Een groots plein op het dak; NewMetropolis, wetenschapsmuseum ontworpen door Renzo Piano

Op de lelijke kop van de IJtunnel in de Amsterdamse haven moest iets moois komen. Daarom werd Renzo Piano, de architect van onder meer het Centre Pompidou, gevraagd om voor die plek het gebouw voor het nationale wetenschapsmuseum te ontwerpen. De koningin opende het museum afgelopen dinsdag.

newMetropolis: Oosterdok 2, 1011 VX Amsterdam Kinderen van 0 t/m 3 gratis;van 4 t/m 16 jaar ƒ 15,00 volwassenen ƒ 22,50 Tel. 0900-9191100 of 0900-9191200 (scholen en groepen)

NewMetropolis lijkt op een schip. De een ziet in de groenkoperen boeg die bijna dertig meter boven het water van het Amsterdamse Oosterdok uitsteekt een mammoettanker in dramatische, halfgezonken staat. In een meer optimistische visie, bijvoorbeeld die van Joost Douma, de directeur van het Science and Technology Center, is de ark juist bezig om geboren te worden. Met een speels, interactief attractiepark in zijn binnenste komt hij glorieus uit het water tevoorschijn en zal groter en groter groeien tot hij, bij wijze van spreken, mondiale proporties heeft aangenomen.

De gelijkenis met een schip is nooit opzettelijk gezocht door Renzo Piano, de Italiaanse architect van newMetropolis. Het zou wel van heel weinig ontwerpersfantasie getuigen wanneer hij in het historische havenfront, tegenover het zeventiende-eeuwse gebouw van het Scheepvaartmuseum, een modern vormgegeven namaakboot in het water had gedeponeerd. De reconstructie van het VOC-schip de Amsterdam die hier ligt te pronken - vastgeschroefd op een betonnen sokkel onder water - is als proeve van imitatiekunst toch niet meer te overtreffen.

Piano kwam dan ook langs een andere weg dan die van de goedkope metafoor tot het fantastische boegbeeld. Aangezien de IJ-tunnelpier een abominabele verstoring is van het Oosterdok, had de supervisor van de IJ-oevers, Tjeerd Dijkstra, bedacht dat het nationale wetenschapsmuseum als opvolger van het NINT (Nederlands Instituut voor Nijverheid en Techniek) op de kop van de IJ-tunnel moest verrijzen. Uit het rijke internationale arsenaal werd een architect gekozen met een stijl die verwantschap heeft met civiele techniek en scheepsbouw. Het werd Renzo Piano en dat was de enig juiste keuze.

Goede architecten laten zich vooral door de plek inspireren. Gegrepen door de flauw gebogen autoweg die in de duistere tunnelopening richting Amsterdam Noord verdwijnt, tekende Piano een bovengronds spiegelbeeld van het onder water dalende tunneltracé. Het eerste schetsje - volgens de overlevering gemaakt voor de Hollandse opdrachtgevers in een café in Genua waar Piano woont en werkt - laat niet meer zien dan een stijgende en een dalende lijn, beide afkomstig van hetzelfde punt op de Prins Hendrikkade. Middenin de waaier geeft een horizontale lijn het wateroppervlak aan. Zo ontstond de uiterlijke vorm van newMetropolis, waarvan tenslotte in grote trekken niet veel is afgeweken. Door aan het uiteinde van de omhoog strevende lijn de kopgevel, schuin naar binnen weggesneden te laten neerdalen, onstond het beeld dat onherroeplijk associaties oproept met een scheepsboeg. Renzo Piano wilde een gebouw maken, of liever gezegd een 'gebaar', dat niet in de stad thuishoort, maar in de haven. Het kleine, eerste schetsje getuigt zichtbaar van de aanstekelijke wellust waarmee hij dat heeft gedaan. Toen het ontwerp drie dimensies kreeg, heeft hij de boeg aan de kant van het water een volmaakte ronding gegeven.

Aannemerszoon

Piano houdt van het water. Als jong architect ontwierp de aannemerszoon (1937) uit Genua in 1962 zijn eerste eigen zeiljacht en in de twintig jaar daarna volgden nog drie jachten. Voor het 246 meter lange cruiseschip Crown Princess dat hij eind jaren tachtig voor een Amerikaanse opdrachtgever ontwierp, koos Piano de dolfijn als model. De snuit van het drijvende hotel met bijna achthonderd hutten voor 1750 passagiers heeft inderdaad alles weg van het dier dat gestroomlijnd is om het water met de grote snelheid te kunnen doorklieven.

Het Centre Pompidou in Parijs, waarmee Piano's opmars als internationale ster-architect in 1977 begon, heeft hij weleens omschreven als een 'Jules Verne-schip dat nooit vloog of in werkelijkheid natuurlijk nooit zou kunnen vliegen'. Het roemruchte kunstcentrum is ook wel met een raffinaderij vergeleken. De buizen, leidingen, stalen kolommen, trekstangen en de steigerachtige constructie die de containers met tentoonstellingszalen draagt, zijn als sieraden aan de buitenwereld blootgesteld. Na twintig jaar lang dagelijks een vijfvoudige toeloop van de oorspronkelijke schatting te hebben ontvangen, 25.000 mensen inplaats van 5000, was het beroemdste Franse museum voor moderne kunst uitgewoond en afgeleefd. Het wordt nu, onder anderen door Renzo Piano zelf, drastisch gerenoveerd en 'geherinterpreteerd' zoals dat tegenwoordig heet, om op 1 januari 2000 weer open te gaan.

Het schip, met horizontale dekken en een landschap van relingen en open trappen, schemert door in vrijwel alle ontwerpen van Piano. Zo doet het winkelcentrum Bercy 2, aan de Boulevard Périphérique in Parijs met zijn gesloten, vloeiende aluminium huid aan een luchtschip denken. De zeppelin is een voorbeeld van een zuiver organische vorm die stapje voor stapje op de computer tot stand is gekomen. Dat laatste geldt ook voor het Japanse Kansai Airport. Piano's omvangrijkste meesterwerk (1988-1993) op een kunstmatig eiland is technologisch zo volmaakt geconstrueerd dat de aardbeving in het nabijgelegen Kobe er geen vat op kreeg. Als een zachtglanzend zweefvliegtuig met een spanwijdte van twee kilometer is het elegante complex geland op het water van de Baai van Osaka.

Libel

Kleine jachten, reusachtige cruiseschepen, een luchtwaardige raffinaderij in het hart van de stad, een rustende zeppelin, een zweefvliegtuig met de elegantie van een libel - de gebouwen van Renzo Piano lijken een permanente aanvechting tot bewegen te onderdrukken. Zij willen stijgen en dalen of geluidloos door het water glijden. En als zij aan het eind van een langdurige beweging zijn gekomen, lijken zij zich nauwelijks met de staat van stilstand te hebben verzoend. Het is deze illusie die de bouwwerken en constructies van Renzo Piano zo betoverend maakt.

De kracht van newMetropolis is de kracht van vrijwel alle creaties van Renzo Piano: je hebt zo'n gebouw nooit eerder gezien. Ook niet een gebouw dat er op lijkt, of het moet een ander ontwerp van zijn hand zijn. Het ontwerp van het Amsterdamse wetenschapscentrum is evenals dat van het Parijse winkelcentrum Bercy 2 en van Kansai Airport gebaseerd op het primaat van de uiterlijke vorm. Met behulp van de computer kreeg eerst het volume gestalte en daarbinnen werd vervolgens het interieur gearrangeerd.

Met industriële materialen, betonvloeren, staalplaten en alle technische voorzieningen als luchtkanalen, rioleringsbuizen, kabelgoten en elektriciteitskanalen bloot tegen het plafond, is het interieur van het wetenschapscentrum op het eerste gezicht typisch des Piano's geworden. Een veredelde fabriek. De verschillende verdiepingen die elkaar in een ruimtelijke montage opvolgen, worden door het personeel hardnekkig 'pleinen' genoemd. De bedrijfsfilosofie van de nieuwe metropool vereist dat de stad in het gebouw wordt voortgezet en om dit van het begin af aan duidelijk te maken is de entreehal geplaveid met dezelfde straatsteentjes als het bescheiden voorplein.

Het hart van het interieur wordt gevormd door een vista waarin open trappen van beneden naar het bovenste niveau in de boeg voeren. Van de binnenkant zijn de trappen het mooist. Met een voorbeeldig uitgevoerde combinatie van verzinkt staal en beukenhouten leuningen kenmerken zij de sobere, maar toch verfijnde stijl die Renzo Piano zo meesterlijk beheerst. Met de flexibele ruimtelijke indeling en de trappartijen lijkt bij nadere beschouwing Piano's stempel op het interieur te volstaan. Verder is er binnen van enige geïnspireerde vormgeving nauwelijks sprake. De vide in de boeg is mooi door het uitzicht over het water dat verder in de gesloten romp zeldzaam is. De filmzaal met tweehonderd plaatsen - dat is de vierkante bak die aan de oostzijde nogal plomp uit de boeg steekt - de foyers, de vergaderzalen, het restaurant onder het dakplein en de onvermijdelijke winkel vertonen geen details waar je oog even aangenaam op blijft rusten. Als je goed en wel binnen bent en de technologische speeltuin laat voor wat deze is, dan resteert een wel heel schrale bedoening.

Terug naar buiten.

Plein

De uiterlijke vorm van newMetropolis - wat is het toch een overspannen naam - kwam tot stand door aan de ene kant de IJ-tunnelbuis als onderlegger te gebruiken en aan de andere kant door de in het bestemmingsplan geldende bouwhoogte van dertig meter. Bij het bepalen van het uiterlijk was een derde factor van belang: Piano's liefde voor piazza's. Een museumgebouw waar duizenden mensen komen, verdient een openbaar plein waar men elkaar kan ontmoeten, zo is zijn redenering. Het plein voor Centre Pompidou, dat een even mooie, neergaande glooiing heeft als het Piazza del Campo in Siena, gaf indertijd het laatste zetje waardoor de ontwerpers Piano en Richard Rogers de opdracht voor het prestigieuze Parijse cultuurcentrum in de wacht sleepten. Deze triomf heeft Piano's waardering voor de sociale betekenis van het plein sterk bevestigd.

Het stukje kade waarop newMetropolis is neergezet, kan geen behoorlijke piazza herbergen. Voor Piano was dit de reden om voor een groots plein op het dak te kiezen. Het immense amfitheater is opgebouwd uit brede betonnen elementen die in traag ritme naar boven klimmen. Van buiten zichtbaar als een smalle horizontale reep ligt daar waar de boeg aan zijn ronding begint het restaurant. In principe is het dakplein openbaar gebied en vrij toegankelijk over de hellingbaan die als een sierlijk lint langs de oostelijke zijde van de IJ-tunnel is gespannen. Over deze weg kan men ook het wetenschapscentrum binnenkomen, want boven naast het café-terras, met een ongekend uitzicht over de stad, worden de kaartjes verkocht.

Het is wel onuitstaanbaar dat het hoogste gedeelte van het plein voor het publiek ontoegankelijk is. Niets is aanlokkelijker dan te staan op de uiterste punt van de steven. Maar het uitzicht over het IJ, over Amsterdam-Noord en vermoedelijk ver over het achterland blijft door een stevig hekwerk onbereikbaar.

Zwaluw

Zo opwindend en vrijmoedig als de boeggevel zich naar het water en de spoorbaan openbaart, zo nukkig kijkt newMetropolis naar de stad. Aanvankelijk had Piano een symmetrisch bouwwerk ontworpen met links en rechts van de IJ-tunnelweg een hellingbaan, oplopend naar het dakplein. Zo lijkt het eerste model op een zwaluw die laag over het water het IJ op vlucht. Een prachtig gezicht. Helaas hebben, overigens begrijpelijke, stedenbouwkundige bezwaren de westelijke hellingbaan doen sneuvelen. Piano beaamde dat met de twee opgangen de verbinding tussen de kaden, die aan weerszijden het gebouw omringen, teveel werd gebarricadeerd. Ook de entree, aanvankelijk gelegen aan de kant van het Centraal Station, was niet optimaal. De westelijke hellingbaan verdween en de toegang werd naar het midden van het gebouw boven de IJ-tunnel verlegd. Deze gevel werd ook opgezadeld met een hoekige lifttoren, een mager, verticaal element lijkend op een schoorsteenpijp die men had verzuimd in te tekenen en die op het laatste moment moest worden toegevoegd.

Het is jammer dat de zijde van newMetropolis die naar de stad is toegekeerd, de onevenwichtige sporen van een restgevel vertoont. Dat is vooral zichtbaar vanaf de Prins Hendrikkade, op de brug boven de IJ-tunnelweg. De linker hellingbaan was ongetwijfeld even mooi en elegant geworden als de rechter. Nu lijkt het bekoorlijke onderkomen van het centrum voor wetenschap en technologie aan de stadszijde geamputeerd en dat is een even pijnlijk gezicht als een zwaluw met een halve staart.