Richtlijn 83/189 zaait paniek

Paniek in Den Haag. De Nederlandse overheid is in problemen geraakt omdat bijna 400 regels niet op de juiste wijze in Brussel zijn aangemeld. Schadeclaims liggen in het verschiet.

DEN HAAG, 6 JUNI. Misschien zullen bij de Hema alsnog de Kingtel telefoons te koop komen. De apparaten werden zeven jaar geleden uit de handel genomen omdat de in de wet telecommunicatie voorgeschreven testprocedure niet was gevolgd. De voorschriften op grond waarvan de Kingtel werd verboden, waren echter nooit aangemeld bij de Europese Commissie. En daarom waren ze niet geldig, zo blijkt uit een arrest van het Europese Hof van Justitie dat voor paniek op het ministerie van economische zaken heeft gezorgd.

De Hema is één van die Nederlandse bedrijven die met belangstelling zullen hebben gekeken naar een uitzending van Nova gisteravond, waarin uit de doeken werd gedaan hoe de Nederlandse overheid in de problemen is geraakt door nalatigheid bij de naleving van Europese regelgeving. Volgens specialisten in Europees Recht liggen schadeclaims in het verschiet. Verder dreigen ten minste 386 Nederlande regels helemaal opnieuw te moeten worden vastgesteld.

Als bron van alle problemen kan richtlijn 83/189 worden aangewezen. In die regel uit 1983 schreef de Europese Commissie (het dagelijks bestuur van de EU) de lidstaten voor nieuwe technische voorschriften voorafgaand aan de definitieve vaststelling te melden bij de Commissie. Andere lidstaten kunnen dan over de in aantocht zijnde regels worden geïnformeerd en eventueel bezwaar maken. Doel van deze procedure is de handhaving van het vrij verkeer van goederen tussen de EU-landen: via technische bepalingen zou immers de buitenlandse concurrentie kunnen worden geweerd.

Het gaat dan bijvoorbeeld om veiligheidseisen voor kinderspeelgoed, regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, technische eisen voor apparatuur waarmee snelheidscontroles worden gehouden en kwaliteitsvoorschriften voor bloembollen. Geen regels waar de burger elke nacht van van wakker ligt, maar voor de producenten van speelgoed en bloembollen zijn ze van levensbelang.

De Nederlandse overheid blijkt zich met wisselende zorgvuldigheid aan de meldingsplicht te hebben gehouden. Sommige ministeries meldden bijna alle nieuwe technische voorschriften, anderen deden het nauwelijks. Drie keer is Nederland door het Europees Hof daarvoor terecht gewezen, maar in de praktijk bleek vervolgens in Brussel het verzuim te kunnen worden rechtgetrokken.

Op Koninginnedag 1996 is dat definitief veranderd. Op die dag bepaalde het Europees Hof, in het zogenaamde Securitel-arrest, dat technische voorschriften die niet bij de Commissie zijn aangemeld 'niet toepasselijk' zijn, ook al zijn die voorschriften inhoudelijk in overeenstemming met Europees recht. Tevens bepaalde het Hof dat de richtlijn directe werking heeft: burgers uit de lidstaten kunnen zich er tegenover hun overheden op beroepen. Samengevat: niet aangemeld betekent niet afdwingbaar, een bedrijf of burger hoeft zich er niet aan te houden en kan dat desnoods door de rechter laten uitspreken.

“De gevolgen kunnen ernstig zijn”, zo schrijft minister Wijers aan de Tweede Kamer. “Indien van toepassing van alle niet genotificeerde eisen volledig zou worden afgezien, zou dat de werking van een aantal wetten en regelingen ernstig kunnen frustreren.” En dat niet alleen. Bedrijven die in het verleden zijn veroordeeld wegens het niet nakomen van een voorschrift, kunnen herziening van hun veroordeling vragen, verwacht mr. M.G. Wezenbeek-Geuke, advocaat bij de Bruselse vestiging van Nauta-Duthil.

Of bedrijven die in het verleden door niet-aangemelde voorschriften zijn getroffen ook schadevergoeding kunnen eisen, is onduidelijk. Volgens advocaat Wezenbeek moeten bedrijven die destijds bij hun veroordeling al hebben betoogd dat een voorschrift niet gold omdat het niet in Brussel was aangemeld, in aanmerking komen voor een schadevergoeding. Voor bedrijven die dat tijdens het uitvechten van hun dispuut niet aanvoerden, ligt de zaak ingewikkelder. “Maar ook die zaken zou ik wel aandurven.”

In deze redenering zou de Hema een heel sterke zaak hebben. In het dispuut over de Kingtel telefoons wees de winkelketen er zeven jaar geleden al op dat de voorgeschreven testprocedure niet Europees was aangemeld. De rechter, in dit geval het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, bepaalde op 30 januari 1991 dat het niet inachtnemen van de notificatieverplichting niet betekende dat de betreffende regeling buiten werking moest blijven. De telefoons moesten uit de handel. Ten onrechte dus, naar nu blijkt.

Hoe kan het dat Nederland, dat zich altijd pro-Europees opstelt en zich inzet voor een sterke Commissie en een gezaghebbend Hof, zich niet aan de Europese regels houdt? “Het wetgevingsapparaat in Nederland werkt niet goed met betrekking tot Europees Recht”, zegt mr. J.C. van Haersolte, specialist Europees Recht bij het T.M.C. Asserinstituut in Den Haag. “Veel departementen hebben gewoon niet in de gaten dat zij dit soort regelingen moeten aanmelden.”

Nederland heeft ook niet geprobeerd het Hof van Justitie te bewegen zijn arrest van 30 april vorig jaar zo te formuleren dat de uitspraak alleen betrekking heeft op voorschriften die nà die datum tot stand komen, zo signaleert Van Haersolte. Terwijl Den Haag had kunnen weten welk gevaar er dreigde, want de Europese Commissie drong er al langer bij het Hof op aan de richtlijn directe werking te geven. Of er na het arrest wel alert is gereageerd weet Van Haersolte niet, maar hij wijst erop dat het Nederlands Tijdschrift voor Europees Recht al in juli vorig jaar een artikel aan het probleem wijdde. Een half jaar later volgde de Common Market Law Review. En deze week is er dan de brief van Wijers.

Hoe het nu verder moet is onduidelijk. Formeel gesproken moeten alle regelingen die niet zijn aangemeld opnieuw worden opgesteld, en dan met inachtneming van de Europese procedure. Dat betekent ook dat andere lidstaten eventueel aanmerkingen kunnen maken.

Bij een vergelijkbaar ingrijpend arrest van het Europees Hof, het Barber-arrest uit 1990 dat bepaalde dat pensioenregelingen voor mannen en vrouwen in onderdelen volstrekt gelijk moeten zijn, werd een politieke oplossing gekozen. In een speciaal protocol bij het Verdrag van Maastricht werd bepaald dat het Barber-arrest niet met terugwerkende kracht gold. In Den Haag wordt nu aan een protocol bij het Verdrag van Amsterdam gedacht. Maar er is een belangrijk verschil: het Barber arrest trof de meeste lidstaten even zwaar, het arrest van 30 april vorig jaar lijkt vooralsnog vooral voor Nederland gevolgen te hebben. Of premier Kok's collega's hem over anderhalve week te hulp willen schieten moet worden afgewacht.

De fracties in de Tweede Kamer zijn zeer verbaasd over de juridische ongeldigheid van de bijna vierhonderd regelingen. Alle fracties willen dat het kabinet-Kok volgende week in de Tweede Kamer tekst en uitleg geeft over de kwestie.

Kamerlid Y. van Rooy (CDA) vindt het “onbegrijpelijk en buitengewoon naïef” dat een groot aantal wetten en regelingen ongeldig zijn doordat de Nederlandse regering heeft verzuimd de bijbehorende technische voorschriften aan te melden bij de Europese Commissie. De voormalig staatssecretaris van Economische Zaken wil van het kabinet weten om welke wetten en regelingen het precies gaat. Dit verzoek wordt door alle fracties gesteund. Het CDA-Kamerlid wijst erop dat het kabinet al in januari actie had kunnen en moeten nemen, maar “tussen januari en nu is er niets gebeurd”. B. Korthals (VVD) spreekt van een “zeer ernstige zaak” waarvan de gevolgen “absoluut niet onderschat moeten worden”. Hij vindt het “merkwaardig” dat technische eisen die de Nederlandse overheid oplegt aan produkten goedgekeurd moeten worden door Brussel en wil uitleg daarover van het kabinet. “Onthutsend dat dit kan gebeuren”, vinden zowel het Kamerlid Van Walsem (D66) als Rabbae (GroenLinks). Fractievoorzitter Marijnissen van de SP signaleert dat het ministerie van Justitie “een groot probleem” heeft. “Is het wel rechtmatig om het openbaar ministerie het veld in te sturen, straffen te eisen, terwijl men weet dat het gebeurt op onrechtmatige wetten omdat die niet zijn getoetst door de Europese Commissie”, zo vraagt Marijnissen zich af.