Dansles

Wij kregen dansles, geen jazz ballet, geen tap dancing, maar echte dansles: de wals, de foxtrot, de quickstep, aan het eind van de les snel even de hokey-cokey.

Als je niet kon dansen zou niemand ooit met je willen trouwen, we deden dus ons best. Er waren geen jongens; de grootste meisjes in de klas moesten altijd de mannen zijn. Niemand zou ooit met mij trouwen, ik kon alleen als man dansen. Voor de rest viel het mee, vooral als je je voorstelde dat je speelde in een van de Amerikaanse films die we zondagmiddag op de televisie bekeken.

Toen moesten mijn broer (zou iemand ooit met hem willen trouwen?) en zijn beste vriend, Andrew, ook leren dansen. Zij zaten op jongensscholen, waar niemand als meisje wilde dansen. Zonder grote verwachtingen - het was ook nog schoolvakantie - gingen we naar de dansles. Dit gebeurde in een soort houten hut, waar ook de padvinders hun bijeenkomsten hielden, achter de tennisclub.

Er waren veel kinderen, we kenden ze niet. De meisjes hadden allemaal mooie jurken aan, alsof het een echt bal was. Ik droeg een broek. Maar ik had twee partners, en ik mocht eindelijk als meisje dansen.

'Slow, slow, quick, quick, slow!' brulde Madame B., een kleine en angstaanjagende figuur met een haarknot, boven de piano uit. Wij walsten, foxtrotten en quickstepten, minder elegant dan in de film, met elkaar en met vreemden. Het duurde een uur. Het was wel vermoeiend.

Toen we eindelijk weer buiten waren zei mijn broer, 'Weet je, jij was de enige van al die meisjes waarvan ik de hand op mijn schouder kon voelen.' 'Ja, ik ook,' zei Andrew. Ze keken me allebei aan, en ik liet de gelegenheid voorbijgaan dat ik kon vragen of dat goed was, of niet.