Elke dag zwaardvis

'Waar zijn jullie geweest?', vroeg Manuel.

'Naar de mis', zei Connie. Ze borg haar tas op in haar vakje. We hebben allemaal een eigen vakje om onze spullen in op te bergen, en onze kleren als we ons wilden omkleden. Zoals Shirasj, die kleedde zich altijd om. Hij dacht nog eens een hele rijke vrouw tegen te komen in The Eccobelli Brothers.

'Was het mooi?', vroeg Manuel.

'Heel mooi', zei ik, 'indrukwekkend.'

'Heb je de hostie gegeten', fluisterde Manuel in mijn oor.

'Nee', fluisterde ik terug, 'het mocht niet van Connie, we hadden niet gebiecht.'

We keken naar haar, ze bond een schort om.

'Je hebt niets gemist', zei Manuel, 'het smaakt naar natte krant. Ik was misdienaar. Ik heb er wel duizenden gegeten.'

Hij leunde op zijn zwabber. We hadden ontdekt dat hij 's avonds laat met de zwabber hockey speelde. Als iedereen naar huis was, haalde hij een gele tennisbal uit zijn vakje. De stoelen stonden op de tafels. En Manuel rende met zijn zwabber door het lege restaurant achter de tennisbal aan. Het leek heel in de verte op slalom skieën. Soms riep hij: 'Ja, ja.'

Dan had hij waarschijnlijk gescoord. Manuel moest al bijna veertig zijn, maar sommige dingen verleer je nooit.

Hij was bijna altijd in een goed humeur. Misschien kwam het wel, omdat hij avond aan avond met zijn zwabber achter een gele tennisbal aanrende. Misschien is dat het geheim van een goed humeur. 'Als je een keer een hostie wilt eten', fluisterde Manuel, 'dan moet je maar met mij meekomen.'

'Bedankt, maar voorlopig niet', zei ik.

Weer keek ik naar Connie, ze was bezig met de voorbereidingen voor de avond. De Zeerover kwam binnen. 'Hoe gaat het?', vroeg Manuel.

'Weer een dag', zei hij.

Ook de Zeerover had in de gevangenis gezeten. Daar was hij begonnen de dagen te tellen. Maar toen hij uit de gevangenis kwam, kon hij er niet mee ophouden. Hij telde de dagen nog steeds. Hij telde zelfs de uren. Waar al dat getel toe moest leiden was onduidelijk. Hij telde af. Aan het eind van de aftelling zou geen raket de lucht ingaan, dat was zeker. Als hij klaar was met het aftellen zou het iets stiller zijn dan daarvoor, dat was nog het meest waarschijnlijke.

Connie wilde Clinton opblazen, Secundo wilde een overval plegen op een brommer, de eigenaar was dood, Manuel rende met zijn zwabber achter een tennisbal aan, Valentina had een dwerg ingehuurd als afwasser, omdat het aanraken van dwergen, volgens haar vader, geluk zou brengen. Een gebochelde aanraken bracht ook geluk. Maar ze had geen gebochelde kunnen vinden, daarom had ze genoegen genomen met een dwerg.

De dwerg stond op een bierkratje af te wassen. Ik vond dat hij een beetje boosaardig keek, maar hij liet zich aanraken. Hij vond het geen probleem. Hij scheen te weten dat hij geluk bracht.

Omdat het Goede Vrijdag was hadden we lamsbout.

Om een uur of negen hoorde ik iemand schreeuwen: 'Waar is de fucking cheese?'

'Het begint weer', zei ik tegen Connie. 'Het begint weer.'

Ze keek me strak aan, ze was ons gesprek voor de kerk niet vergeten.

'De avond is lang', zei ik, 'de gasten zijn vervelend. Laten we toch een beetje sjansen. Wat kunnen we anders doen?'

Ze schudde haar hoofd. Langzaam, een beetje dreigend ook, maar misschien was dat laatste verbeelding.

Ik liep het restaurant in.

Een man die veel weg had van een gorilla brulde: 'Waar is de fucking cheese?'

Hij had overal haren.

'Is alles naar wens?', vroeg ik.

'Ik wil de fucking cheese', zei hij.

'Meneer', zei ik, 'het spijt me, maar in dit restaurant hebben we geen fucking cheese.'

'Kalm', zei zijn vrouw, of zijn vriendin of zijn hoer. 'Kalm.'

Ik liep naar de keuken. 'Er is een gast die wil fucking cheese', riep ik.

'Komt in orde', zei de Zeerover.

Hij raspte wat Parmezaanse kaas. Toen haalde hij uit zijn neus een paar grote korrels, echte knoerten, en hij mixte ze door de geraspte kaas. Ze vielen niet op tussen de geraspte kaas.

'Zo', zei hij en zette het schoteltje voor me neer, 'fucking cheese.'

Ik liep terug naar de gorilla.

'Meneer', zei ik, 'u heeft geluk gehad, we hebben toch nog wat fucking cheese gevonden, mag ik het over uw eten uitstrooien?'

Ik strooide royaal. 'En mevrouw', zei ik, 'wilt u ook wat fucking cheese, of liever Parmezaanse kaas?'

'Geef maar hier', fluisterde ze, 'geef maar hier. Het is goed zo.'

Toen ik weer in de keuken kwam, zei Valentina: 'Reken voor die fucking cheese twee dollar extra, niet iedereen krijgt hier fucking cheese.'

'Dat is waar', zei ik en maakte een aantekening op de bon: 'Fucking cheese, twee dollar extra'.

Toen om een uur of elf de laatste gast verdwenen was, zaten we aan de grote tafel allemaal te eten. 'Ik heb een brommer geregeld', zei Secundo, 'volgende week kan het gaan gebeuren.'

'Waar gaan we naar toe?', vroeg Manuel.

'Naar een klein postkantoor', zei Secundo, 'kleine postkantoren die zijn het best.' Hij keek ons verwachtingsvol aan. 'Doen jullie nog mee?'

'Dat is goed', zei Manuel als eerste. 'Dat is goed, ik heb volgende week toch niet veel bijzonders te doen.' Hij dacht waarschijnlijk dat een klein postkantoor overvallen net zoiets was als met een zwabber achter een tennisbal aanrennen.

'Ik doe ook mee', zei Connie. Misschien dacht ze zo een begin te maken met het opblazen van Clinton.

'Ik help je wel', zei de Zeerover. Ik denk dat hij het aftellen op die manier hoopte te verkorten.

'Ik ook', zei Valentina en de dwerg knikte. Waarom hij meedeed weet ik niet, maar hij was er nog maar net. Niemand wist hoe hij heette, iedereen noemde hem de dwerg.

'En jij?' 'Ja', zei ik, 'ik ook.' Ik dacht dat het er toch nooit van zou komen, ik dacht dat het een van die plannen was die nooit zou doorgaan.

(Wordt vervolgd)