Werkloosheid in Duitsland blijft hoog

BONN, 6 JUNI. De werkloosheid in Duitsland blijft hoog, ondanks een daling afgelopen maanden. In mei hadden 4.255.600 mensen geen werk, wat 437.200 meer is dan in dezelfde periode vorig jaar. Van de beroepsbevolking heeft ruim 11 procent geen baan, tegen vorig jaar nog 10 procent.

Bernard Jagoda, voorzitter van de landelijke organisatie van arbeidsbureau's rekent voor heel 1997 op 4,2 miljoen werklozen. Hij zei dat de arbeidsbureau's meer geld nodig hebben, omdat de regering bij de begroting voor dit jaar is uitgegaan van een werkloosheid van 3,9 miljoen. Elke 100.000 werklozen kosten de staat drie miljard mark extra door lagere belastinginkomsten en meer uitkeringen.

De werkloosheid in mei is gedaald vergeleken met de maand ervoor. Sinds het alarmerend hoge werkloosheidscijfer in januari van 4,7 miljoen werklozen werden geregistreerd, is het aantal werklozen elke maand successievelijk licht teruggelopen. Jagoda zei dat het uitzonderlijke hoge aantal werklozen in januari was toe te schrijven aan de grote hoeveelheid bouwvakkers, die werden ontslagen vanwege het extreem koude weer.

Van een keerpunt op de arbeidsmarkt is nog geen sprake, meende Jagoda. Daartoe is geen reden gezien de ontwikkeling van de economische conjunctuur. Wel is in het westen van Duitsland de ongunstige tendens op het gebied van de werkloosheid duidelijk afgevlakt, zei Jagoda. In het oosten zijn de bezuinigingen duidelijk voelbaar bij de arbeidsmarktpolitiek. Voor werkgelegenheidsprogramma's is minder geld beschikbaar.

De hoge werkloosheid is volgens Jagoda voor een deel toe te schrijven aan het feit, dat er minder werknemers met vervroegd pensioen worden gestuurd. Deze regelingen worden te kostbaar zodat mensen worden ontslagen.

Intussen trekt de economie slechts langzaam aan. Het bruto binnenlands produkt (totale binnenlandse produktie) is volgens het Bureau voor Statistiek in Wiesbaden in het eerste kwartaal 1,4 procent hoger uitgevallen dan in dezelfde periode vorig jaar. De groei is echter lager vergeleken met het laatste kwartaal van 1996, toen het percentage op jaarbasis 1,9 procent was.

Toch toonde minister Rexrodt (FDP) van economische zaken zich verheugd, omdat de groei ruim een procent hoger zou zijn geweest als Pasen niet in maart was gevallen.

Minister Waigel van financiën (CSU) noemde het aantrekken van de groei gunstig voor het overheidstekort. Experts wijzen er echter op dat de export de motor van de groei is, maar dat de binnenlandse vraag stagneert.