Gesprek met filmregisseur Claude Sautet; Hoe bereiken we Santiago?

Regisseur Claude Sautet interesseert zich voor vriendschap en platonische liefde. In zijn laatste film 'Nelly et M. Arnaud' is een oudere man onder de indruk van een jonge vrouw, maar hij onderneemt niets. “Je ziet tegenwoordig wel vaker dat misogynie zich vertaalt in terughoudendheid van mannen,” zegt Sautet.

'Nelly et M. Arnaud' is deze week te zien in Amsterdam (Alfa 2), Den Haag (Babylon 3) en Groningen (Movies).

Het stemgeluid van Claude Sautet, de 73-jarige regisseur die voor zijn twee laatste films Un coeur en hiver (1991) en Nelly et M. Arnaud (1995) de César - de Franse Oscar - won voor beste regie, vormt een verrassing. Je zou een introverte fluisteraar verwachten, gezien de discrete kamermuziek van zijn films, die de onderhuidse spanning registreren in niet voor de hand liggende affectieve relaties tussen ingetogen personages. Sautet buldert echter joviaal door het Parijse kantoor van zijn producent: “Nee, ik schrijf nooit een scenario met een bepaalde acteur in mijn hoofd. Achteraf lijkt het misschien of niemand anders de rol had kunnen spelen, bijvoorbeeld Michel Serrault als de gepensioneerde rechter Arnaud, maar het was voor mij ook een complete verrassing. Ik had nooit aan Serrault gedacht. Zelfs bij mijn vier films met Romy Schneider in de hoofdrol, stond die keuze niet tevoren vast. Een keer heb ik wel een film voor een acteur geschreven, Garçon! voor Yves Montand als ober, maar dat was een mislukking, op de gechoreografeerde scènes in de brasserie na. Montand was een beetje te oud en te beroemd geworden om nog voor ober door te kunnen gaan. Het belangrijkste bij de keuze van een acteur is of hij bereid is om op zoek te gaan naar verborgen kanten van hemzelf. Een acteur die denkt zichzelf te kennen, daar heb je weinig meer aan.”

Het oeuvre van Sautet bestaat uit slechts dertien lange speelfilms sinds 1960 (hij debuteerde met de policier Classe tous risques), met een gemiddeld lange productietijd van meer dan twee jaar. Zonder uitzondering zijn het eigentijdse, veelal in Parijs gesitueerde schetsen uit het dagelijks leven. Sautet: “Wat me interesseert is de pluriformiteit in relaties tussen mensen. Heel lang heb ik films gemaakt over vriendenclubs, zoals Vincent, François, Paul et les autres en Une histoire simple. Liefdesrelaties, paren, dat gaat aan en uit, maar vriendschap blijft vaak langer bestaan. Meestal zijn die vriendschapsnetwerken opgebouwd rond het werk. Ik vind het belangrijk een personage altijd te laten zien in zijn werksituatie. Misschien hecht ik daar wel zo veel waarde aan, omdat ik tot een generatie behoor voor wie werk het allerbelangrijkste is in het leven. Maar de tijd verandert; veel van die vriendenclubs zijn uit elkaar gevallen, met uitzondering misschien van netwerken van vriendinnen. Door de technische ontwikkelingen worden mensen ook in hun werk onafhankelijker, en eenzamer.”

In zijn laatste drie films lijkt het Sautet vooral te gaan om het belang van vriendschap in een liefdesrelatie, om platonische liefde: “Nelly et M. Arnaud gaat over de relatie tussen een oude man en een vrouw van 27. Het leeftijdsverschil maakt het mogelijk om de slaapkamer buiten beschouwing te laten. Arnaud wordt gedreven door verlangen, door het fantasme van de liefde, maar het komt er niet van. Eigenlijk is Arnaud een kokette vrouwenhater. Je ziet dat tegenwoordig wel vaker. Nu vrouwen steeds onafhankelijker en sterker worden, vertaalt misogynie zich in introvertie en terughoudendheid van mannen. Juist omdat hun liefde niet geconsumeerd wordt, ervaart Nelly (Emmanuelle Béart) aan het slot van de film, wanneer Arnaud haar in de steek laat, de leegte sterker dan hij.”

Kapitein

Ook bij het maken van zijn films, ervaart Sautet die spanning tussen vriendschap en passie: “Aan het begin, als ik de acteurs uitkies, gebeurt dat op basis van wederzijdse sympathie. Tijdens de opnamen verandert die in een meer gepassioneerde relatie. Een regisseur valt te vergelijken met de kapitein van een schip. Hoe moeten we in Santiago komen? Hoe staat de wind? Van groot belang is dat de reis een plezier blijft, ondanks alle onzekerheid. Maar aan het einde, wanneer iedereen van boord gaat, dan blijft er een gevoel van leegte achter.”

In een eerder stadium van de filmproductie werkt Sautet intensief samen met een scenarioschrijver, zoals lange tijd Jean-Loup Dabadie en, bij de laatste drie films, Jacques Fieschi: “De samenwerking met een scenarist is als in een huwelijk. Er is altijd veel gekissebis, en op een gegeven moment is de rek eruit, dan moet je uit elkaar gaan. Er bestaat in Frankrijk een traditie van frustratie bij scenaristen, omdat de meeste aandacht altijd naar de regisseur gaat. Vroeger werd er ook altijd een aparte credit gegeven aan de dialoogschrijver, vooral Dabadie stond daarop. Dat komt voort uit de literaire en theatrale traditie in de Franse film, die teruggaat naar de periode van voor de oorlog, met scenaristen als Jacques Prévert of Marcel Achard. Voor mij is film juist geen literair medium. De belichting of de kostuums, het ritme van de montage en de decors zijn minstens zo belangrijk als de taal. Ik heb zelf een muzikale achtergrond en ben opgeleid als beeldend kunstenaar. Een film definieer ik vooral als een muziekstuk, met tempowisselingen en tegenmelodieën. Dat is ook het grote verschil tussen mijn films en die van de regisseurs uit de Nouvelle vague. Godard, Chabrol, Truffaut, Rohmer kwamen uit een literaire traditie. In hun eerste films spraken mensen de taal van studenten en academici. Ik vind film een zuivere, op zichzelf staande kunstvorm. Dat kun je bijvoorbeeld goed zien in Amerikaanse B-films. Luchino Visconti maakte eerder bewegende schilderijen, dat heeft me altijd gestoord.”

Hoewel de filmers van de Nouvelle vague, die ongeveer in dezelfde tijd debuteerden als Sautet, altijd veel respect voor zijn werk gehad hebben, was zijn herkomst een andere: “Ik heb als scenarioschrijver en assistent-regisseur in de jaren vijftig met heel wat middelmatige filmers gewerkt. Ik had het geluk twee regisseurs te treffen, Jacques Becker en Georges Franju, die wel getalenteerd waren en die ik als mijn leermeesters beschouw.”

Nooit heeft Sautet een film in een andere taal dan het Frans, of buiten Frankrijk opgenomen: “Wij Fransen zijn niet zo goed in het internationaal opereren. Europese filmers met succes in Hollywood komen meestal uit noordelijke landen, waar ze beter zijn in vreemde talen. Barbet Schroeder vormt nu de enige uitzondering, maar dat is dan ook een halve Duitser. Ik ben geboren in de voorstad Montrouge, op een steenworp van de Porte d'Orléans. Parijs is de stad die ik ken en waar ik mijn films opneem.” Over de recente Amerikaanse remake van Sautets Les choses de la vie, Mark Rydells Intersection (1994) met Richard Gere en Sharon Stone, haalt Sautet zijn schouders op: “Ach, als ze me mijn rechten maar betalen. Weet u wat me nog het meest stoorde? Dat ze de auto hebben veranderd van een Giulietta Sprint in een Mercedes. Dat is toch een taxi?”

Sautet vindt het onzin om in Frankrijk films te willen maken die de concurrentie met de Hollywoodmachine aangaan. Die strijd valt toch niet te winnen: “Toen we aan Nelly et M. Arnaud begonnen, had ik verwacht dat het een film voor een beperkt publiek zou zijn, zeker internationaal. Maar tot mijn verbazing is de film overal een succes, zelfs in Amerika.”

De jongste generatie Franse filmmakers boezemt Sautet vertrouwen in: “Er zijn er een paar die ik heel interessant vind, zoals Arnaud Desplechin, maar de grootste verandering is de enorme hoeveelheid vrouwelijke regisseurs. Vroeger was er een handvol regisseuses, nu zijn er zo veel en van zo hoge kwaliteit, dat ik niet eens wil beginnen namen te noemen. Het is een revolutie die misschien belangrijker is dan de komst van de Nouvelle vague.”

Hoewel zijn laatste, pas vorige week in Nederland uitgekomen film alweer twee jaar oud is, schiet Sautet nog niet erg op met zijn volgende scenario: “Ik vraag me af of dit vogeltje zal vliegen”.