Procureur-generaal weg; Arafat komt in actie tegen corruptie

JERUZALEM, 6 JUNI. De procureur-generaal van het Palestijnse Zelfbestuur, Khaled al-Qidra, heeft gisteren zijn ontslag ingediend. Ingewijden in Gaza zeggen dat PLO-leider Yasser Arafat Qidra (65) heeft gedwongen af te treden.

Na de openbaarmaking van een vernietigend rapport over corruptie binnen het Zelfbestuur, twee weken geleden, waarin het kantoor van Qidra een prominente rol speelt, zou diens positie onhoudbaar zijn geworden. Zelf zei Qidra vanochtend op Radio Palestine dat hij zich om gezondheidsredenen terugtrok.

Arafat heeft gisteren ook een Commissie voor Nationaal Onderzoek ingesteld, die andere hooggeplaatsen die in het rapport van corruptie worden beschuldigd, aan de tand moet voelen. De Commissie, die een maand krijgt om het onderzoek uit te voeren, wordt geleid door Arafats kabinetssecretaris. Dat de overige zeven leden bekendstaan als onafhankelijk en relatief 'schoon', geeft vele Palestijnen hoop dat Arafat eindelijk serieus van plan is de corruptie binnen zijn Zelfbestuur aan te pakken.

Corruptieschandalen binnen het Zelfbestuur zijn al lang een publiek geheim. Hooggeplaatsten die publieke gelden aanwenden voor eigen gewin of smeergeld aannemen, gaan geducht over de tong. Hoe kan het anders, als zelfs de installateur van satellietschotels in Gaza zegt: “Ik installeer schotels op de huizen van ministers. Ze betalen me niet zelf, het komt allemaal uit de staatskas.” Maar dat de corruptie dezer dagen zelfs op de streng-gecensureerde televisie wordt besproken, en dat daarbij openlijk namen van ministers worden genoemd, is nieuw.

De zaak kwam aan het rollen na een emotioneel artikel van de journalist David Hirst in de Britse krant The Guardian, onder de kop Shameless in Gaza. Sinds het eind april verscheen, was dit (vaak in het Arabisch vertaald) waarschijnlijk het meest-gefaxte document in de hele Gazastrook. Hirst deed weinig meer dan de geruchten die hij over ministers had gehoord, opschrijven. Een van Arafats medewerkers zei dan ook boos dat Hirst niet welkom meer was in Gaza, omdat hij de feiten niet had gecheckt.

Twee weken geleden besprak het Palestijnse parlement Arafats budget voor 1997. In de tweedaagse sessie regende het beschuldigingen over ministersvrouwen die op staatskosten naar het buitenland belden en hooggeplaatsten die niet konden verantwoorden hoe zij donorgelden hadden besteed. Ook werden de zakenmonopolies van het Zelfbestuur gehekeld (cement, benzine), omdat de miljoenen dollars die insiders van Arafats kantoor daarmee verdienen, niet in de staatskas terugvloeien. Arafat liet de Palestijnse journalist arresteren die de debatten op televisie uitzond. Maar de reputatie van het Zelfbestuur had een gevoelige deuk opgelopen. Uit een opiniepeiling bleek dat bijna driekwart van de Palestijnen geloofde dat het Bestuur corrupt was. Arafats populariteit daalde naar een dieptepunt van 40 procent.

Een neef van Arafat, Jarar Qudwa, had al geruime tijd een rapport klaarliggen dat vernietigend materiaal bevatte over sommige ministers. Het rapport, dat was gefinancierd door een VN-organisatie en waarin stond dat meer dan 300 miljoen dollar aan donorgeld is verdwenen, circuleerde alleen in Arafats kantoor en binnen de donorgemeenschap. Vlak na de sensationele parlementsdebatten gaf Arafat zijn neef plotseling toestemming het te publiceren. Ook kregen de kranten en de televisie het groene licht er vrijelijk uit te citeren. Een van de namen die frequent werd genoemd, was die van procureur-generaal Khaled al-Qidra. Qidra had een slechte reputatie. In 1992 werd hij bijna vermoord door leden van zijn eigen partij, Arafats Fatah, wegens collaboratie met Israel, corruptie en 'misdrijven met vrouwen'. Hij redde zijn leven door uit het raam te springen. In 1994 werd hij door Arafat benoemd. Dat hij Palestijnen zonder vorm van proces in de gevangenissen hield, of 's nachts op basis van merkwaardige aanklachten voor het gevreesde militaire tribunaal tot zware gevangenisstraffen liet veroordelen, maakte hem nog minder geliefd dan hij al was.

Arafat lijkt in zijn opzet te slagen: populariteit terugwinnen. Velen hopen dat het aftreden van Qidra en de installatie van de Onderzoekscomissie de eerste tekenen zijn dat Yasser Arafat van plan is eindelijk 'zijn stal schoon te vegen'.