Altijd wachten, altijd achter

DE REKEN- EN taaltesten die afgelopen maand zijn afgenomen bij 96 leerlingen van de 14e Montessorischool De Jordaan in Amsterdam tonen aan wat veel ouders eigenlijk allang wisten. De kinderen lopen hopeloos achter en presteren ver onder het landelijke gemiddelde. Toch veroorzaakte de kille resultaten vorige week een schok bij de ouders van de getoetste leerlingen in de groepen vier tot en met zeven.

“In alle groepen zijn de resultaten op technisch lezen zwak”, aldus het Advies- en begeleidingscentrum ABC dat de testen uitvoerde. In groep vijf heeft een derde van de leerlingen een rekenachterstand van meer dan een half jaar, in groep zeven is de toestand nog rampzaliger. Daar loopt ruim de helft van de leerlingen meer dan een half jaar achter met rekenen. Van de 96 getoetste leerlingen scoren er volgens het ABC vijftien tot twintig zo ondermaats dat 'verdere diagnostiek' wordt geadviseerd. Alleen in begrijpend lezen scoort deze typische grachtengordelschool met kinderen van doorgaans goedopgeleide, witte ouders goed. Miki Zeehandelaar, moeder van de tienjarige Jimmy weet wel waarom: “Doordat kinderen uren of zelfs dagen moeten wachten voordat ze uitleg of nieuwe stof aangeboden krijgen wordt er veel gelezen.” In een wanhopige brief die enkele moeders reeds in 1995 naar de Nederlandse Montessori Vereniging stuurden vroegen ze: “Of is dit structurele wachten soms Montessoriaans? Zo ja, wat is dan het leerdoel ervan?”

In groep acht was de paniek al eerder dit jaar uitgebroken toen de advisering voor het voortgezet onderwijs ter sprake kwam. Uit een onlangs voor het Montessori-onderwijs ontwikkelde 'Malt'-eindtoets bleek namelijk dat de meeste achtstegroepers zwakke tot zeer zwakke resultaten behaalden en grote hiaten in hun kennis vertoonden. “Een Cito-toets hadden ze al helemaal niet kunnen maken omdat ze grote delen van de stof gewoon niet hebben gehad”, aldus Karina Schaapman, die er sinds 1994 ongeveer een dagtaak aan heeft om er achter te komen wat haar vier kinderen in een bepaalde groep moeten kunnen en kennen. Niemand die het haar kon vertellen. Twee kinderen heeft ze inmiddels met veel moeite op een andere school kunnen plaatsen. Haar dochter die een zeer goede juf op de 14e Montessorischool had en een goedlerend kind is, bleek over de hele linie ruim acht maanden achterstand te hebben op de nieuwe school en moet nu thuis worden bijgespijkerd. Haar zoon Tom die volgend schooljaar naar het voortgezet onderwijs gaat, scoorde eerder dit jaar op de Malt-toets zwak tot zeer zwak. “Goed voor een LBO-advies”, aldus Schaapman. De vervangende leerkracht van groep acht wilde er nog wel een Mavo-adviesje uitknijpen, maar Schaapman nam daar geen genoegen mee. Ze liet haar zoon buiten school om testen. Uitslag: een intelligente Havo/VWO-leerling, echter met enorme hiaten in taal en rekenen. Ze kreeg het advies een orthopedagoog in te schakelen, ook vanwege z'n wat onzekere houding. Inmiddels is Schaapman bezig een kort geding aan te spannen tegen de gemeente, die op deze openbare Montessorischool het schoolbestuur vormt, om de lasten voor het orthopedagogisch bijspijkeren - 380 gulden per maand - vergoed te krijgen. De hulp die zoon Tom krijgt beweegt zich immers op het niveau van basisvaardigheden die hij op school onderwezen had moeten krijgen. “Ze zijn nu bezig met het werkwoord”, zegt Schaapman gelaten. 'Ze hebben nooit procenten, decimale getallen en lengtematen gehad. En over aardrijkskunde, geschiedenis en biologie hebben we het dan gemakshalve maar helemaal niet.”

De recente historie van de veertiende Montessorischool is er volgens Schaapman en Zeehandelaar een van in elkaar grijpende problemen die samen tot 'een grote puinzooi' hebben geleid: een onwillige, star Montessoriaanse directeur, langdurige ziekte en gebrek aan vervanging, een onvermogend, te jong team dat geen leiding kreeg en een gemeente die haar verantwoordelijkheid niet nam. Naar de ouders werd nauwelijks geluisterd. Een dikke map met 'sympathieke en beschaafde' correspondentie ligt voor beide moeders op tafel. De eerste brief dateert uit 1994, “en voordat je een brief schrijft is er al het een en ander gebeurd”, verzekeren ze. Ze hebben zich 'gek gestreden' om er achter te komen of hun kinderen een beetje op niveau waren. Niemand van het team kon of wilde hun vertellen welke leerstof op welk moment gekend moest worden. Een schoolwerkplan bestond niet, ouders hadden slechts eenmaal per jaar een gesprek met de leerkracht, dat zelden over leerprestaties ging maar altijd over het sociaal functioneren van het kind.

De interim-directeur wil - in overleg met de gemeente - niet reageren. Woordvoerder J. Simmons van de gemeente Amsterdam erkent de problemen: “De uitslag van de test is zeer onthutsend”. Maar hij bestrijdt dat het bevoegd gezag de zaken op zijn beloop heeft gelaten. “Toen in 1994 de onvrede onder de ouders begon en de problemen met achterstand van de leerlingen en het ziekteverzuim onder het personeel duidelijk werden is de wethouder zich met de zaak gaan bemoeien. In 95 kwam er voor drie dagen per week een interim manager.” Maar het bleek niet makkelijk de directeur te vervangen. “Eind juni '96 werd hij weer 100 procent arbeidsgeschikt verklaard door het USZO. De ouders vonden dat niet leuk, maar daar is niets aan te doen.” In februari van dit jaar ging de directeur echter weer volledig in de ziektewet.

Toetsen is in veel Montessorikringen als vloeken in de kerk, en nogal wat vragen van ouders werden als 'onmontessoriaans' afgedaan. “Leerlingen op een Montessorischool kunnen nooit achter zijn, ze doen de werkjes als ze er aan toe zijn”, zo kregen ze te horen van de directeur. Maar de ervaring van de ouders met kinderen in de huidige groep acht was heel wat minder geruststellend: aan het einde van groep zeven bleken deze een zesdegroepsniveau te hebben. Besloten werd ze toch achtstegroepers te maken en de hiaten tijdens de rit op te sporen. Een strategie die niet heeft gewerkt, zo hebben de desastreuze resultaten van de Malt-toets inmiddels uitgewezen.

Als noodgreep is voor de laatste drie maanden van dit schooljaar een 'ervaren' docent op groep acht gezet die de ondankbare taak heeft de achterstanden alsnog in te lopen zodat de schade op het voortgezet onderwijs beperkt blijft. Vervelende complicatie was bovendien dat dezelfde wethouder Van der Aa die volgens deze actieve en betrokken ouders hen in hun sop heeft laten gaarkoken, dit jaar ook strengere eisen afkondigde voor de toelating tot het voortgezet onderwijs. Een slechte score op de 'Malt'-toets was bepaald geen aanbeveling om aangenomen te worden op de school van je keuze, zo moest Tom Schaapman ervaren. In een aantal gevallen heeft de wethouder zijn aanbod om persoonlijk te bemiddelen waargemaakt, maar of de kinderen volgend schooljaar nog op zijn steun kunnen rekenen is alleszins twijfelachtig. Tom is toegelaten op een Havo/VWO-school, maar moet nog wel doorgaan met zijn peperdure bijspijkerlessen bij de orthopedagoog. Intussen overwegen veel ouders hun kinderen van school te halen, maar ze moeten ontdekken dat ze vrijwel nergens terecht kunnen, onder meer omdat de slechte naam van de veertiende Montessorischool ze al is vooruitgesneld. “Als je een klas met 35 kinderen hebt, dan ben je toch gek als je er nog eentje bijneemt met een flinke leerachterstand?” sneert Miki Zeehandelaar.

Advocaat Phon van den Biesen, voorzitter van de Medezeggenschapsraad van de school, heeft zijn kinderen per augustus wel elders ondergebracht. Intussen onderhandelt de Medezeggenschapsraad met de gemeente, “want”', zegt Van den Biesen, “na het eerste bluswerk moet nu de oorzaak van de brand worden aangepakt”. De voorzitter is niet mild in zijn oordeel over de gemeente: “Ze heeft ontwikkelingen die iedereen kon waarnemen op zijn beloop gelaten en is aantoonbaar te kort geschoten. Geen enkel normaal bestuur zou daarmee zijn weggekomen.” Met name voor het team van leerkrachten vindt Van den Biesen de ten hemelschreiende toetsresultaten 'een drama'. Het zijn volgens hem stuk voor stuk op en top leerkrachten die zich kapot gewerkt hebben, “maar jong en onervaren en volkomen aan hun lot overgelaten”. De gemeente moet volgens MR-voorzitter Van den Biesen nog voor de zomervakantie met een goed doortimmerd plan komen om de leerachterstanden bij de hele schoolpopulatie aan te pakken. “Als de school zonder zo'n plan de zomervakantie ingaat, betekent dat een nachtmerrie voor de ouders.” Volgens de gemeente moet het plan op 12 augustus klaar zijn, als de scholen weer beginnen.