BVD kent ook tweede verdachte Haagse branden

DEN HAAG, 6 JUNI. De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) blijkt ook een tweede hoofdverdachte in de zaak van de brandstichtingen in de Haagse Schilderswijk al langer te kennen. Over deze 26-jarige B.U. zegt een BVD-dossier dat hij de leider is van de 'Yekitiya Ciwawen Kurdistan' (YCK). “Een subvereniging van de PKK”, aldus de BVD.

Op de avond van 25 maart dit jaar werden in de Schilderswijk met molotov-cocktails aanslagen gepleegd op een Turks ontmoetingscentrum en op een Azerbajdzjaans koffiehuis. Het ontmoetingscentrum wordt volgens politiedossiers vooral bezocht door aanhangers van de extreem-rechtse organisatie de Grijze Wolven. Een half uur na middernacht werd in de omgeving ook brand gesticht in het huis van de familie Kösedag aan de Frans Halsstraat. De moeder en vijf van de tien kinderen kwamen om het leven. Voor deze aanslagen zijn in de afgelopen weken zes verdachten aangehouden en verhoord. Twee van hen worden niet meer verdacht van betrokkenheid bij de branden. Eén is gisteren vrijgelaten, de tweede blijft in hechtenis op verdenking van een schietpartij vorig jaar.

De vier overgebleven verdachten hebben volgens ingewijden tegenover de politie nu toegegeven “op enige manier” betrokken te zijn geweest bij de aanslagen op het cultureel centrum en het koffiehuis. Allen ontkennen deel te hebben genomen aan de brandstichting bij Kösedag. Uit andere gegevens blijkt dat het onderzoek ondanks de gedeeltelijke bekentenissen moeizaam verloopt. Het technisch bewijsmateriaal is ook volgens het OM pover: een video afkomstig van een benzinestation en een vingerafdruk op een lege limonadefles. Verder is er op de morgen na de brand nabij het huis van de familie Kösedag in de Frans Halsstraat een mapje gevonden met persoonlijke bescheiden. Het bevatte een ziekenhuispasje op naam van B.U.

Pagina 2: Nieuwe aanwijzing voor motief bloedwraak

De BVD is door de recherche van het korps Haaglanden direct na de aanslagen in de Schilderswijk te hulp geroepen. De dienst kreeg foto's te zien die gemaakt waren vanaf de videoband van het benzinestation aan het Kaapseplein. Daarop zijn drie mannen te zien die een jerrycan met benzine vullen. De BVD identificeerde een van hen als U., die volgens verklaringen van andere betrokkenen de 'molotovs' heeft gefabriceerd. Het ambtsbericht van de BVD is naar de landelijk officier van justitie P.M.H. van der Molen gestuurd.

Eerder was al komen vast te staan dat de andere hoofdverdachte Guner P., bijgenaamd 'Dylar', werd gevolgd door de BVD die in Turks-Koerdische aangelegenheden nauw samenwerkt met de Turkse geheime dienst. Hij had zich eind februari van dit jaar bij de PKK in Arnhem gemeld met de mededeling namens de familie de moord op zijn (achter)nicht te willen wreken. Het zou hier gaan om Dilek Demirel die in juli vorig jaar in Turkije om het leven is gebracht door een naaste verwant. De man is inmiddels veroordeeld, maar het proces is officieel nog niet beëindigd. Er zijn nieuwe beschuldigingen geuit tegen andere familieleden. Het rechercheteam heeft overigens nog geen logische verbinding kunnen maken tussen deze (grote) familie en het gezin Kösedag.

In recente verklaringen in het onderzoek naar de branden bevindt zich een nieuwe aanwijzing dat het wellicht om een combinatie van bloedwraak en politieke aanslagen gaat. P. blijkt enkele dagen voor de branden op bezoek te zijn geweest bij de familie van Dilek Demirel, naar eigen zeggen “om te condoleren met de dood van hun zus”. De BVD was hem toen overigens uit het oog verloren. Pas op de dag van de branden kwam men er achter dat hij uit Arnhem was vertrokken. De familie van de vermoorde vrouw woont al tientallen jaren in Nederland. Dilek Demirel eveneens; zij was op vakantie in haar geboortestreek toen ze werd vermoord.

De BVD heeft geconcludeerd dat U. actief lid is van de PKK, de Koerdische arbeiderspartij. Dit blijkt ook uit verklaringen van diverse betrokkenen. Zo werd de familie van de in Turkije vermoorde vrouw enkele dagen na het bezoek van G.P. naar eigen zeggen enkele malen gesommeerd een geldbedrag af te geven aan vertegenwoordigers van de PKK. Een van de broers kreeg daar zo genoeg van dat hij een afspraak maakte met de PKK-aanhang. Men trof elkaar op het Hobbemaplein. Dat was vóór de branden en later bleek dat de broer daar U. had ontmoet, die de verplichte bijdrage had willen incasseren.