Vrijwilligers bemiddelen in buurtruzies

In Zwolle en Rotterdam bestaan experimenten met 'buurtbemiddeling'. Getrainde vrijwilligers bemiddelen in conflicten tussen buurtbewoners. Dan moeten die wel bereid zijn mee te werken.

ZWOLLE, 6 JUNI. Zij vond dat de gemeenschappelijke hal stonk omdat hij het niet goed schoonhield. Hij vond het vervelend dat zij daarom steeds de buitendeur liet openstaan. In enkele maanden tijd escaleerde het conflict tussen de portaalbewoners uit de Zwolse wijk Pierik tot een hooglopende ruzie. Voor 'buurtbemiddelaar' H. Lobers van het project Buurtbemiddeling in Zwolle zijn eerste zaak.

Op neutraal terrein, een kamer bij de gemeentelijke dienst Stad en Welzijn, sprak Lobers samen met een collegabemiddelaar met de twee partijen. De sfeer was grimmig en vijandig, vertelt hij. “Ze keken elkaar niet aan en zochten steun bij ons.” Naar aanleiding van het gesprek zette Lobers voor de portaalbewoners alle voors en tegens van het probleem op een rijtje. Uiteindelijk werd afgesproken dat de vrouw het halletje zou voorzien van een nieuwe vloerbedekking. De man zou het vervolgens schoonhouden.

Tevreden verlieten allen de bespreking. Maar de vreugde was van korte duur: de man bleek niet van plan de afspraken na te komen, en ondanks nieuwe vergaderingen werd het probleem uiteindelijk niet opgelost. Maar de bemiddelingspoging mag niet als mislukt worden beschouwd, vinden Lobers en collegabemiddelaar J. Veldhuijzen. “Ze hebben met elkaar gesproken, hebben kennisgenomen van elkaars standpunten. Ze hebben ook geen slaande ruzie. In die zin heeft het wat opgeleverd.”

November vorig jaar begon in Zwolle het project Buurtbemiddeling, een project waarbij getrainde vrijwilligers bemiddelen in conflicten tussen buren of buurtbewoners. Zij kunnen zelf contact opnemen met de vrijwilligers of worden doorverwezen door de politie. Het experiment zal drie jaar duren, maar nu al spreekt projectleider E. Rodink van “een redelijk succes”. Buurtbewoners benaderen zelf het projectbureau of zijn doorverwezen door de poltie. Tot nu toe is er in zeven conflicten bemiddeld. Dat is niet echt schokkend, weet Rodink. Maar, zo zegt ze, zelfs in een stad als San Francisco, waar het idee van buurtbemiddeling oorspronkelijk vandaan komt, waren er in het eerste jaar maar zo'n dertig geslaagde bemiddelingen. “Het eerste jaar dachten we tien bemiddelingen te verzorgen. Dat gaat dus lukken.”

Buurtbemiddeling gaat uit van de gedachte dat twee strijdende partijen het meest gebaat zijn bij een onafhankelijke intermediair. Een dergelijke vrijwilliger, zo bleek gisteren tijdens een conferentie over het onderwerp aan de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle, moet geen macht gebruiken en ervoor zorgen dat de beide partijen zelf verantwoordelijk zijn voor het uiteindelijke resultaat. “Als je als vrijwilliger macht gebruikt, dan is de kans groot dat de mensen ja zeggen en nee doen”, zo zei L. de Vries, schrijfster van een boek over buurtbemiddeling dat gisteren werd gepresenteerd.

Het vrijwillige karakter van de bemiddeling is volgens projectleider Rodink zowel een nadeel als een voordeel. “Het werkt alleen als beiden besluiten mee te doen. Als een beklaagde niet wil meewerken, kunnen we niets beginnen. Maar dat is ook de kracht van het project: als ze wel meewerken zitten ze beiden om de tafel en willen een oplossing van het probleem.”

Behalve in Zwolle wordt ook in Rotterdam geëxperimenteerd met buurtbemiddeling. In Zwolle geldt het project voor de gehele stad, in Rotterdam voor drie wijken: Schiemond, de Homerusbuurt en de Van der Lindenbuurt. Onderzoek in beide gemeenten heeft uitgewezen dat de meeste overlast wordt veroorzaakt door geluidsoverlast door radio of televisie, gevolgd door overlast van huisdieren en vreemde geuren. Andere vormen van overlast zijn parkeerproblemen en problemen met de jeugd. Uit datzelfde onderzoek, uitgevoerd door studenten van de Erasmus Universiteit, blijkt ook dat eenderde van alle mensen die overlast hebben, er helemaal niets aan doen. De gang naar de politie is per wijk zeer verschillend: in Zwolle roept vijf procent de hulp van de politie in, in Schiemond liefst veertig procent.

Alle betrokkenen zijn van mening dat het project, dat in verschillende steden al navolging krijgt, een belangrijke manier is om de saamhorigheid in een wijk te vergroten en om de sociale cohesie tussen buurtbewoners te versterken. En dat is bitterhard nodig ook, zegt Veldhuijzen. Hij spreekt over de teloorgang van de echte wijk: individualisering en bezuinigingen hebben de mensen uit het buurthuis gejaagd. “In feite zijn we bezig met puinruimen.”