Rhapsody in August

Rhapsody in August (Akira Kurosawa, 1990, Japan). BBC2, 1.40-3.20u.

Het is niet waarschijnlijk dat de nu 87-jarige Japanse grootmeester Akira Kurosawa ooit nog een film zal regisseren. Zijn zwanenzang blijkt dan niet de grootscheepse King Lear-verfilming Ran (1985) of de idiosyncratische episodenfilm Dreams (1990), maar Rhapsody in August (Hachigatsu no kyoshikyoku), een bescheiden voetnoot bij Kurosawa's in 1943 begonnen carrière. De na vertoning in het Cannesfestival in 1991 internationaal weinig bekend geworden verfilming van een roman (Nabe no naka) van Kiyoko Murata is in veel opzichten teleurstellend.

De ter gelegenheid van de 45ste verjaardag van de atoombom op Hiroshima en Nagasaki gemaakte film bedient zich van melodramatische en sentimentele stijlmiddelen. Vier kinderen gaan op bezoek bij hun grootmoeder, die op het platteland woont in de buurt van Nagasaki. Zij overleefde de bom en vertelt in details over de gebeurtenissen in die memorabele augustusmaand. Haar kinderen hebben altijd hun best gedaan daar niet over te praten, temeer daar een deel van de familie uitweek naar Hawaii om daar ananas te kweken en met succes veramerikaniseerde. De ontmoeting tussen de oude vrouw (Sachiko Murase) en haar Japans-Amerikaanse neef (Richard Gere) vormt de apotheose van Rhapsody in August.

Kurosawa lijkt met zijn film verzoening te willen preken, die alleen maar tot stand kan komen als de geschiedenis onder ogen gezien wordt. Het is dus een kwestie van vergeven, maar niet vergeten. Mede door de onhandig-plechtige stijl van de film, die slow motion en mopjes Vivaldi en Schubert niet schuwt, lijkt het herdenken soms onaangenaam vervuld van nostalgie naar de oude Japanse grandeur. Om Kurosawa deze misstap te kunnen vergeven, is het misschien wel geboden Rhapsody in August snel te vergeten.