Voormalig gezant in Zuid-Afrika Roëll over zijn overplaatsing; 'Verhouding speelde geen rol'

Begin vorig jaar werd de ambassadeur in Zuid-Afrika, jhr. mr. E. Roëll, overgeplaatst naar Den Haag en later Brussel. Dat zou zijn gebeurd op last van koningin Beatrix, onder meer wegens een buitenechtelijke affaire.

DEN HAAG, 6 JUNI. Bijna een jaar lang mocht hij van zijn werkgever - het ministerie van Buitenlandse Zaken - niet over de kwestie praten. Maar twee dagen geleden verbrak jhr. mr. E. Roëll op eigen initiatief zijn stilzwijgen. Tijdens een modeshow in Brussel kwam hij tegenover een verslaggeefster van het Algemeen Dagblad terug op wat vorig jaar de affaire-Roëll ging heten, een affaire die veel publiciteit kreeg omdat de koningin haar boekje te buiten zou zijn gegaan.

Augustus vorig jaar meldde deze krant dat koningin Beatrix Roëll, tot begin 1996 ambassadeur in Zuid-Afrika, had laten overplaatsen naar Den Haag en daarna Brussel. Ze had minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) duidelijk gemaakt Roëll niet te willen ontmoeten tijdens het staatsbezoek dat zij later dat jaar, in september, aan Zuid-Afrika zou brengen. Een reden voor de koninklijke interventie zou een tijdelijke, buitenechtelijke affaire van Roëll zijn geweest. Daarnaast zou Beatrix op het vertrek van Roëll hebben aangedrongen omdat hij in Pretoria vroegtijdig bekend had gemaakt dat de koningin een staatsbezoek aan Zuid-Afrika zou brengen.

Na Kamervragen van GroenLinks, vorig jaar september, ontkende minister Van Mierlo dat privé-omstandigheden van Roëll een rol hadden gespeeld bij het vertrek van de gezant uit Zuid-Afrika. Even later, tijdens het staatsbezoek aan Zuid-Afrika, betitelde koningin Beatrix tegenover de meegereisde pers de publicaties over haar interventie bij Van Mierlo als “complete onzin”. Twee dagen geleden hehaalde ook Roëll dat in het Algemeen Dagblad. Hij betitelde de publicaties als “grote onzin”.

Desgevraagd licht de gezant in Brussel zijn uitlatingen telefonisch toe. Roëll zegt niet te weten wat zich in 1995 tussen koningin Beatrix en Van Mierlo heeft afgespeeld tijdens het gebruikelijke gesprek tussen het staatshoofd en de minister van Buitenlandse Zaken dat vooraf gaat aan overplaatsingen van ambassadeurs. Ook heeft hij daar Van Mierlo achteraf nooit naar gevraagd. “Dat zou toch geen zin hebben gehad. Van Mierlo zou daar niets over hebben gezegd.” Maar Roëll acht het om verschillende redenen “onzinnig” om aan te nemen dat zijn buitenechtelijke affaire een rol heeft gespeeld bij zijn vertrek uit Zuid-Afrika naar Nederland.

Zo wijst hij op de korte duur van zijn buitenechtelijke relatie en op het feit dat die al eind 1992, drie jaar voor zijn overplaatsing dus naar Nederland, was beëindigd. “Het gaat hier om een logeerpartij van twee maanden bij mij van iemand anders dan mijn echtgenote. U kunt dat als een klein eufemisme beschouwen. Aan die verhouding heb ik echter een eind gemaakt toen mijn vrouw, die in Nederland was achtergebleven, een herseninfarct kreeg.”

Volgens Roëll had het ministerie van Buitenlandse Zaken voor de hand liggende redenen om hem naar Nederland terug te roepen. “In Den Haag zat men te springen om iemand die snel en tijdelijk taken kon overnemen van de heer Froger, hoofd Directie Midden-Oosten en Afrika. Want die werd zeer in beslag genomen door de herijking (reorganisatie van het ministerie, red.). Ik had mijn periode in Pretoria er bijna opzitten, en had eerder op de directie van Froger gewerkt. Daarom vond men mij de aangewezen persoon. Ik was snel inzetbaar. Mij was tevens in het vooruitzicht gesteld dat ik na zes maanden naar Brussel zou kunnen, een diplomatieke post die niet te versmaden was. Brussel is absoluut geen schandepost. Overplaatsing daarheen was niet erg logisch voor iemand die kennelijk gestraft moest worden.”

Roëll ontkent uit Zuid-Afrika te zijn vertrokken toen de voorbereidingen van het staatsbezoek al waren begonnen. “Die voorbereidingen waren helemaal niet begonnen. Bovendien heb ik vanuit mijn nieuwe post, in Den Haag, misschien nog wel meer kunnen bijdragen aan de voorbereiding van het programma van de koningin dan wanneer ik in Zuid-Afrika was gebleven.”

Wel erkent Roëll “een fout” te hebben gemaakt door het staatsbezoek van koningin Beatrix aan Zuid-Afrika voortijdig bekend te maken. “Dat had ik niet moeten doen. Daarvoor heb ik mijn excuses aangeboden aan minister Van Mierlo. Ik kan me echter nauwelijks voorstellen dat dit enige rol heeft gespeeld bij mijn latere vertrek.” Publicaties dat hij kroonprins Willem-Alexander bij een eerder bezoek aan Zuid-Afrika niet goed zou hebben begeleid, en dat dit een andere reden zou zijn geweest voor de koninklijke ingreep, betitelt Roëll als “onzin”. “Het bezoek van de kroonprins is juist heel goed verlopen.”

Roëll zegt tot dusver niet gehinderd te zijn door de publiciteit bij de uitoefening van zijn diplomatieke functie in Brussel. Wel vindt hij dat door alle berichtgeving “drie personen schade hebben opgelopen”. “Koningin Beatrix omdat zij zich niet tegen al die verhalen kan verweren. Minister Van Mierlo omdat hij gebonden is aan het geheim van het paleis Noordeinde. En ikzelf omdat ik bij een casus ben betrokken die kennelijk moest demonstreren dat de koningin haar boekje te buiten was gegaan.”