ontslag gaat en invaller Mien op vrijdag op een andere school staat. Het is de eerste van vele wijzigingen. Al deze wijzigingen geeft de conrector schriftelijk door aan de rest van de school, papieren die zoek raken met als gevolg collega's die zich komen beklagen dat hun klas ziek schijnt te zijn. Met collega's worden hier gewone leraren bedoeld. Een conrector is ietsje hoger dan een gewone leraar, zo weinig dat de gewone leraar collega heet. Vanwege de gelijkheid is de leraar gerechtigd tegen de conrector te klagen, zich openlijk boos te maken op de conrector, de conrector uit te schelden en eventueel de deur van de conrectorskamer hard dicht te gooien. Vanwege het verschil in rang mag het omgekeerde niet. Daarom bijten veel conrectoren nagel, roken of hebben last van zenuwtrekkingen en stopwoorden.

Op iedere 15 tot 20 leraren loopt een conrector rond. Veel leraren willen een leraarsleven lang conrector worden. De frustratie is zo groot dat er organisaties zijn, zoals de stichting Vitaal Leraarschap, om hier iets aan te doen. Ook worden veel baantjes gecreëerd die lijken op het conrectorschap bijvoorbeeld die van coördinator, mentor, jaargroepleider en zo. Vroeger had de conrector een goede kans om rector te worden. Door de fusiegolf is er per 5 tot 10 conrectoren nog maar een rector. Je zou kunnen zeggen dat door de fusies het geluk is geconcentreerd bij steeds minder mensen: de rectoren.

Conrectoren hebben naast het rooster als werkterrein leerlingen, in het bijzonder herstelde en stoute leerlingen. De juist genezenen staan 's morgens in dikke rijen voor zijn deur om zich beter te melden. De stouten komen later. Zij zijn verwijderd uit de les. De stouten zijn meestal niet erg stout, maar zijn slachtoffer van de incompetentie van hun leraar. Dat weet de conrector ook, maar dat mag hij niet laten merken, noch aan de leerling noch aan de collega. Hij spreekt het niet zo stoute, stoute kind bestraffend toe en pleegt rechtspraak met in het achterhoofd zijn oordeel over de collega. Als er geen roosterproblemen zijn en als er geen stoute en geen herstelde kinderen zijn, dan geeft de conrector les, onvoorbereid. Conrectoren zijn zulke goede leraren dat zij lessen niet behoeven voor te bereiden. Als de conrector geen les geeft, vergadert de conrector. Daarbij is hij de vriendelijkheid zelve. Waarschijnlijk zijn er wel conrectoren die iets vinden, maar alleen 's nachts onder de dekens mompelen zij hun opinies, gevangen als zij zijn tussen de devil - de docent - en de deep blue sea - de rector.