Vrouwen in de kunst

In de recensie over de video-installaties van Steve McQueen in het Van Abbemuseum (NRC Handelsblad, 30 mei) schrijft Janneke Wesseling o.a. “in de geschiedenis van de Westerse kunst zijn het altijd de vrouwen die zich koesteren in de blik van de man en nooit omgekeerd”. Zij verwijst dan naar de Maya's van Goya en de Saskia's van Rembrandt.

Al in de vroege 20ste eeuw ageerden vrouwen tegen dit stereotype beeld van de mooie, passieve vrouw als object voor de mannelijke starende blik.

De Engelse militante suffragette Mary Richardson ging het doek van Velasques in de National Gallery in Londen in 1914 'te lijf' met een bijl.

In de jaren zeventig waren het de feministen die protesteerden tegen het afbeelden van 'de vrouw als object' in de kunst. Zij wilden vrouwen van vlees en bloed, 'levende' vrouwen, zoals b.v. Hanna Hoch en Kathe Kolwitz die al eerder hadden geschilderd. Daarop komt een reactie.

In Londen is de tentoonstelling te zien 'Women's Images of Men' (1980) en in New York 'Difference: On Representation and Sexuality' (1985).

Sylvia Sleigh en Alice Neel keren de seksrollen om en beelden het mannelijk naakt af op een wijze die door de eeuwen van de kunsthistorische geschiedenis heen alleen aan mannelijke kunstenaars was voorbehouden. Met 'Philip Golub Reclining' (1971) verwijst Sleigh met een zekere ironie naar 'Olympia' van Manet. Met 'Turkish Bath' geeft ze een knipoog naar het schilderij van Ingres met dezelfde titel.

De sensuele naakten - mannen in dit geval - zijn vrij gebaseerd op de typen in de traditie van Ingres en Delacroix, en nodigen de vrouwelijke kijker uit de man te observeren, of met hun blikken te koesteren (mannen blijken haar naakten niet te waarderen, Linda Nochlin, Women, Art and Power, 1989).