'Afrikaanse kunst wordt geroofd op bestelling'

De Nederlandse douane onderschepte eind mei een twintigtal voorwerpen uit het cultureel erfgoed van Congo, zo bleek woensdag. Roof van Afrikaanse kunst en etnografica heeft dramatische vormen aangenomen, zegt R.M.A. Bedaux van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden.

LEIDEN, 6 JUNI. De roof van de kunstschatten uit de musea in Zaïre (het huidige Congo), waaronder vermoedelijk het twintigtal waardevolle voorwerpen dat eind vorige maand door de Nederlandse douane in beslag werd genomen, is op bestelling geschied. “Dat is te zien aan de wijze waarop de dieven zorgvuldig de objecten hebben geselecteerd en meegenomen.”

Dr. R.M.A. Bedaux is als conservator Afrika van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden in het algemeen goed op de hoogte van de roof van het Afrikaans cultureel erfgoed. De plundering van de musea in Zaïre vertoont volgens Bedaux alle sporen van een nauwgezet geplande bestelling op afstand. “Handelaren uit het Westen (Europa, de VS) hebben waarschijnlijk, met de catalogus in de hand, orders geplaatst bij hun mensen in Kinshasa die de musea vervolgens zorgvuldig hebben leeggeroofd tijdens de onrust die gepaard ging met de machtsovername afgelopen maand”, aldus Bedaux. “De dieven wisten precies welke objecten ze wel en welke ze niet wilden hebben.”

De archeoloog Bedaux wordt met enige regelmaat geraadpleegd door opsporingsinstanties als er aan de Nederlandse grens weer een of ander exotisch object wordt onderschept uit het Afrikaans cultureel erfgoed. De in beslag genomen voorwerpen uit Congo heeft hij echter niet gezien. Die worden op het ogenblik door de internationale raad voor musea in Parijs (International Council of Museums - Icom) geanalyseerd.

Icom sloeg onlangs alarm over de kunstroof uit de musea in Zaïre. In een over de gehele wereld verspreid persbericht maakte Icom op 28 mei gewag van omvangrijke diefstal uit het Instituut van Nationale Musea in Zaïre in Kinshasa, het hoofdkwartier van alle musea in het land met een totale collectie van zo'n 50.000 voorwerpen.

Het is niet de eerste keer dat Afrikaanse musea op bestelling worden leeggehaald, constateert Afrika-conservator Bedaux. Drie jaar geleden was het volkenkundig museum van de universiteit van Ibadan in Nigeria aan de beurt. “Niet alleen alle objecten uit het museum zélf werden toen met vrachtwagens afgevoerd, ook het hele depot ging mee.”

Roof van cultureel erfgoed doet zich volgens Bedaux veelal voor in tijden van politieke en militaire onrust. “Een paar jaar geleden was het Ethiopië. Toen kregen we hier van alles aangeboden, met foto's erbij uit welke kerk het spul was gejat.”

In de strijd tegen de plundering van cultureel erfgoed start het volkenkundig museum dit najaar in Afrika, in Mali om precies te zijn, een pilotproject dat de illegale kunsthandel en de roof van het erfgoed moet afschrikken. Mogelijk met steun van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking gaat het museum de komende zes jaar, samen met zijn Malinese counterparts, alle voorwerpen uit de musea in het land inventariseren, rubriceren en fotograferen, en zal het de informatie waar mogelijk over de gehele wereld verspreiden in de hoop dat de louche handel zich niet langer aan de voorwerpen durft te branden.

Maar niet alleen de collecties in de musea worden beschermd. Ook het erfgoed dat nog niet in musea is ondergebracht krijgt protectie. “We gaan de lokale bevolking proberen te overtuigen dat ze geen kunst en cultureel erfgoed meer moeten plunderen”, legt Bedaux uit. Zo gaat het project met toneelstukken en een expositie de dorpen langs en zo krijgt elke regio zijn eigen vrijwillige 'kunstpolitie'. Bovendien gaat het Rijksmuseum in samenwerking met Le Musée National du Mali zélf een grote archeologische opgraving uitvoeren, “zodat in Mali in iedergeval één vindplaats fatsoenlijk wordt opgegraven”.

Onderzoek van de Leidse universiteit heeft aangetoond dat de archeologische vindplaatsen in Mali in hoog tempo worden geplunderd. Bestolen door Malinezen die bij toeval, vaak tijdens het regenseizoen, sieraden, gebruiksvoorwerpen en scherven in de buurt van hun huis aantreffen en meenemen. Gestolen door mannen die na de oogst in het droge seizoen hun inkomen proberen aan te vullen door zelf illegaal beelden op te graven. Of gewoon systematisch leeggehaald door georganiseerde groepjes dieven.

Dat de plundering van het cultureel erfgoed in Afrika dramatische proporties kan aannemen heeft een recent onderzoek van de Leidse universiteit aangetoond. In 1991 vertoonde 45 procent van de archeologische vindplaatsen in de binnendelta van de Niger in Mali sporen van roof. Vier jaar later was dat al 65 procent. “Een groei van twintig procent. Als dat zo door gaat zijn over zeven jaar alle vindplaatsen verwoest.”

Internationale afspraken om de roof van cultureel erfgoed tegen te gaan bestaan al heel lang. Zo werd al op het Congres van Wenen van 1815 afgesproken dat nationaal cultuurbezit geen oorlogsbuit mocht zijn. Zo kwam de Unesco in 1970 met een conventie die illegaal bezit en illegale in- en uitvoer van cultureel erfgoed moest tegengaan. En zo staat er nu een nieuw internationaal verdrag op stapel, het Unidroit-verdrag dat landen de mogelijkheid biedt gestolen cultureel erfgoed terug te vorderen.

De Nederlandse musea kopen geen geroofd cultureel erfgoed meer, zeggen ze. Een aantal jaar geleden hebben ze daar zelfs een plechtige overeenkomst voor gesloten. De collectie in Leiden bestaat voor één procent uit gestolen objecten, schat Bedaux. Maar ook al zou het museum een mooi gestolen erfgoed aan haar collectie willen toevoegen, de prijzen zijn zo sterk gestegen dat het museum niet ver kan komen met de 100.000 gulden die het per jaar te besteden heeft aan aankopen.

Maar, zoals dat gaat met vraag en aanbod, de prijsstijging van cultureel erfgoed uit Afrika blijkt niet ongelimiteerd. Aardewerken beeldjes van de Nok-cultuur uit Nigeria bijvoorbeeld gingen een paar jaar geleden nog voor meer dan een miljoen gulden van de hand. Inmiddels doen ze niet meer dan 20 à 30.000 gulden. “De markt is overspoeld, in Parijs en Brussel ligt het in kisten vol.”