Nachtmerrie

De opwinding die een evenement als het Holland Festival hoort teweeg te brengen wás er, dinsdagavond, maar dan wel in negatieve zin. Verpletterd door ergernis, wist ik niet hoe snel ik me uit de voeten moest maken in de pauze van El arte del Tango, een voorstelling van de Nederlandse choreograaf Wouter Brave en gezamenlijk geproduceerd door het Holland Festival, Theater Carré en Het Nationale Ballet, dat tien dansers ter beschikking stelde.

Een confrontatie tussen klassiek ballet en de Argentijnse volksdans had het moeten worden, tussen hemelse beheersing en aardse hartstocht, maar het werd een slecht uitgevoerde derderangs nachtclub-show, in elkaar gezet door een enthousiaste vakantieganger die in de straten van Buenos Aires ogen tekort was gekomen. Alles ten koste van de reputatie van het Holland Festival en van Het Nationale Ballet, waarvan onder anderen enkele solistes in retro-badpak met bevallige poses het op toeristen toegesneden optreden van een oude tango-zanger mochten opluisteren. Aangezien werkweigering meer dan gerechtvaardigd was geweest, werd de scène een toonbeeld van dansersdiscipline.

Een show for the millions, want onthaald op staande ovaties naar ik later hoorde, maar de vraag is natuurlijk toch hoe zo'n blamage te voorkomen is. El arte del tango kan het uitstekend af zonder de inbreng van instituten van naam en faam en juist hun naam en faam gebieden dat het Holland Festival en Het Nationale Ballet zich niet met dit soort produkties inlaten. Maar de praktijk is ingewikkelder dan wijsheid achteraf. De leiders van het festival en het balletgezelschap hebben zich laten overtuigen door een op papier misschien heel aantrekkelijk ogend plan. Weliswaar van een choreograaf die bij Het Nationale Ballet niet meer dan één redelijk geslaagde workshop heeft gedaan, maar de wil tot samenwerken en de gedachte dat een luchtig project met de in zwang zijnde tango een aardige aanvulling kan zijn op het festivalprogramma kunnen op een gegeven moment zwaarder gaan wegen dan de twijfel.

De zaal wordt dus gereserveerd, het programma-boekje gedrukt, de kaartverkoop begint en loopt zelfs goed en de voor-publiciteit komt ook op gang. Pas dan krijgen de co-producenten enigszins zicht op de resultaten van hun vereende inspanningen. Gesteld dat de leiding van festival en balletgezelschap inderdaad poolshoogte zijn gaan nemen en gesteld dat ook zij wat ze zagen onder de maat vonden en niet voor vertoning vatbaar - dan begint zich op dat moment een nachtmerrie te voltrekken. Alles en iedereen moet worden aan- en afgeschreven, het avondje-uit van velen eindigt bij voorbaat in een teleurstelling en de pers wordt op een dienblaadje munitie geserveerd om reputaties op de korrel te nemen.

De verleiding om alles door te laten gaan is dus minstens zo groot als de heisa die een afgelasting veroorzaakt. In de ogen van velen staat een afgelasting gelijk aan een afgang, die de indruk dat de kunstwereld er maar een potje van maakt 'van onze belastingcenten' nog eens bevestigt. Zelfs uitstel van de première is om die reden al zo goed als taboe. Fröken Julie van het Utrechtse toneelgezelschap De Paardenkathedraal in de regie van Dirk Tanghe was enkele maanden geleden naar het oordeel van de leiding nog niet af op de première-datum, maar de angst voor de reacties op uitstel won het van die voor de reacties op een slechte voorstelling - die prompt kwamen.

Kunstenaars en leiders van gezelschappen en festivals zouden zich minder gelegen moeten laten liggen aan de protesten tegen afgelastingen. De afgelasting is pijnlijk en een beslissing die moed vereist. Het moge duidelijk zijn dat de betrokkenen er niet zomaar toe overgaan, temeer omdat er nooit een bevredigende verklaring voor te geven valt, waar intussen wel om gevraagd wordt. Maar het mislukken van artistieke processen, het falen van een produktie waar als het goed is op het scherp van de snede geopereerd wordt, is nu eenmaal niet te herleiden tot duidelijke oorzaken. De afgelasting - waartoe éen en hetzelfde gezelschap natuurlijk niet te vaak moet hoeven besluiten per seizoen, want dan wordt zij een signaal van structurele onmacht - is in normale omstandigheden een kwestie van zelfrespect, respect voor de betrokkenen en, uiteindelijk, ook van respect voor het publiek.