Crisis Spanje na benoeming hoofdofficier van justitie

MADRID, 6 JUNI. De benoeming van een nieuwe hoofdofficier van justitie van het Spaanse Nationale Gerechtshof heeft geleid tot een diepe crisis tussen de regering en het Openbaar Ministerie. Met de benoeming, die gisteren officieel plaats had, heeft de regering Aznar volgens de verenigde aanklagers van de Spaanse rechtbanken illegaal en ongrondwettelijk gehandeld.

De officiële benoemingsceremonie van de nieuwe hoofdofficier, Eduardo Fungairiño, werd gistermiddag geboycot door het grootste deel van het corps van officieren van justitie. Bij gebrek aan vrijwilligers moest Spanjes staatsaanklager Jesús Cardenal bij de benoeming optreden als paranimf die de nieuwe hoofdofficier de eed afnam.

De benoeming werd de afgelopen week door de Staatsaanklager en met steun van het kabinet doorgedrukt tegen het uitdrukkelijke aanbeveling van de adviesraad van openbare aanklagers. Deze menen dat de regering hiermee de wettelijke regels met voeten treedt.

Verschillende organisaties van aanklagers hebben aangekondigd de benoeming voor de rechter aan te vechten. Ook is door hen het aftreden geëist van de Staatsaanklager Jesús Cardenal. Diens recente benoeming door de regering Aznar wekte reeds eerder onrust vanwege zijn lidmaatschap van de uiterst conservatieve katholieke beweging Opus Dei.

Binnen het Spaanse Openbare Ministerie heerst al geruime tijd een crisis-sfeer, die bepaald lijkt door langdurige persoonlijke vetes en politieke competentiestrijd. De regering presenteerde de benoeming van hoofdofficier Eduardo Fungairiño de afgelopen dagen uitdrukkelijk als een definitief einde aan de ruzies. In plaats daarvan slaagde het kabinet erin vrijwel het gehele aanklagerscorps tegen zich in het harnas te jagen.

Behalve het naast zich neerleggen van het afwijzende advies, was het ook het persoonlijk optreden van premier José María Aznar dat de afgelopen dagen in belangrijke mate bijdroeg aan de woedende reacties van de aanklagers. De premier deed eerder deze week de protesten van de aanklagers grinnekend af als een weinig serieus te nemen grap. Vervolgens bekritiseerde hij het “overdreven corporatisme” van de aanklagers dat volgens hem thuishoorde in een “periode die we gelukkig achter ons hebben gelaten”.

Volgens de socialistische oppositie heeft het kabinet Aznar het Openbaar Ministerie in de ernstigste crisis gestort sinds de invoering van de democratie in 1975. Voormalig premier Felipe González sprak daarnaast zijn verwondering uit over de benoeming van Fungairiño.

De laatste kreeg eerder een admnistratieve boete opgelegd omdat hij in een zaak weigerde tot vervolging over te gaan van de ex-bankier Mario Conde. Conde, die nu terecht staat voor grootschalige oplichting en corruptie, heeft volgens de socialistische oppositie een belangrijke hand gehad in het veroorzaken van schandalen ten einde de regering González ten val te brengen.