Muskens vreest dat sociale tweedeling Europese samenhang in gevaar brengt; Te grote armoede leidt tot een opstand

Vandaag is een boekje uitgekomen waarin bisschop Muskens van Breda aan het woord is. De kerkleider zei vorig jaar dat hij het kan billijken dat een arme een brood wegneemt.

Bisschop Muskens: Elk mens heeft een naam. Pleidooi voor een sociaal Europa. Arjan Broers in gesprek met Bisschop Muskens, uitgeverij Meinema, Zoetermeer 1997 92 pag. ISBN 90 211 36805. Prijs ƒ 18,90.

BREDA, 6 JUNI. Een half jaar na zijn uitspraken over 'het broodje' komt dr. Martinus (Tini) Petrus Maria Muskens (62) opnieuw in actie. Was hij eerder de horzel die met een paar stekelige opmerkingen de euforie over de economische voorspoed van Nederland wist te bederven, zo maakt hij zich nu vooral druk over de aanstaande Eurotop in Amsterdam. Hij is bang voor een doorgeschoten 'neo-liberaal denken' in het Europa en vreest dat de groeiende sociale tweedeling van rijken en armen de Europese samenhang in gevaar brengt.

Toch zegt hij in een vandaag uitgekomen boekje Elk mens heeft een naam; pleidooi voor een sociaal Europa dat “de armen nog niet arm genoeg zijn”. “Ik bedoel daarmee dat het alarm van de armoede in Nederland misschien nog niet schrijnend genoeg is. Maar er komt een tijd dat de armen duidelijk zullen maken dat ze het niet meer nemen. Dan ontstaat er een brede volksbeweging. Net zoals de Reformatie van Luther in de zestiende eeuw een opstand was van de armen tegen de rijken, tegen de rijke kerken en tegen de rijkdom van de kerk. Zoals het toen ging, zal het nu misschien ook nu weer gaan. Want als de armoede te groot wordt, dan komt er opstand.”

Bijbels gezien weten veel theologen niet precies wat ze van rijkdom en armoede moeten vinden. Ook Muskens wil rijkdom niet meteen een 'zonde' noemen. Weliswaar is het volgens het Nieuwe Testament voor rijke mensen erg moeilijk om in de hemel te komen, maar rijkdom wordt op zichzelf niet veroordeeld. In het Oude Testament wordt ze zelfs tot de bijzondere zegeningen gerekend. Met armoede is het al even dubbelzinnig. Armoede uit pure vrije wil zoals bij Franciscus van Assissi, is volgens Muskens een zegen. “Maar opgedrongen armoede is een kwaad of anders gezegd: armoede is onderdeel van een 'zondige structuur', een begrip dat door paus Paulus VI en door de Duitse theologe Dorothee Sölle is geïntroduceerd.”

Zoiets zou Muskens, die spreekt als voorzitter van de Bisschoppelijke commissie voor kerk en samenleving, ook tegen de deelnemers aan de Europese top in Amsterdam willen zeggen. Hij zou twee dagen met ze in discussie willen gaan. De eerste dag over een antwoord op de vraag: wie zijn wij en de volgende dag een antwoord op de vraag: wat doen we? Want hij ziet het gebeuren dat het rijke Westen aan zijn eigen macht ten onder gaat.

“In Jezus' tijd was het net zo. Er heerste toen een door de Romeinen opgelegd koloniaal uitbuitingsstelsel. Net zoiets als wat in de Nederlandse koloniale tijd in Indië aan de hand was. Maar je moet je wel bedenken dat de Romeinen aan dat systeem zijn bezweken. Dat zie ik nu weer gaan gebeuren. Van de Westerse machtscentra blijft weinig over. Ze worden naar Azië verplaatst. Weliswaar wordt het Westerse kapitalistische systeem daar eerst nog overgenomen. Maar hoe het dan verder gaat, dat moeten we nog maar zien.”

Muskens voelt zich sterk geïnspireerd door sociale uitspraken van Ambrosius (340-379), een van de vier grote kerkvaders van het Westen. “Ambrosius heeft bijvoorbeeld gezegd dat het recht op privébezit beperkt is en dat er een plicht is tot gerechtigheid, niet alleen tot liefdadigheid. En wat dacht je van zijn beroemde uitspraak: 'Door aan de armen te geven, geef je niet weg wat van jou is, maar betaal je terug wat van hen is'. Onze God heeft gewild dat de aarde een gemeenschappelijk bezit is. En dat de vruchten van de aarde voor iedereen bestemd zijn.”

Op de vraag waar of bij wie hij nog meer sociale inspiratie vandaan haalt, wijst de bisschop op allerlei encyclieken sinds het eind van de vorige eeuw. “Maar de allermeeste voeding haal ik uit het dagelijkse bidden en bijbel lezen. 's Morgens en 's avonds: twee uur per dag.”

Muskens vermoedt dat de mens er uit zichzelf uitsluitend toe geneigd is aan zichzelf te denken. “Slechts door Gods genade komt men daarboven uit en kan men tot een altruïstische levensinstelling komen. Om mensen zover te krijgen dat zij bereid zijn hun bezittingen met anderen te delen, daar zijn structuren en wettelijke regels voor nodig. Als die worden afgeschaft, vallen mensen weer terug in oude patronen. Wat het met anderen delen betreft, gaat het uiteraard niet alleen om geld en goederen, maar ook om het delen van tijd en talenten ten behoeve van mensen die het minder goed getroffen hebben.”

Dat is ook de bevrijding die het evangelie predikt, vervolgt hij. “Om te zien hoe het moet, daar heb je geen maatschappij-analyse voor nodig. Als er nood is moet er sowieso worden geholpen. Niet uit naastenliefde, maar omdat het je plicht is en omdat de ander er recht op heeft. Ik gebruik het woord 'naastenliefde' nooit omdat het niet om een tekort aan naastenliefde, maar om een tekort aan gerechtigheid gaat.”