Conflict over vredesmacht Abchazië loopt op

Rusland en Georgië hebben ruzie: over en weer worden beschuldigingen van chantage en afpersing uitgewisseld en dreigementen geuit, waarbij ook het separatistische Abchazië een duit in het zakje doet. De inzet: het mandaat van de Russische vredesmacht op de grens van Georgië en Abchazië.

ROTTERDAM, 6 JUNI. Het mandaat van de drieduizend man tellende vredesmacht - bestaande uit Russen maar opererend onder een mandaat van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) - voorziet in patrouilles langs de grens tussen Georgië en het separatistische gebied Abchazië. De patrouilles moeten niet alleen voorkomen dat de Georgiërs en Abchaziërs, die in 1993 een korte maar hevige oorlog uitvochten, opnieuw slaags raken, ze moeten ook de terugkeer van 200.000 in 1993 gevluchte Georgiërs naar hun woonplaatsen in Abchazië garanderen.

De vredesmacht, gelegerd langs de grensrivier Ingoeri, slaagt in de eerste taak, maar niet in de tweede: de Abchaziërs saboteren de repatriëring van de Georgische vluchtelingen door haar te beperken tot tweehonderd mensen per maand, en dan nog alleen als ze de Abchazische onafhankelijkheid erkennen. Een jaar lang heeft de Georgische president, Edoeard Sjevardnadze, bij de collega-staatshoofden in het GOS gepleit voor een uitbreiding van het mandaat van de vredesmacht. Die zou niet alleen langs de Georgisch-Abchazische grens moeten patrouilleren, maar in heel Gali, het grensdistrict waar de meeste Georgiërs woonden voordat ze in 1993 op de vlucht werden gedreven. De Georgiërs maakten vroeger negentig procent uit van de bevolking van Gali. De vredesmacht zou de teruggekeerde vluchtelingen in Gali - sinds 1993 een epicentrum van banditisme, anarchie en geweld - moeten beschermen tegen aanslagen van Abchazische buren, benden, paramilitaire eenheden en soldaten. Sjevardnadze wordt in eigen land onder druk gezet door de vluchtelingen die nu al vier jaar in kommervolle omstandigheden in en rond Tbilisi huizen en voor wie de maat vol is: zij dreigen desnoods met wapengeweld naar hun woningen in Gali terug te keren - het beste recept voor een nieuwe oorlog.

In maart kreeg Sjevardnadze eindelijk het groene licht van zijn GOS-collega's: de Russische vredesmacht moet in heel Gali en in delen van het aangrenzende district Otsjamtsjirre gaan patrouilleren. Dat leidde tot woede bij de Abchaziërs, die vergeefs aanvoerden dat volgens het bestandsakkoord van 1994 elke wijziging van het mandaat van de vredesmacht de instemming van beide partijen nodig heeft. Liever dan de Russen in heel Gali en in Otsjamtsjirre toe te laten, zo betoogden Abchaziërs, zien ze de vredesmacht vertrekken. De Abchazische vice-president, Dzjindzjolia, noemde het GOS-besluit “repressief en eenzijdig” en dreigde de Russen zelfs “te verdrijven”. Het Abchazische verzet heeft de Russen in ernstige verlegenheid gebracht, want vredestaken laten zich niet uitvoeren tegen de zin van een van de betrokken partijen. De animo voor het vredeswerk is toch al ernstig afgenomen: regelmatig rijden Russen in het gebied op mijnen, waarbij zeker veertig doden zijn gevallen. Abchazisch verzet tegen de uitbreiding van het mandaat kan tot nieuwe slachtoffers leiden. Geen wonder dat de Russen geen haast maken met die uitbreiding. Sterker: sinds maart is er niets gebeurd.

En dat leidde tot grote Georgische woede. Maandag eiste het Georgische parlement in een resolutie het vertrek van de Russen als ze hun taak langs de grens niet conform het GOS-besluit uitbreiden. Die verklaring werd dinsdag in Moskou als “chantage” bestempeld. “Deze resolutie dwingt ons ertoe de aanwezigheid van Russische vredestroepen in de confictzone te heroverwegen”, aldus president Jeltsins woordvoerder, Sergej Jastrzjembski. Woensdag bestempelde de voorzitter van het Georgische parlement, Zoerab Zjvania, op zijn beurt Jastrzjembski's reactie als “afpersing”.

De ruzie over het mandaat van de Russen kan tot nieuw geweld leiden, zeker nu er geen uitzicht is op een doorbraak in de richting van een politieke oplossing van het conflict. Georgië biedt Abchazië 'maximale autonomie' binnen Georgië. Abchazië vindt dat niet genoeg en wil een confederatie van de twee landen op voet van volledige gelijkwaardigheid. Geen van beide partijen is bereid verder water in de wijn te doen.

Rusland, Abchazië en Georgië hebben inmiddels laten weten prijs te stellen op de blijvende aanwezigheid van de Russische vredestroepen, maar die verklaring lost het probleem rond de uitbreiding van het mandaat niet op: Georgië houdt vast aan het uitgebreide mandaat, Abchazië aan het oude en Rusland aarzelt.

Als de strijd wordt hervat, is de afloop onzeker. De Abchaziërs zeggen 5.000 soldaten en 30.000 reservisten te hebben. Georgie heeft naar eigen zeggen 49.000 man, maar de werkelijke sterkte van de Georgische strijdkrachten is kleiner. Georgië heeft meer vliegtuigen, geschut en pantserwagens, maar de Abchaziërs hebben meer landingsvaartuigen voor sabotage-acties achter de Georgische linies, tegen bijvoorbeeld Poti, de belangrijkste haven van Georgië. Poti ligt maar 25 kilometer van de Georgisch-Abchazische grens.