Guillotine-dam laat Japanse baai sterven

De aanleg van een dam heeft dit voorjaar een eind gemaakt aan het leven in een uniek waddengebied in de baai van Isahaya. Een voorbeeld van ambtenarenmacht in Japan.

ISAHAYA, 5 JUNI. Tot voor kort waren gegrilde oesters een specialiteit in de omgeving van Isahaya. Nu dienen de dode schelpdieren als een kilometerbreed krakend tapijt op het drooggelegde, levenloze wad. Ook zou parlementslid Hiroshi Kawauchi tot voor kort tot zijn middel in de modder zijn weggezakt op de plek waar hij nu met 15 collega's demonstreert. Als een zomergast staat hij in korte broek en roze overhemd op de gebarsten, uitgedroogde grond: “Tot dit soort stupide dingen is de mens in staat”, roept hij mededemonstranten toe.

Het wad in de baai van Isahaya, in de omgeving van Nagasaki op het zuidelijke eiland Kyushu, was tot voor kort het grootste waddengebied van Japan. Het was rijk aan vis en schaaldieren, en een belangrijk fourageergebied voor trekvogels tussen Siberië en Australië. Tot 14 april. Op die dag werd een dam gesloten, waardoor 3.500 hectare kwam droog te staan. Slijkspringers - een vissoort die nu het symbool is van het vergane leven - en vele andere diersoorten gingen een stille dood tegemoet. De televisiebeelden van het doodvonnis - 295 stalen schuiven die achter elkaar als domino's op rij met luid geraas naar beneden vielen - gingen als een schokgolf door het land. De 'guillotine-dam' luidt nu de bijnaam van het project. Bijna 60 procent van de bevolking wil dat de dam weer opengaat, zo bleek afgelopen week uit een opiniepeiling, tegenover 12 procent die de sluiting steunt.

Het drama van Isahaya reikt echter verder dan het nu vergane leven in de baai. “Publieke werken worden in het parlement niet ter discussie gesteld”, zegt het 35-jarige parlementslid Kawauchi, lid van de oppositionele Democratische Partij en als demonstrant in Isahaya. “Het enige dat wij in het parlement goedkeuren is het budget, maar wij weten niet wat een departement daar mee gaan doen. Ook als we het vragen, dan geven ambtenaren geen antwoord.” Toch geeft het parlement met de goedkeuring van het budget van een ministerie, ook zijn fiat aan de publieke werken die dat ministerie op de agenda heeft staan. “En het is vrijwel onmogelijk om een eenmaal in gang gezet programma nog te stoppen”, zegt Kawauchi.

Ondanks deze non-discussie in het landelijke parlement, menen leden van de regerende Liberaal-Democratische Partij (LDP) te weten dat de lokale bevolking wel degelijk achter de plannen voor de baai van Isahaya staat. Ook vinden ze dat er ter plaatse voldoende overleg is gevoerd. Herhaaldelijk hebben ze de afgelopen weken dan ook verklaard dat het werk in Isahaya doorgaat. Ze lijken gelijk te hebben gezien de lage opkomst van de lokale bevolking bij de protestactie van de parlementariërs op het drooggelegde wad van Isahaya. Uit de omgeving zelf zijn slechts een paar uitgesproken beroepsactivisten aanwezig. Maar de werkelijkheid blijkt ingewikkelder.

De eigenaresse van koffiehuis Kakyu in Isahaya is bij afwezigheid van andere gasten bereid haar mening te geven. Ze is tegen de dam en ziet het liefst het water weer snel terug keren. Maar gevraagd om haar naam zegt ze: “Nee, zet maar 'een 40-jarige vrouw' in de krant. Ik heb drie dochters en ik wil niet dat ze hierdoor problemen krijgen.” Ze zegt nu al lastig te worden gevallen door anonieme opbellers. In gesprekken in Isahaya komt steeds één en hetzelfde woord boven drijven: ostracisme, uitstoting uit de gemeenschap.

Uit de boven aangehaalde opiniepeiling over de dam bleek echter dat slechts 21 procent van de bewoners in de provincie Nagasaki zelf, waar Isahaya toe behoort, het eens is met de drooglegging. Net als in het gehele land, wil ook in deze provincie een meerderheid dat de dam opengaat. Toch is er geen volksopstand uitgebroken. De regerende LDP en verwante partijlozen, de voorstanders van het project, hebben een tweederde meerderheid in de gemeenteraad. Ook de afgevaardigde uit dit district naar het landelijke parlement is een LDP-lid. “Het draait om het geld”, zegt de eigenaar van een naburige winkel die zich bij het gesprek in koffieshop Kakyu heeft gevoegd. Ook hij is tegen de dam en ook hij wil zijn naam niet noemen. “Kleine bedrijven hier zijn afhankelijk van de grote. De grotere bedrijven zitten uiteindelijk in Tokio. Daar komt het geld vandaan. We eten ervan en stemmen uiteindelijk wat men van boven zegt.”

Woorden als 'gemeenteraad' of 'regering' vallen niet in het gesprek. Ze gebruiken slechts de term 'het geëerde boven', alsof we nog leven in de eerste helft van de negentiende eeuw toen een feodale heer met absolute macht over stad en omgeving heerste. Het kasteel is reeds lang verdwenen maar “het idee dat 'boven' zich niet kan vergissen, is nog sterk”, zegt de vrouw en voegt er de verzuchting aan toe: “Japanse mannen zijn ook zo braaf.” Het enige dat zo'n brave man dan nog rest is de inwendige onvrede 'zacht' te uiten, zoals de inwoner van Isahaya in het gemeenschapscentrum die van klei tientallen geglazuurde beeldjes van slijkspringers heeft gemaakt als symbool van het verdwenen leven in de baai. Hij werkt in de bouw en hij benadrukt dat “de meerderheid van de gewone mensen in Isahaya tegen de dam is”.

De Liberaal-Democratische Partij, die de gehele naoorlogse politiek heeft gedomineerd, is de sleutel in de geldstroom. Dankzij de werkzaamheden in de baai vloeit zo'n vier miljard gulden richting Isahaya. “Dit is lucratief voor de lokale bedrijven en die zijn natuurlijk goed bevriend met de lokale politici en met de afgevaardigde naar het parlement”, zegt parlementslid Kawauchi. “Hun connectie is geld, bedrijven krijgen opdrachten en politici krijgen er verkiezingsfondsen voor terug.” Landelijke LDP-politici die dankzij hun connecties met een ministerie veel opdrachten naar hun kiesdistrict weten te halen, weten zich zo verzekerd van steun van lokale 'zetbazen'. Zij zorgen voor de stemmen, want “we eten ervan”, zoals de winkeleigenaar in Isahaya zegt. Dus luistert men naar 'boven'.

Daarnaast is de bevolking in de luren gelegd over de bedoelingen van de werkzaamheden. In de periode van voedselschaarste kort na de oorlog ontstonden de eerste plannen voor drooglegging van de baai voor landbouw. Door de eeuwen heen zijn aangeslibde delen van de baai langzaam bedijkt en in gebruik genomen. Men keek dus niet vreemd op van dit idee. Met toenemende oogsten en welvaart bleek dit idee echter al snel geen goede rechtvaardiging te zijn. Het doel van de werkzaamheden veranderde in: het voorkomen van overstromingen. Het gebied kent zware regenbuien en een kunstmatig laag waterpeil in de baai zou voor snelle afvloeiing van het regenwater zorgen en overlast in het laagelegen gebied voorkomen.

Een vernietigend intern rapport uit 1983 over de ontoereikendheid van de werkzaamheden voor dit ogenschijnlijk loffelijke doel hield het ministerie achter en kwam pas begin dit jaar boven water. Intussen was het voor de gemiddelde burger in Isahaya moeilijk om publiekelijk te protesteren tegen werkzaamheden die juist bescherming zouden bieden. Begin jaren vijftig waren immers bij een overstroming enkele honderden mensen om het leven gekomen.

Dit jaar spendeert alleen al de landelijke overheid op deze manier 140 miljard gulden, 20 procent van het budget, aan publieke werken zonder enige controle van het parlement. “De regering kan zonder instemming van het parlement gerust ergens een hoge-snelheidstrein of kerncentrale aanleggen”, aldus oppositielid Kawauchi van de Democratische Partij. Het probleem is, zoals de leider van zijn partij Naoto Kan meerdere malen heeft verkondigd, dat ambtenaren met een beroep op de grondwet menen dat de 'uitvoering van beleid' is voorbehouden aan de ministeries. Naoto Kan heeft het afgelopen jaar als minister van Gezondheid in een gevecht met zijn ambtenaren de rol van deze ambtenaren in een schandaal rond besmet bloed boven water gebracht. Voor de recente verkiezingen van oktober 1996 was hij een van de oprichters van de Democratische Partij die 10 procent van de zetels in het Lagerhuis behaalde.

De vraag rijst of politici van de regerende LDP wellicht beter op de hoogte zijn van de plannen van de ambtenaren. Kawauchi: “LDP-politici lobbyen natuurlijk bij ministeries voor werken in hun eigen regio en ze zullen zeker bijtijds een telefoontje krijgen van een ambtenaar of hun verzoek is opgenomen.” Maar hij betwijfelt of ze echt overzicht hebben over het geheel aan overheidsuitgaven aan openbare werken.

Om werkelijke parlementaire controle over overheidsuitgaven te krijgen heeft de Democratische Partij afgelopen week een eigen wetsvoorstel ingediend. Het voorstel zou ministeries verplichten alle plannen voor openbare werken aan het parlement voor te leggen opdat er openlijk discussie over noodzaak en wenselijkheid van werken kan plaats hebben. Ook moet er een instantie komen die de uitgaven achteraf beoordeelt. “Dit wetsvoorstel zal het echter niet halen”, zegt Kawauchi. De steun van andere partijen ontbreekt.