Twee Italiaanse romans over renaissance en barok; De duivel heeft voet gezet in onze hersenen

Luigi Malerba: De maskers (Le maschere). Vertaald uit het Italiaans door Etta Maris. De Arbeiderspers, 244 blz. ƒ 36,90

Silvana La Spina: Een duivels zinsbedrog (Un inganno dei sensi malizioso). Vertaald door Pietha de Voogd. De Wereldbibliotheek, 271 blz. ƒ39,50

'Het verleden eindigt nooit', zegt een van de personages in Luigi Malerba's roman De maskers. Het zou het devies kunnen zijn van de moderne Italiaanse literatuur. Sinds het ongeëvenaarde succes van Umberto Eco's De naam van de roos (1980) stort men zich in Italië massaal op de historische roman, die niet alleen populair is onder nieuwe jonge schrijvers, maar vooral ook onder oudere avantgardisten.

Zeven jaar geleden verraste Sebastiano Vassalli, net als Eco voormalig lid van de experimentele Gruppo '63, met het levensverhaal van een door de inquisitie verbrand meisje uit de zestiende eeuw (De heksenschim). Ongeveer tegelijkertijd verscheen van zijn mede-gruppisto Luigi Malerba (69) het wervelende Le maschere, dat nu door Etta Maris in het Nederlands is vertaald.

De maskers, dat zich afspeelt in Rome 1521-22, is het verhaal van de (fictieve) kardinaal Cosimo Rolando della Torre, een machiavellist met een losse moraal die zich na de dood van zijn beschermheer paus Leo X bedreigd ziet in zijn comfortabele positie. Zijn eerste zorg is het gekonkel van de nietsontziende kardinaal Ottoboni, die met hem wedijvert om het lucratieve ambt van pauselijk kamerheer en onderwijl met weergaloze erotische feesten zijn machtsbasis versterkt. Maar op de achtergrond speelt nog een andere dreiging: de aankomst in het Vaticaan van de bij afwezigheid gekozen paus Adrianus VI, de in Utrecht geboren aartsbisschop van Tortosa (Spanje) die de naam heeft formeel te zijn 'en zonder ooit een zweem van vrolijkheid of spot'; erger nog: onder de orgiënde clerus gaat het gerucht dat de nieuwe paus in God gelooft.

De in zeven 'taferelen' beschreven reis en intocht van de vrome papa fiammingo ('Vlaamse paus') omlijst de machinaties van kardinaal Della Torre, die besluit om zijn tegenstander - ook nog eens zijn rivaal in de liefde - uit de weg te ruimen. Zelf maakt hij liever geen al te vuile handen, en dus chartert hij een bij hem inwonende diaken, Baldassare. Of liever, hij chanteert hem. Als de doodgoeie Baldassare niet doet wat hem gezegd wordt, zal de kardinaal de Inquisitie op de hoogte stellen van diens 'onheilige allergie': de jonge diaken krijgt namelijk onverklaarbare niesaanvallen wanneer hij in de buurt van een kerk of een altaar komt - toch al een lastige afwijking in een stad die meer kerken dan corrupte geestelijken telt.

Baldassare en zijn meester Della Torre, een man die in poeslieve bewoordingen recht praat wat krom is, zijn niet de enige twee memorabele personages in De maskers. Ook de intrigerende kardinaal Ottoboni, die de culinaire elite verblijdt met lustopwekkende Venetiaanse krabben en suikernaakten met echt schaamhaar, is goed getroffen. En dan is er nog het ambitieuze hoertje Margotte, zó gebrand op het achterlaten van een herinnering bij haar klanten dat ze hen dwingt om poedelnaakt naar huis terug te keren. Allen worden ze door Malerba in de kleinste details geschilderd, met veel humor en stilistisch vernuft, dat zich vooral uit in de vileine dialogen.

De maskers is overduidelijk een roman over hypocrisie, over de valse gezichten die - niet alleen in het zestiende-eeuwse Rome - de beste garantie zijn om in woelige tijden te overleven. Maar Malerba neemt geen moralistisch standpunt in; daarvoor houdt hij te veel van zijn personages. Zijn roman is in de eerste plaats een historiestuk, een flamboyante sfeertekening van Rome in 'de dagen van pest en verdorvenheid, van tweedracht en honger', waarin kunstenaars als Michelangelo floreerden en gemaskerde bendes straffeloos huizen en kerken plunderden.

Malerba (een pseudoniem van Luigi Bonardi) maakte in de jaren zestig en zeventig naam met komisch-avantgardistische boeken als De ontdekking van het alfabet en Na de haaien. In De maskers veroorlooft hij zich weinig narratieve frivoliteiten. Er zijn een paar subtiele anachronistische grapjes, en het motto van het boek ('...en onthoud: iemand vermoorden is het makkelijkste wat er op de hele wereld is') is afkomstig uit het boek zelf; maar over het algemeen is De maskers rechttoe-rechtaan verteld. Het is de historische inleving die regeert, en niet de hand van de experimenterende schrijver.

Hetzelfde kan gezegd worden van een andere opmerkelijke historische roman die onlangs werd vertaald: Een duivels zinsbedrog van Silvana La Spina, een literatuurdocente die ondanks drie eerdere romans buiten Italië nauwelijks bekendheid heeft. La Spina's stijl, gekenmerkt door lange, regelmatig van toon veranderende zinnen en laconiek commentaar van een alwetende verteller, is veel bloemrijker en weerbarstiger dan die van Malerba; maar het beeld van een samenleving in verwarring en verval dat er mee opgeroepen wordt is net zo scherp als dat van pauselijk Rome in De maskers.

La Spina's decor is de mediterrane wereld van de late zestiende en vroege zeventiende eeuw, toen het katholieke geloof nog steeds in een crisis verkeerde en het wereldrijk van de Habsburgers bedreigd werd door zwakke heersers en oprukkende Turkse legers. De toon van Een duivels zinsbedrog wordt meteen aan het begin van het boek gezet, met een barok noodlotsvisioen van een non in een Siciliaans klooster. Deze zuster Trafitta, nicht van een Romeins kerkvorst, ontpopt zich tot een kruising tussen Cassandra en Anaïs Nin; hoe vaker haar met seksuele fantasieën gelardeerde voorspellingen uitkomen, hoe geïsoleerder ze raakt. Verjaagd door iedereen die met haar te maken krijgt, reist ze van hof naar hof: van het Napels van prins Carlo Gesualdo (de madrigalencomponist die zijn ontrouwe vrouw gruwelijk vermoordde) naar het Istanbul van sultan Mehmed III - via het Rome van paus Gregorius XIII en het Praag van de alchemistisch geobsedeerde Rudolf II.

Zuster Trafitta is een van de drie zeer verschillende hoofdpersonen van Een duivels zinsbedrog. Afwisselend wordt ook het verhaal verteld van een geile Spaanse edelman die lijdt aan een geheimzinnige slaapziekte en door zijn biechtvader ter genezing door Europa wordt vervoerd, én van de Siciliaanse armenpastoor Crocifisso die de oorlog verklaart aan zijn corrupte aartsbisschop (en vervolgens met hart en ziel streeft naar het martelaarschap). Hun levenslijnen komen spectaculair tegen het eind van het boek bijeen in het Topkapi-paleis van de Turkse sultan.

Net als Luigi Malerba beschrijft Silvana La Spina de vroeg-moderne wereld als een samenleving met sex on the brain; zoals een van haar personages vertwijfeld uitroept: 'De duivel heeft voet gezet in mijn hersenen.' Geen priester of hij zit aan de 'onvolgroeide liezen' van zijn koorknaapjes, geen edelvrouw of ze droomt van fors geschapen zeerovers met gespierde benen, geen stad of er is een levendige handel in vrouwenvlees en afrodisiaca. De angst voor de pest en de Turk doet de wereld dansen op de vulkaan.

Als De maskers een strak opgezet historiestuk is, dan is Een duivels zinsbedrog een panorama waar je niet snel op uitgekeken raakt. La Spina's hoofdfiguren en talrijke figuranten (onder wie de verketterde filosoof Giordano Bruno en de door 'luizenziekte' verteerde Filips II) roepen in al hun excentriciteit misschien weinig medeleven op, maar je vergeet ze evenmin als de konkelende kardinalen die Malerba's Vaticaan bevolken. Daarbij schildert La Spina op een innemende manier de habitats van de eind-zestiende-eeuwers. Neem de beschrijving die ze geeft van de Siciliaanse stad Catania, die - als straf voor haar zonden, zeggen de boetepredikers - opgeschrikt is door een kleine natuurramp:

'Inmiddels is er een maand verstreken sinds de dag van de aardbeving en de stad heeft haar gewone leven hervat, die aardbeving was trouwens niet zo ernstig, alleen wat oppervlakkig schudden van de grond, alleen wat instorten van krotten en wankele balkons, deze stad is wel erger gewend; hier en daar is men dus begonnen met bouwen, de gevels hebben een nieuw verfje gekregen, men is zelfs weer gaan zondigen, gaan liegen; kortom, men is weer mens geworden zoals altijd.'

Over zo'n stad wil je niet alleen lezen; je zou er willen wonen.