Bewindsvrouwe ontkent schade door GKB-zaak

DEN HAAG, 6 JUNI. Staatssecretaris T. van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken) wordt niet belemmerd in haar functioneren door de zogenoemde GKB-affaire in Groningen. Ze antwoordt dit op vragen van het Tweede-Kamerlid Van der Hoeven (CDA).

De staatssecretaris zegt ook dat “de suggestie” onjuist is dat ze eerder op de hoogte is gebracht van het financiële debacle, waardoor de gemeente Groningen uiteindelijk een strop van ruim 58 miljoen gulden had.

In de afgelopen dagen is de rol van Van de Vondervoort (PvdA) bij het financiële schandaal binnen de Groninger Kredietbank diverse keren onderstreept. In haar ontkenning verwijst ze naar antwoorden die het college van B en W van Groningen al eerder aan de gemeenteraad heeft gestuurd. De vraag was toen of er, zoals een regionaal dagblad abusievelijk meldde, in het strafdossier tegen ex-staatssecretaris Evenhuis, ex-bankdirecteur Ketelaar en landbouwer Meppelink een brief was opgenomen van de directeur sociale zaken Hesseling. Die brief bestond niet, zo lieten B en W de raad weten. Dat was juist.

In het GKB-dossier bevindt zich echter wel een ander stuk waaruit blijkt dat Van de Vondervoort als wethouder van Financiën in Groningen in een vroeg stadium op de hoogte is gebracht van “onregelmatigheden” bij de bank. Dat gebeurde in het voorjaar van 1991, zo blijkt uit een toelichting op vragen door het 'Kromstaartteam' van de regiopolitie Groningen. “In april/mei 1991 rapporteerde Coolen (hoofd gemeentelijke accountantsdienst, red.) aan Hesseling over onregelmatigheden. Hesseling vertrok per 1 juli 1991 en voor zijn vertrek had hij met u een gesprek over dit onderwerp”, aldus de toelichting op vraag negen van de rechercheurs. Van de Vondervoort zegt in haar antwoord “niet in staat te zijn dit gesprek te reproduceren”.

Op andere vragen van het 'Kromstaartteam', zoals op welke wijze ze het college destijds heeft ingelicht, luidt haar antwoord: “Dat weet ik niet”. Verder deelt ze mee in de betreffende periode nooit contact te hebben gehad met directeur B. Ketelaar van de bank. Evenhuis, zijn zwager Meppelink en Ketelaar stonden begin deze week terecht en hoorden respectievelijk anderhalf jaar onvoorwaardelijk (twee keer) en tweeënhalf jaar gevangenisstraf tegen zich eisen.