In Frankrijk voltrekt zich een rechtse revolutie

De Frans-Duitse motor is deze week sputterend tot stilstand gekomen. President Chirac en kanselier Kohl hebben hun gezamenlijke, overigens al aan erosie onderhevige, Europa-politiek aan scherven zien gaan. De eerste maakte een beoordelingsfout die het hem toegewijde kabinet en zijn parlementaire meerderheid vermorzelde, de tweede blunderde toen hij met eenzelfde machtsvertoon als ter gelegenheid van de Duitse hereniging getoond, de bewakers van de mark naar zijn hand wilde zetten.

De derde cohabitation in de Vijfde Republiek maakt een einde aan een Europese stabiliteitspolitiek, die de bondsregering met haar plan om met het goud van de centrale bank de nationale schuld te delgen een paar dagen eerder al ernstig had ondermijnd. In de politiek gaat het om geloofwaardigheid. Van die geloofwaardigheid is na de orkaan van de afgelopen weken weinig tot niets over.

Democratische politiek werkt als een façade van Potemkin. De procedures worden normaal afgewerkt, de media berichten erover, de continuïteit van het regeren schijnt gewaarborgd, het drama verdwijnt binnen enkele dagen naar de achtergrond. Chirac benoemt Jospin tot premier, die benoemt weer zijn ministers en er wordt vervolgens uitgekeken naar de regeringsverklaring van het nieuwe bewind in het nieuwe parlement. In de Bondsdag mocht de oppositie een halve dag lang prijs schieten op minister Waigel van Financiën, maar de Duitse grondwet - die slechts het konstruktive Misstrauensvotum toelaat - en de politieke verhoudingen voorkwamen een crisis op dit moment.

Over ruim een week zullen Chirac, Jospin en Kohl onder het voorzitterschap van premier Kok en samen met de leiders van de andere Unie-landen in Amsterdam vergaderen over de aanpassing van het Verdrag van Maastricht, een bezigheid waaraan nu gedurende bijna anderhalf jaar Europa's beste diplomatieke krachten hun energie en fantasie hebben besteed.

Het Nederlandse voorzitterschap heeft een voorlopige conclusie van het voorafgaande overleg op papier gezet, premier Kok en minister Van Mierlo verrichten dezer dagen een laatste inspanning om de diepgaande meningsverschillen nog voor de top te overbruggen en ten slotte zullen de staats- en regeringsleiders het vonnis vellen over wat als het Verdrag van Amsterdam de geschiedenis zal ingaan.

De verwachtingen waren al niet hoog gespannen. Hoewel de waslijst van besluiten lang zal worden, zal het soortelijk gewicht ervan tegenvallen. Zelfs over uitgesproken cosmetische ingrepen die een geïntegreerde Europese politiek moeten suggereren bestaat geen eensgezindheid. Een woud van regels, instrumenten en organen is in wording waarin nog slechts de volhardende functionaris de weg zal weten. Een uitgangspunt als 'een transparant Europa dicht bij de burger' ligt al langere tijd verloren langs de weg die de politieke en ambtelijke onderhandelaars inmiddels hebben afgelegd.

Het Europa van de ene harde munt waarvan volgend jaar de geboorte werd verwacht, maakt nu plaats voor het sociale Europa. De Franse socialisten zijn het aan kiezers en coalitiepartners verplicht daarvan ten minste de contouren zichtbaar te maken. Tegen Duits verzet in heeft het voorzitterschap met de steun van de meeste lidstaten achter zich voorstellen gedaan die - als zij in het Verdrag van Amsterdam worden ondergebracht - het scheppen van banen tot een opdracht voor de Europese organen maakt. De Commissie en de Raad van Ministers zullen er dan op toe dienen te zien dat de lidstaten in deze kwestie conform de afspraken handelen.

Nu is er niets tegen het scheppen van banen. Alleen, tot Waigel de herwaardering van de Duitse goudreserve voorstelde, werd aangenomen dat een flexibele arbeidsmarkt - waar vraag en aanbod de prijs dicteren - gesteund door een sterke munt de panacee was. Hoewel op bescheiden schaal met niet-marktconforme instrumenten kon worden ingegrepen - het succes van het 'gemengde' poldermodel is opgevallen - lag het accent toch op marktwerking en op een zuinige en terugtredende overheid. De zege van de Britse 'marktsocialisten' liet die benadering onverlet. Maar Jospin is geen Blair en de bondgenoten van de Franse premier al helemaal niet, zoals zij bij monde van Frankrijks communistenleider hebben duidelijk gemaakt.

Aller ogen richten zich nu op Kohl. De kanselier heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot de standaarddrager van de Europese eenwording. Voor Duitslands eenheid ziet hij slechts een hoopvolle toekomst weggelegd binnen Europa's eenheid. Een politiek Europa is zijn doel, een monetair Europa is het middel. Maar tegenvallende federale inkomsten en oplopende lasten dreigen te verhinderen dat de Bondsrepubliek straks voldoet aan de Maastrichtse criteria voor invoering van de euro, criteria die zijzelf zo hardnekkig en bij herhaling heeft verdedigd. Een noodsprong in de een of andere richting kon niet uitblijven. Zo moet de ongelukkige exercitie rondom het Duitse goud worden verklaard.

De Duitse kanselier heeft zich kandidaat gesteld voor de verkiezingen van volgend jaar, de vijfde keer op rij. Dat is niet gebeurd om reden van verslaving aan de macht, maar vanuit een diepgewortelde overtuiging dat zonder zijn aanwezigheid de voor de verdere ontwikkeling van Duitsland onontbeerlijke Europese omlijsting een fata morgana zou blijven. Uitstel van de euro om welke reden dan ook - en langzamerhand zijn er verschillende redenen - zou Kohls kandidatuur ongeloofwaardig en dus zinloos maken. De boodschap afgelopen woensdag in de Bondsdag - aan een overmoedig geworden oppositie, aan ongeruste partijgenoten, aan de wegfladderende liberale coalitiepartner en aan kritische Europese partners - was klaar en duidelijk: Kohl vervolgt zijn weg.

Toch heeft ook de kanselier niet meer alle draden in de hand waarvan hij een Europees web wilde spinnen dat sterk en tegelijk elastisch genoeg zou zijn om de centrifugale krachten op het oude continent te weerstaan. Het gaat niet om een hernieuwde linkse tijdgeest die niet kan worden gekeerd. Het gaat veel meer om een herleving van nationale gevoelens en nationalistische tendenzen die in een periode van grote materiële zorgen en onbegrepen culturele pluriformiteit de kiezer zijn heil doen zoeken binnen de eigen grenzen.

De linkse zege in Frankrijk is tenslotte eerder het resultaat geweest van een ultrarechtse 'nationale' opstand tegen een liberaal-kosmopolitisch regime dan van een nieuw vertrouwen in socialistische waarden. Het Franse kiessysteem gaf, evenals het Britse een paar weken eerder in het Verenigd Koninkrijk, vervolgens de doorslag. In Frankrijk voltrekt zich een revolutie. Een rechtse.