Wilhelmina en Christian X

Eindelijk heeft iemand de moed gehad om de mythe van Wilhelmina te ontmaskeren. Nanda van der Zee komt ontegenzeglijk de eer toe de preutse stilte over 'de enige man in Londen' te hebben doorbroken. Zeker, er is veel aan te merken op haar boek Om erger te voorkomen. Het geeft geen echte nieuwe verklaringen of onbekend materiaal.

Het is eigenlijk niet meer dan één doorlopende aanklacht tegen de Nederlandse overheid: alleen die is verantwoordelijk voor het treurig lage overlevingsquotum van de joodse Nederlanders. Maar Van der Zee stelt luid en duidelijk de vraag die tot nu toe taboe is geweest: heeft Wilhelmina haar volk en in het bijzonder haar joodse landgenoten wel zo'n dienst bewezen door in de meidagen van 1940 te vluchten?

Van der Zee te verwijten dat ze vele jaren na dato zwicht voor nazipropaganda, doet onrecht aan de ernst van haar bedoelingen. Hoe serieus haar argumenten zijn, heeft Michman uiteengezet (NRC Handelsblad, 14 mei). Wat Fasseur op 21 mei ter verdediging van Wilhelmina aanvoert, is niet meer dan het herhalen van de officiële rechtvaardigingen van kort na de oorlog, toen de mythe van Wilhelmina het collectieve kwade geweten hielp sussen. Volgens Fasseur breekt nood de grondwet, die niet voorzag in een regeringszetel buiten Nederland.

Van Wijnen (3 juni) betuigt instemming met de opvatting van Wertheim, indertijd hoogleraar aan de Rechtshogeschool in Batavia, die al op 24 mei 1940 heeft gewezen op het beginsel van staatsnoodrecht. Maar Wertheim en bijvoorbeeld ook minister Welter van Koloniën verwachtten dat de regering zich zou vestigen op het territoor van het Koninkrijk der Nederlanden in Oost-Indië, op dat moment - anderhalf jaar voor Pearl Harbor - een volstrekt reële optie.

Nog op 9 mei 1940, de dag voor de Duitse inval, meldde Het Nieuws van de Dag dat Juliana de geschiedschrijver Hendrick van Loon vriendelijk doch beslist had bedankt voor zijn aanbod om aan haarzelf, haar moeder en haar man in geval van nood onderdak te bieden in New York. “Als geboren Nederlander en een kenner van de Nederlandse geschiedenis” zou hij toch horen te weten “dat vijf eeuwen lang het Huis van Oranje voor geen enkel gevaar op de vlucht is geslagen. [...] Onze plaats is hier in Nederland, of er gevaar dreigt of niet. Wij zullen nooit onzen post verlaten.” Vier dagen na deze fiere verklaring zaten Juliana, haar kinderen, haar man en haar moeder veilig in Londen. Ook de koffer met effecten was niet vergeten. De leden van het kabinet die overrompeld werden door dit gedrag, besloten ook te gaan, maar zij, die altijd zijn gehoond als zwakkelingen, toonden karakter door hun gezinnen achter te laten. Zo wilden zij de schijn vermijden uit eigenbelang te handelen.

Hoe Wilhelmina achteraf kon uitgroeien tot nationaal symbool van onverzettelijkheid, is voer voor oorlogspsychologen. Voorzichtig geuite twijfels over de juistheid van haar vlucht zijn altijd weggewuifd door te verwijzen naar Leopold III, koning der Belgen. Deze heeft zich inderdaad zo gecompromitteerd dat hij zijn land na de oorlog opzadelde met de koningskwestie.

Maar waarom kijken we niet eens in een andere spiegel, Denemarken? Toen de Duitsers het land op 9 april binnenvielen om het te 'beschermen' tegen Britse interventie, boog de Deense regering na symbolisch verzet voor de druk en gaf men de troepen het bevel alle weerstand te staken. Koning Christian X en het kabinet bleven in functie, evenals het parlement. In maart 1943 werden er nog verkiezingen gehouden, waarbij de partijen die het nationale kabinet steunden 95 procent van de stemmen haalden bij een opkomst van 90 procent (de nationaalsocialisten kregen slechts 2 procent).

De duivelse Duitse chantage heeft de Deense regering gedwongen tot de diepste vernederingen, zoals de toetreding tot het anti-Komintern-pact op 25 november 1941, maar er bleef een centrum van nationale weerstand. De Kroon was heel zichtbaar het symbool van de natie. Christian (koning van 1912 tot 1947) ging door met zijn dagelijkse morgenrit te paard door de straten van de hoofdstad. Geen lijfwacht vergezelde hem, terwijl de mensen hem uitbundiger dan tevoren begroetten.

Het verhaal dat hij met een gele davidster op de borst gespeld door de stad reed om zijn solidariteit met zijn joodse landgenoten te betuigen, is apocrief, maar dit fraaie verzinsel van Leon Uris in zijn Exodus (1957) staat voor de hogere waarheid dat de koning pal stond. In de lente van 1942 weigerde hij medewerking aan de invoering van anti-joodse wetten. Toen de Duitsers ten slotte op 29 augustus 1943 de macht volledig in handen namen, waren de Denen moreel voorbereid en wisten ze wat er gedaan moest worden.

In de nacht van 1 op 2 oktober 1943 hielden de Duitse troepen een razzia waarbij slechts tegen 500 joden werden opgepakt. Zij werden naar Theresienstadt overgebracht: 430 kwamen levend terug. In dezelfde dramatische nacht werden 6.000 joden door hun niet-joodse landgenoten met boten overgebracht naar Zweden. Zo heeft 98 procent van de 7.000 Deense joden de oorlog overleefd. Toen zij terugkeerden, troffen zij in het algemeen hun eigendommen ongeschonden aan. Hoe schril steekt hierbij het overlevingspercentage van 25 voor de Nederlandse joden af. Natuurlijk zijn er grote verschillen, bijvoorbeeld in geografische ligging en in aantallen joden. Maar het wezenlijke punt is dat bij de Denen de overtuiging was gegroeid dat zij de joden moesten redden. Die wil heeft zich in Nederland niet kunnen ontwikkelen.

Het is de verdienste van koning Christian dat hij op zijn moeilijke post bleef en zo zijn volk hielp om de kritische eerste jaren van de oorlog door te komen. Tot 1943 leek de Nieuwe Orde in Europa immers onherroepelijk.

Stalingrad bracht de kentering. Toen laaide ook in Denemarken het verzet op en distantieerden velen zich van de regering, die zich te zeer had gecompromitteerd. Maar voor de joodse Denen was er uitstel gewonnen, dat voor hen letterlijk het verschil tussen leven en dood uitmaakte.

Laten we het spel van Cleopatra's neus eens spelen: hoe zou het geweest zijn als Wilhelmina op haar post was gebleven? Zij was dan de sluitsteen geweest in het gewelf van een intact Nederlands bestuursapparaat. Anders dan Leopold III, die zich als opperbevelhebber in krijgsgevangenschap begaf, zou Wilhelmina zeker niet zijn geïnterneerd.

Waarop stoelt Fasseur zijn overtuiging, dat Nederland door weerstand te bieden zijn kans verspeelde om terug te keren tot “de rang van Denemarken”? De Duitsers wilden het land militair bezetten. Dat doel was snel bereikt. Een militair bewind zou zich - zeker voorlopig - verre hebben gehouden van ingrijpen in het reilen en zeilen van het bestuur. Pas de onvoorziene vlucht van Wilhelmina bracht Hitler op het idee Nederland het twijfelachtige voorrecht te gunnen van een 'burgerlijk' bestuur onder Seyss-Inquart, die al op 29 mei demonstratief in de Ridderzaal werd geïnstalleerd. Via de secretarissen-generaal kreeg de rijkscommissaris snel vat op het bestuursapparaat, dat door de vlucht van Wilhelmina ontredderd achterbleef. Het miste de ruggengraat die de Denen wel behielden.

Als Wilhelmina van Oranje-Nassau inderdaad de karaktervolle, misschien wat eigengereide vrouw was voor wie zij doorgaat, zou zij de toenmalige kardinaal De Jong verre in de schaduw hebben kunnen stellen. Men stelle zich een Wilhelmina voor die vanaf 15 mei 1940 dagelijks door de straten van Den Haag had gefietst.