Drenth doet beroep op vrijheid van requisitoir

UTRECHT, 6 JUNI. De Groningse officier van justitie R. Drenth heeft gisteren voor de Centrale Raad van Beroep in Utrecht bezwaar gemaakt tegen de berisping die minister Sorgdrager (Justitie) hem heeft gegeven voor zijn optreden in de zaak tegen huisarts Kadijk. De minister vindt dat Drenth haar aanwijzing niet heeft opgevolgd. Drenth zegt dat hij door de 'vrijheid van requisitoir' die een officier van justitie heeft, zelf mocht handelen zoals hij goed achtte.

Op aanwijzing van Sorgdrager vervolgde het OM in Groningen in 1995 Kadijk voor het doden van een ernstig gehandicapte pasgeborene. De minister wilde zo jurisprudentie krijgen voor het levensbeëindigend handelen bij wilsonbekwamen. Tot veler verrassing vorderde Drenth in de strafzaak niet-ontvankelijkheid van het OM, omdat volgens hem de meldingsprocedure voor artsen bij euthanasiegevallen in strijd is met het nemo-teneturbeginsel. Volgens dit principe hoeft niemand aan zijn eigen veroordeling mee te werken.

Sorgdrager, procureur-generaal D. Steenhuis en de Groningse hoofdofficier R. Daverschot oordelen dat Drenth zijn plicht verzuimde door de aanwijzing te ontkrachten. Drenth kreeg een schriftelijke berisping, iets dat een officier van justitie zelden overkomt.

Drenth vecht de berisping aan omdat hij vindt dat een aanwijzing van de minister niet betekent dat zij kan voorschrijven hoe de officier van justitie in een strafzaak moet handelen. Daardoor wordt de officier een verlengstuk van de politiek, aldus Drenth. Hij hoopt dat de Centrale Raad voor Beroep een principiële uitspraak doet over hoever een minister van Justitie met een aanwijzing kan gaan.

Drenth stelt vanaf het begin te hebben gezegd dat hij in de politiek gevoelige zaak-Kadijk geen inmenging in zijn requisitoir wilde. “Ik heb aldoor gezegd dat ze dan een ander hadden moeten nemen.” Hij stelde Daverschot daarvan op de hoogte, aldus Drenth. Die ontraadde hem niet-ontvankelijkheid van het OM te vragen. Landsadvocaat E. Daalder betoogde dat ontraden in ambtelijke verhoudingen gelijk staat aan verbieden.

Drenth zegt dat hij Daverschot heeft gevraagd wat hij met 'ontraden' bedoelde. “Hij zei: 'ik kan het je natuurlijk niet verbieden'.” De Centrale Raad van Beroep doet binnen zes weken uitspraak.