De invasie in Normandië op kerkramen; Mitrailleurs in glas-in-lood

Zelfs in het halfduister van de kerk zag ik zijn schrikreflex. Voor iemand zoals hij, die katholiek is opgevoed, was de aanblik immers nog schokkender dan voor mij, ofschoon ook ik de eerste keer met mijn ogen had geknipperd.

Doorschenen door een lage namiddagzon pronkten de hoge ramen in hun weligste kleuren: gloeiende okers, diep karmozijn en zachte blauwen. Maar waar je pieus gevouwen handen gewend bent van in devotie verzonken heiligen, sprongen hier parachutisten uit een vliegtuig. In plaats van in glas en lood gestolde vroomheid waren schietende soldaten in het raam gebrand. Een realistisch machinegeweer met patronenguirlande stak het kerkschip in, rechtstreeks gericht op het altaar. Waar ziet men zoiets in een kerkraam? Natuurlijk in Normandië, waar de verhalen over 'le débarquement' nooit uitgeput raken.

In de kerk van Ste Mère Eglise, beroemd geworden door de Amerikaanse parachutist die aan de spits bleef hangen, domineert een imposant boograam met realistische parachutisten die neerdalen langs de Heilige Moeder. Maar hier, in deze bedevaartskerk in de kop van Normandië, was iets meer aan de hand.

Niet ver van Cherbourg, in de punt van het schiereiland Le Cotentin, ligt het dorpje Biville. In 1185 werd hier zekere Thomas Helye geboren die, leraar en priester, na zijn dood in 1257 tot de zaligheid werd verheven. Een kerkje verrees drie jaar later om zijn graf; nog mag men door een ruitje zijn stoffige grijze knoken begluren.

De bedevaarten naar het gebeente noopten in de jaren twintig tot een uitbreiding van de kerk. De Parijse meesterglazenier Barillet kreeg rond 1930 de opdracht alle pelgrimstochten, penitentiën en priesterlijke werken van 'Thomas le Bienheureux' in glas-in-lood te bezingen. Maar om pecuniaire redenen moesten sommige van de kerkvensters worden ingevuld met simpele abstracties, die Barillet overigens met even veel smaak en stijl uitvoerde als de religieuze ramen. Toen de geallieerde invasie in 1944 Normandië het terrein maakte van verwoestende gevechten, smeekten de dorpelingen hun beschermengel om Biville te sparen. Hem werden daarbij alvast twee nieuwe kerkramen beloofd. Le Bienheureux bleek de deal te hebben geaccepteerd: het dorp werd gespaard en dus kreeg hij zijn ramen, waarvoor alle parochianen geld bijeen hadden gebracht.

Maître Barillet koos dit keer niet de omweg der symboliek maar beeldde in acht taferelen het oorlogsgeweld uit terwijl in een rozet daarboven Thomas beschermend zijn armen over het dorpje spreidt. Zo zien we vijf parachutes dwarrelen rondom een vliegtuig, daaronder waden vier tommy's met rugbepakking en helmen met camouflagenetjes door de zee; drie hunner zien we vervolgens in gekromde schiethouding achter een vonkend schoudergeweer en twee mitrailleurs. Elders vallen bommen op de Noormannenkerk van het nabije La Hague. En dan zijn er nog de biddende Bivillais, een laatste communie voor een gesneuvelde soldaat en tenslotte juichende kinderen bij de triomfale intocht van de bevrijders.

Afgezien van het op zo'n plek onverwachte oorlogsrealisme ziet men zelden de eigentijdse historie verheven in de eeuwigheid van het kerkelijk glas-in-lood. Maar bovendien bekoort de artistieke kwaliteit: de krachtige tekening van de figuren, de beweging in de scènes en de elegante afwisseling van ronde kadreringen en vrijstaande taferelen. Het lijkt of de glazenier in deze ramen door het 'verse' drama tot een heftiger emotie is bewogen dan hij laat zien in de meer gestileerde glascomposities in de vroegere vensters van de kerk.

De parochianen en de pelgrims op de jaarlijkse Thomas-bedevaart zijn na een halve eeuw wel gewend aan de bommen en battledresses. Maar bij de installatie in 1944 hakte het er in. “Zoiets had niemand verwacht, het was nogal een verrassing”, vertelt de beminnelijke 83-jarige mademoiselle Maçon, destijds onderwijzeres ter plaatse en secretaresse van de burgemeester. “De meesten vonden het niet mooi. Bizar werden de ramen gevonden, plutôt original”, zegt ze in bedachtzame eufemismen. “Maar er waren geen protesten: de mensen gehoorzaamden de pastoor, die de ramen inzegende.”

Haar ogen twinkelen achter haar brilletje als ze vertelt wat de schade is geweest die het dorp in de zomer van 1944 opliep. “De enige granaat die hier is ingeslagen, trof de kelder van de curé - al zijn mooie bourgognes weg.”