'Politieke missie EU naar Congo nu nodig'

LUXEMBURG, 6 JUNI. De ministers van Ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie hebben een uiterste beroep gedaan op hun collega's van Buitenlandse Zaken om een EU-trojka naar Congo en Rwanda te sturen. De ministers deden hun oproep tijdens een bijeenkomst van de Ontwikkelingsraad, gisteren in Luxemburg.

De oplossing van het vluchtelingenvraagstuk en de aanhoudende berichten over moordpartijen onder Rwandese vluchtelingen in Oost-Congo eisen een politieke oplossing, aldus de ministers. Er is haast geboden, terwijl de EU verdeeld is over de opportuniteit van een missie op dit moment.

Minister Pronk, de voorzitter van de Raad, gaf na afloop aan dat de ministers van Ontwikkelingssamenwerking weliswaar het meest van de situatie in het Grote Merengebied afwisten, maar dat het er nu op aankomt een duidelijk politiek signaal af te geven om de moordpartijen te stoppen. “Met hulp zijn de vluchtelingen niet langer te redden, er moet nu politiek iets gebeuren”, aldus de minister.

Pronk was van mening dat de nieuwe leider van de Congo, Kabila, niet al te veel invloed heeft op de situatie in Oost-Congo. Ook hadden Pronk berichten bereikt dat elementen van het Rwandese leger moordend rondtrokken in het grensgebied bij Rwanda. Het was onduidelijk of zij zich nog wel aan het Rwandese gezag onderworpen wisten. De indruk groeit, aldus Pronk, dat zij nu gehoorzamen aan andere Rwandezen die op de macht uit zijn.

Na afloop van de Raad was Pronk teleurgesteld dat de ministers van Ontwikkelingssamenwerking niet meer hadden kunnen doen in de afgelopen maanden. In februari staken de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU een stokje voor een trojka-missie naar het Grote Merengebied van de ministers van Ontwikkelingssamenwerk onder leiding van Pronk. “Wij weten het meest van de situatie in Congo. Wij tellen vier artsen onder onze ministers.”

Pagina 5: 'Missie politiek signaal'

Pronk zei gisteren in Luxemburg er vrede mee mee te hebben dat er nu een beroep wordt gedaan op de ministers van Buitenlandse Zaken. “Zij kunnen een politiek signaal afgeven en eisen dat met het weer op gang brengen van de hulp, tegelijk de mensenrechten moeten worden gerespecteerd.”

Over de toekomstige afspraken van de Europese Unie met de voormalige kolonieën in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (vastgelegd in het Verdrag van Lomé), wordt volgens Pronk vooruitgang geboekt. De landen van de EU zijn het eens geworden dat er tussen de voormalige kolonieën een scheiding moet worden aangebracht van die landen die het betrekkelijk goed gaat (Ivoorkust) en landen die arm blijven (Burkino Faso). In het ene geval kan de hulp wat afnemen en in het andere geval moet zij toenemen. Ook wordt erover gedacht om andere arme landen, zoals Afghanistan en Bangladesh, een kans te geven om toe te treden tot het nieuwe Lomé-verdrag, dat in 2000 van kracht zou moeten zijn.

De Ontwikkelingsraad nam ten slotte een resolutie aan, waarin bepleit wordt dat de landen van de Europese Unie zowel intern als in de Unie een coherenter beleid gaan voeren. Dus in de toekomst niet een land compenseren voor visvangst (Senegal), maar tegelijkertijd ook de plaatselijke vissers uitschakelen en de visstand plunderen.

Behalve op het terrein van visserij, conflictbeperking, voedsel en migratie, zullen de regeringen van de Europese Unie in de komende jaren ook moeten nagaan, hoe er een meer eenvormig beleid kan groeien op het terrein van landbouw, handel en milieu. Pronk verwacht dat de ontwikkelingslanden in de derde week van juli in New York de Europese Unie zullen kapittelen in de Verenigde Naties. Zij zullen op de milieutop vragen naar de 3 miljard ecu voor milieuprojecten die de Europese Unie de laatste vijf jaar heeft toegezegd, maar waar nauwelijks iets van is uitgekeerd.