Juryleden moeten zich uitspreken

Nederland is het land van de juryrapporten. Weliswaar gaat er doorgaans heel wat geschutter gepaard met het voorlezen van de vaak ietwat moeizaam geformuleerde lof, vooral als de feestredenaar een gezagsdrager is die niet zelf in de jury zat, maar wij hechten eraan: de spreker met zijn volzinnen achter het spreekgestoelte, terwijl de laureaat daarnaast op het podium staat en niet goed weet welk gezicht te trekken.

Dat er bij de Oscar-uitreiking of andere internationale glamour-evenementen nooit een juryrapport wordt voorgelezen (omdat het niet wordt geschreven), weerhoudt ons daar niet van. Wij willen argumenten horen, en argumenten krijgen we.

Zo ging het zondagmiddag dus ook weer in de Stadsschouwburg in Utrecht, toen de vereniging van schouwburg- en concertgebouwdirecteuren (VSCD) de jaarlijkse toneelprijzen uitreikte.

Over de actrice Trudy de Jong, winnares van de Theo d'Or, werd opgemerkt dat ze in de titelrol van Kaspar 'glansrijk in staat is de groei van haar personage van wereldvreemdheid naar aangepast gedrag en vice versa uit te bouwen tot een voor menigeen onvergetelijke ervaring'.

En over de acteur Herman Gilis, winnaar van de Louis d'Or, heette het dat hij er in de hoofdrol in Vrijdag, hoe 'onbarmhartig' die voorstelling ook werd gespeeld, borg voor stond 'dat deze onbarmhartigheid niet leidde tot gevoelsarmoede'.

Dat is mooi, al doemt tijdens zulke feestelijke momenten wel eens de vraag op of die fraaie woorden niet óók voor de andere genomineerden hadden kunnen gelden. De prestaties van de winnaars worden in een juryrapport nu eenmaal nooit afgezet tegen die van de anderen. En als het al gebeurt, wordt zulks meestal ervaren als een ongelukkig geformuleerde faux pas. De wijze waarop de voorzitter van de jeugdtheaterjury liet weten dat er over de bekroning voor Antigone van Teneeter al bij voorbaat geen enkele twijfel bestond, liet ruimte voor de vraag wat dan in vredesnaam de waarde van die andere nominaties was.

Hetzelfde gold een paar weken geleden voor de uitreiking van de Libris-prijs; ook daar was er blijkens het juryrapport geen enkele discussie geweest over de winnaar (Hugo Claus) en ook daar kon dus niet anders worden geconcludeerd dan dat de andere genomineerden er voor spek en bonen hadden bijgezeten.

Maar los van zulke overwegingen blijft het juryrapport in dit land een onmisbaar onderdeel van elke prijsuitreiking. Des te opmerkelijker was het dan ook, dat de Vlaamse toneelleidster Dora van der Groen zondag van de schouwburgdirecteuren een oeuvreprijs kreeg zonder de gebruikelijke omhaal van woorden.

Opeens draaide er een archieffilmpje waarin zij aan het woord was, en opeens werd haar naam afgeroepen. Ivo van Hove, die bereid was gevonden de prijs aan haar te overhandigen, wist evenmin iets te zeggen. Daar stond ze, enkele woorden van dank stamelend, zonder dat haar iets werd verteld.

Het was, na alle juryrapporten van die middag, een nogal karige slotceremonie - niet anders dan de wijze waarop in Hollywood de oeuvre-Oscars worden uitgereikt, maar voor Nederlandse begrippen te schamel. Wij willen er argumenten bij, en liefst de goede.