Vragen GroenLinks over technolease

DEN HAAG, 6 JUNI. Het Tweede Kamerlid Rabbae (GroenLinks) zal nadere schriftelijke vragen stellen over berekeningen van tegenvallers wegens technolease die zomer 1994 op het ministerie van Financiën zijn gemaakt. Rabbae vermoedt dat het kabinet de werkelijkheid veel verder dan totnutoe bekend werd, heeft vertekend met zijn ontkenning dit voorjaar dat er nooit een berekening van tegenvallers wegens technolease is gemaakt.

Het Kamerlid kondigde de vragen vanmiddag aan naar aanleiding van een uitzending van het VPRO-radioprogramma Argos. Daarin werd herinnerd aan een de laatste tijd in de technolease-discussie niet opgemerkt interview dat oud-minister van Economische Zaken Andriessen augustus 1994 aan de VPRO gaf, kort nadat hij was afgetreden. In dat interview bevestigde Andriessen dat destijds op Financiën berekeningen waren gemaakt die de extra kosten wegens technolease op “3 miljard gulden” schatten.

Deze berekeningen werden op het departement gemaakt nadat juni 1994 door de Tweede Kamer een technolease voor Fokker was afgedwongen, een jaar nadat ook Philips' gebruikmaking van de fiscale constructie was gegund. Bij de belastingdienst kwam na juni 1994 een reeks aanvragen voor een technolease binnen. Ambtenaren van het departement berekenden daarop dat inwilliging van deze aanvragen de inkomsten van de fiscus met circa 3 miljard zouden verminderen, reden waarom ze erop aandrongen de mogelijkheden voor de constructie te beperken. Directeur-generaal der Belastingen Van Lunteren schreef daarop de belastinginspecties aan met de opdracht de behandeling van alle lopende aanvragen op te schorten. Korte tijd na het aantreden van het kabinet-Kok werden de regels voor technolease zodanig aangescherpt dat sindsdien geen gebruikmaking van de constructie meer bekend is geworden.

De bevestiging door Andriessen van de berekening van miljardentegenvallers staat volgens Rabbae op zeer gespannen voet met de melding van minister Zalm, maart dit jaar, dat op het departement nooit een berekening van tegenvallers wegens technolease is gemaakt. Eerder werd dit al weersproken door premier Kok, toen minister van Financiën, die naar aanleiding van een bericht in deze krant beaamde dat Financiën de tegenvaller van alleen de Fokker-technolease in juli 1994 al op een kleine 600 miljoen over vijf jaar raamde.

In de Argos-uitzending van vanochtend werd er ook aan herinnerd dat Andriessen augustus 1994 verdedigde dat het bestaan van technolease transacties in Nederland in zijn ogen het beste geheim kon blijven. Volgens hem was dit een concurrentievoordeel voor Nederland ten opzichte van het buitenland. Tegen een werkgroep uit de Kamer zei Andriessen onlangs dat hij altijd had gestreefd naar gelijke behandeling en weersprak de oud-minister om die reden dat er geheimzinnigheid aan de constructie kleefde.