'De EMU is de laatste ambitie van deze eeuw'; Gesprek met de Luxemburgse premier Juncker

De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, tevens minister van Financiën en van Arbeid noemt uitstel of zelfs afstel van de muntunie gevaarlijk. “Het zou de economische problemen vergroten en het Europees elan verbrijzelen.”

BRUSSEL, 6 JUNI. De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker (42) is de jongste van de vijftien Europese staats- en regeringsleiders die over anderhalve week aanschuiven op de top van Amsterdam en hij komt uit het kleinste land (400.000 inwoners). Toch geldt Juncker als zwaargewicht. Niet alleen in Luxemburg, waar hij de superportefeuille beheert van premier, minister van Financiën en van Arbeid, maar ook in Europa. Hij draait al vijftien jaar mee in Europese raden en staat op zeer goede voet met de Duitse bondskanselier Kohl, die hem kameraadschappelijk 'junior' noemt. Junckers reputatie was gevestigd toen hij eind vorig jaar met succes bemiddelde tussen Duitsland en Frankrijk over het stabiliteitspact dat een sterke Europese eenheidsmunt moet garanderen. “Ik ken de Fransen beter dan de Duitsers en de Duitsers beter dan de Fransen”, zei hij ooit. Maar hij heeft geen “roeping” om blijvend te bemiddelen tussen Bonn en Parijs.

De christen-democraat Juncker volgde ruim twee jaar geleden Jacques Santer op, toen deze voorzitter werd van de Europese Commissie. Vriendelijk maar beslist weet hij zijn zin door te zetten in het groothertogdom. Volgens een Luxemburgse grap neemt de premier besluiten nooit alleen - hij raadpleegt eerst de ministers van Financiën en van Arbeid. Juncker praat gemakkelijk en bij het begin van het interview trekt hij ontspannen zijn jasje uit, zodat zijn das met 101 dalmatiërs goed zichtbaar is. Geëngageerd spreekt de zoon van een metaalarbeider als het gaat over het sociale Europa - of liever gezegd, het gebrek daaraan. “Ik zit in de sociale raad sinds 1982, ik heb alles gehoord en gezien, en ik ben zeer teleurgesteld in het sociale Europa.”

Op 1 juli neemt Luxemburg het voorzitterschap van de Europese Unie over van Nederland. Twee omvangrijke dossiers moeten worden voorbereid: de Economische en Monetaire Unie (EMU) en de uitbreiding naar Oost-Europa. Het land heeft slechts een bescheiden ambtenarenapparaat, maar dat is volgens de premier juist een voordeel. “In 1991 zat ik de intergouvernementele conferentie voor die leidde tot de EMU. Ik heb toen ontdekt dat een klein team medewerkers gemakkelijk is, want je moet alles zelf weten. Ik werk als student, als ambtenaar, als minister en als premier.”

De voorstellen die Luxemburg in 1991 formuleerde voor de intergouvernementele conferentie (IGC), werden door de volgende EU-voorzitter, Nederland, genadeloos herschreven. “Er was toen geen enkele samenwerking van de premiers”, aldus Juncker. Nu gaat dat veel beter. “We hebben uitstekende werkrelaties op alle niveaus. Dit keer hebben we geen enkele kritiek.” De samenwerking wordt komend half jaar voortgezet. “We zien het als twaalf Nederlands-Luxemburgse maanden.”

De herziening van het Verdrag van Maastricht, die over anderhalve week in Amsterdam moet worden afgerond, lijkt nogal mager: op buitenlands beleid, justitie en binnenlandse zaken wordt slechts bescheiden vooruitgang geboekt. “Als ik alleen met de heren Kok en [de Belgische premier] Dehaene de onderhandelingen had moeten afronden, zou het resultaat getuigen van grotere ambities”, geeft Juncker toe. “Maar we moeten een akkoord bereiken met vijftien landen.” Nederland hoeft zich niets te verwijten, aldus de premier. Het heeft uitstekend werk geleverd. “Ook op andere terreinen dan de IGC, zoals de besluiten die minister Melkert [Sociale Zaken] heeft weten te nemen op het gebied van vrouwenhandel.” Hij is ook zeer tevreden over de manier waarop minister Zalm (Financiën) het stabiliteitspact heeft uitgewerkt.

Juist dat stabiliteitspact, dat in Dublin in principe rond was en dat een hamerstuk had moeten zijn in Amsterdam, lijkt nu weer problemen te veroorzaken. De nieuwe Franse premier, Lionel Jospin, heeft gezegd dat het pact herzien moet worden. Volgens Juncker moet daarover niet te dramatisch worden gedaan. “Tijdens een verkiezingscampagne is snel gezegd dat het stabiliteitspact moet worden herzien. We zullen zien wat minister Strauss-Kahn [de nieuwe Franse minister van Financiën] ons tijdens de raad zondag en maandag te zeggen heeft. Ik denk dat het snel opgelost zal zijn.”

Over de EMU bestaat op dit moment veel beroering. Zweden kondigde deze week aan voorlopig niet te willen meedoen, in Frankrijk wordt gesproken over versoepeling van de criteria en zelfs Duitsland moet er alles aan doen om de voorwaarden te halen. De Luxemburgse premier blijft vurig voorstander van de muntunie. “Dit is de laatste grote ambitie van deze eeuw. Ik zal ervoor strijden dat de EMU begint op 1 januari 1999.” Het idee om de EMU uit- of zelfs af te stellen, noemt hij gevaarlijk. “Het zou de economische problemen vergroten en het Europees elan verbrijzelen.”

Juncker heeft in 1991 zelf grote delen van de EMU-paragrafen in het verdrag van Maastricht geschreven. Op de vraag of hij destijds had gedacht dat het zo moeilijk zou zijn de criteria te halen, antwoordt Juncker dat hij verbaasd is over de omvang van de problemen waarvoor Duitsland staat. “Een gevolg van de Duitse hereniging, die een grote uitdaging is voor de overheidsfinanciën.” Voor de rest is er volgens hem enorme vooruitgang geboekt. “De inflatie is op een historisch dieptepunt. Zelfs Italië heeft de laagste inflatie in 27 jaar.”

Tijdens de IGC zette Luxemburg hoog in op het behoud van zijn commissaris. Twee weken geleden bleek dat het aantal van twintig voorlopig gehandhaafd blijft. Formeel opereert de Europese Commissie als college dat los staat van de lidstaten. “Een commissaris is er niet om besluiten te beïnvloeden”, beaamt Juncker. “Maar zijn aanwezigheid is wel nodig om de identiteit van zijn land te reflecteren. In Commissievoorstellen is het onbegrip over nationale situaties nu al verbazingwekkend groot. Hoe groot zou dat zijn, als niet ieder land een commissaris had!” Dat Commissievoorzitter Santer een Luxemburger is, “benadeelt ons niet”, geeft Juncker toe. “Maar we respecteren zijn onafhankelijkheid. Ik zal hem nooit een bevel geven.”

Over het Verdrag van Maastricht zei Juncker ooit dat er sprake was van Etikettenschwindel, mooie beloften die niet uitkwamen. “In Maastricht deden we alsof het sociale Europa een grote sprong voorwaarts zou maken, terwijl het sociale hoofdstuk zwak was.” Het blijft zwak in het Verdrag van Amsterdam, aldus de premier. Met uitzondering van een paragraaf over werkgelegenheid zal er geen vooruitgang zijn. Dat stelt hem teleur. “Er waart een rode golf door Europa, zo lees ik in de kranten. In dertien van de vijftien regeringen, waaronder de mijne, zitten socialisten. Er zijn negen socialistische regeringsleiders. Als ik dat lees, kan ik zelfs niet lachen. Sinds 1982 zit ik in de sociale raad. Ik zeg niet dat er helemaal niets is gedaan, maar op het gebied van ontslagrecht bijvoorbeeld is er nog niets.”

Luxemburg, dat bekend staat als belastingparadijs, zal komend half jaar als EU-voorzitter voorstellen doen voor fiscale harmonisatie. “We willen een lijst opstellen van belastingen die geharmoniseerd kunnen worden - en dan gaat het niet alleen om spaargelden.” Dit betekent niet het einde van Luxemburg als belastingeldorado, aldus Juncker. “Het betekent het einde van àlle belastingparadijzen. Voor ieder land zijn de overige veertien een belastingparadijs.” De premier ergert zich zeer aan het imago van Luxemburg. “Ik houd er niet van dat mijn land wordt voorgesteld als twee trottoirs en 220 banken. Nederland is toch ook niet Philips en de haven van Rotterdam.”

De top van Luxemburg wordt een uitbreidingstop, kondigt Juncker vast aan. Op die top moet besloten worden met welke van de tien kandidaten uit Oost-Europa onderhandelingen voor toetreding worden geopend. Er circuleert een scenario om de onderhandelingen met alle tien tegelijk te beginnen, om niemand in de kou laten staan. Juncker is daar tegen. “Ze zitten niet allemaal in dezelfde situatie. Met sommige zal een akkoord gemakkelijker zijn dan met andere.” Maar zelfs voor de verst gevorderde landen zullen lange overgangsperiodes nodig zijn. “Het is moeilijk nu al te zeggen hoe lang, maar ik denk dat we in het jaar 2000 nog met 15 zullen zijn en in 2010 niet met 26.”