Roepnaam: schoonheid

Soms weet een citaat zich stevig in het hoofd te nestelen. En als dat gebeurt, wat heeft dat dan te betekenen? “Opeens klinkt daar het lied dat de sleutel bevat tot de code van jouw ziel.”

Douglas Coupland: Polaroids. Uitg. Meulenhoff, 216 blz. Prijs ƒ 55,-.

De tekst die het afgelopen jaar de meeste indruk op mij heeft gemaakt en die ik, sinds ik haar voor het eerst onder ogen kreeg, stuk heb gelezen in de hoop dat zij mij déze keer haar geheim zou prijsgeven, is 'The Brentwood Notebook': een artikel van de Canadese schrijver Douglas Coupland (beroemd van Generation X en Microserfs), opgenomen in zijn bundel Polaroids from the Dead, over de even bizarre, dure als kunstmatige wijk van Los Angeles waar onder meer Marilyn Monroe en Nicole Simpson-Brown woonden en stierven.

Met name één zin uit deze voorbeeldige proeve van journalistieke literatuur over de crisis waarin de droom van Het Grote Leven verkeert, blijft al een jaar lang als de lichaamloos tussen de takken van een boom zwevende glimlach van de Mona Lisa door mijn hoofd spoken. Soms is het zó erg dat ik wenste dat ik die vervloekte zin nooit gelezen had. Dan zou ik mijzelf er niet meer op hoeven te betrappen dat ik in de tram, onder de douche, tegen de wang van de geliefde, als een mantra, deze woorden aan het prevelen ben: “people willfully forgetting their own personal narratives, in the hope of achieving some random transcendence”. En nog maar weer eens, met nóg meer nadruk op die laatste drie woorden: “some random transcendence”. Wat voor grote of kleine openbaring verschanst zich toch in die cadans van oms en ensen?

Zandkastelen

De context is deze. Op een gegeven moment introduceert Coupland in zijn Brentwood Notebook het begrip denarration, als aanduiding voor het proces waarbij mensen plotseling of geleidelijk hun levensverhaal kwijtraken. Vroeger had je, om jezelf te kunnen plaatsen, genoeg aan je directe omgeving: familie, religie, sociale klasse, nationaliteit, geschiedenis, etc. Dat soort rudimentaire markeringen - bijna primitief in hun tastbaarheid - zijn echter als zandkastelen bij een springtij finaal van de kaart geveegd door de stortvloed aan informatie waarmee de elektronische en digitale media onze levens hebben overspoeld.

Wat vroeger rotsvaste herkenningspunten waren, hoekstenen voor ieders identiteit, vormen nu samen niet meer dan een handjevol fletse gegevens in een oceaan van overal om ons heen oplichtende data, en zijn daardoor gerelativeerd tot een verzameling toevalligheden. Althans zo voelt het, wanneer je je niet meer kunt oriënteren binnen je eigen bestaan, je leven geen verhaal meer heeft, en jij dus geen leven. Iedereen had net zo goed iemand anders kunnen zijn, en nóg: twee keer klikken met de kosmische muis op shuffle, en presto!

Sterker, niets verplicht je meer om te blijven die je bent - laat staan om, zoals Nietzsche het ideale traject verwoordde, te worden die je bent. Laat je gerust door anderen leven of leef zelf door middel van anderen - bij voorkeur beroemdheden, dat droomt het lekkerste. Als je maar zorgt dat je weer weg bent als hun beroemdheid voorbij is, of als ze, hun ziel verteerd door de roem, de roem voorbij zijn - wat de heftigste, meest slopende vorm is van denarratie, vaak met dodelijke afloop: zie Monroe, zie Presley, zie Cobain, maar zie ook, voor hetzelfde geld maar betaald met de keerzijde van de munt: O.J. Simpson en de broertjes Menendez.

En zo leven en sterven ze dan in L.A., met hun geloof in de manipuleerbaarheid van leeftijd en aura, hun ontkenning van de historie, hun paranoia en verwerping van reflectie en mededogen, de inwoners van Brentwood - het hart van een denarratie-zone die zich zo langzamerhand over de hele Westerse beschaving heeft uitgebreid.

Las Vegas

Maar hey, wacht: als je niet rijk en beroemd bent, ben je sowieso niemand, heb je sowieso geen leven, dus waarom zou je je druk maken over de leegte die het verlies van je levensverhaal achterlaat? Daar zal op een gegeven moment toch wel weer een mouw aan te passen zijn? Iets op afbetaling misschien? Een beetje knap levensverhaal van iemand anders, bij voorkeur een eerste eigenaar natuurlijk, aan te schaffen met de hypotheek die je destijds op je eigen leven genomen hebt... Okay? Deal?

Coupland vergelijkt hen met de mensen die verslaafd zijn geraakt aan de verlokkingen van Las Vegas, endlessly pumping their lifes dividends in the computer poker units, willfully forgetting their own tired, boring, statistically average personal narratives, narratives so average that they are worthy of self-contempt, in the hope of achieving some random transcendence.

Daar zal je 't hebben. En precies op dit punt in het verhaal van Coupland, gebeurt er dan telkens iets merkwaardigs met mij. Mijn filosofisch-correcte mengeling van morele verontwaardiging, cultuur-pessimisme en compassie slaat om in een malicieuze juichstemming. Ik kan deze passage niet lezen zonder te denken: YES! I love it! Some random transcendence, wat is er mooier? God dobbelt tenslotte ook, dus waarom wij niet?

Misschien moet ik proberen dat even uit te leggen.

Ik heb filosofie gestudeerd. Waarom? Omdat ik Alles wilde weten. Al snel bleek echter dat ik Alles al wist. Ik had het misschien niet allemaal paraat, maar toch. Van ophouden was echter geen sprake. Ik zou wel gek zijn. Ik bevond mij in het mooiste, meest gedurfde en indrukwekkende bouwwerk dat een mens, de mens, zich maar kon dromen: een labyrintische combinatie van tempel, palazzo, ruimteschip, boerderij en Empire State Building. En het mooiste was nog wel het uitzicht, niet zozeer het uitzicht vanaf de door de Grote Denkers zelf gebouwde balkons - dat klopte slechts zelden met wat er in de folders stond - maar het uitzicht dat je had als je door de scheuren in het bouwwerk, en vooral door de gigantische gaten in de fundamenten, keek. Daar lichtte de ruimte op, en daarachter weer, heel in de verte en tegelijk vlak voor je neus, de ontelbare ogen op de huid van de kosmische slang. Een tot in het oneindige knetterend vuurwerk dat de duizendkleurige achtergrond vormt van elk moment van ooh en aah dat een mens maar kan overvallen. En we noemen het, met een woord dat ik weiger te vertalen omdat ik er geen ons van wil missen: transcendence. Roepnaam: schoonheid, betekenis, liefde, overvloed.

Luchtkasteel

Hangend aan de lamp aan het plafond van de bodemloze kelder van de kathedraal van het denken - waar mijn uitzicht hoogstens af en toe door een voorbijdrijvend Niets werd belemmerd - kreeg ik steeds minder zin om mij naar boven te sleuren, al die eindeloze trappen van andermans gedachten op. Trappen die, wist ik, naarmate je hoger en dichter bij het dak kwam, steeds smaller en benauwder werden, tot je tenslotte niet meer voor of achteruit kon - waarop iedereen dan verheugd begon te roepen we zijn er! we zijn er!

Op een gegeven moment werd de last van dat gigantische luchtkasteel boven mij zo drukkend, dat ik besloot mijn lamp los te laten, ook al zou dat betekenen dat ik in een eeuwige vrije val terecht zou komen. Maar niets van dat al. Het had meer iets van een bekende slapstick-scène, waarin de held zich heel dramatisch uit een raam werpt waarvan hij vergeten was dat het zich op de begane grond bevindt. Ik liet los in de kosmos en het volgende moment, hetzelfde moment eigenlijk, stond ik op straat en had al mijn zinnen nodig om niet van de sokken gereden te worden door het voorbijrazende verkeer. Prachtig vond ik het, en nog steeds!

Natuurlijk lijkt het me leuk om verlicht te worden, maar alleen als het toevallig zo uitkomt en ik doe er verder niets aan - net als met mijn verjaardag eigenlijk. Some random transcendence, dat is het streven, een jukebox-openbaring. Je stapt, je huidige bestaan beu, op een willekeurig station uit de trein, en wordt als vreemde in een vreemde wereld op slag razend gelukkig. Of je staat een beetje doelloos in een café, verveelt je nogal, en, ach wat kan het ook schelen, je gooit je laatste kwartje in de jukebox en drukt op goed geluk twee knoppen in. Groen 14, ik zeg maar wat. En opeens klinkt daar het lied dat de sleutel bevat tot de code van de kosmos in het algemeen en die van jouw ziel in het bijzonder. Je bent vrij. Niets jarenlange spirituele training en lichamelijke ascese, niets regressie-therapie en grote karmische schoonmaak, niets dagelijks om half vier opstaan om door middel van pijnlijk zitten de spiegel van je geest zo leeg en glanzend mogelijk te krijgen. Ga toch heen! God - die met de beste wil van de wereld het onderscheid tussen willekeur en noodzaak niet kan zien, en er bovendien een heel eigen idee over verdienste op na houdt - had gewoon daarboven toevallig ook net op Groen 14 gedrukt.

Wij denken altijd maar dat er een groot verschil is tussen een diamant en een stuk glas, maar het enige dat telt is de schittering die zij in de zon gemeen hebben.