Toepassing van gentherapie wettelijk regelen

ROTTERDAM, 5 JUNI. Er zijn met spoed specifieke wettelijke voorschriften nodig voor de toepassing van gentherapie bij mensen. Dit schrijft de commissie Gentherapie van de Gezondheidsraad in een gisteren gepubliceerd advies.

De huidige regelgeving is te onoverzichtelijk. Dit komt doordat negen bureaus van twee ministeries (Milieubeheer en Volksgezondheid) betrokken zijn bij de beoordeling en vergunningverlening van gentherapieën. Ook ontbreken in de meeste ziekenhuizen duidelijke protocollen voor de omgang met en de verzorging van patiënten die gentherapie ondergaan.

Met gentherapie zijn mogelijk fouten in het erfelijk materiaal van mensen te corrigeren. Die fouten kunnen de oorzaak zijn van een erfelijke aandoening zoals taaislijmziekte en SCID, een ernstige ziekte die veroorzaakt wordt door het ontbreken van een afweersysteem. Ook ziekten zoals kanker en hart- en vaatziekten ontstaan vaak door defecte genen. Bij gentherapie brengt men goed functionerende genen in een patiënt die leeft met een gen met een foutje er in.

Gentherapie heeft nog geen mensen genezen. De techniek staat nog in de kinderschoenen, maar het aantal onderzoeken stijgt. Mondiaal zijn ongeveer 250 experimentele gentherapieën bij patiënten voorzien of al gaande. Meer dan 70 procent heeft betrekking op kanker, een kleine 10 procent betreft aids. Verder wordt de techniek beproefd bij patiënten met hart- en vaatziekten, reuma en erfelijke aandoeningen.

Nu het onderzoek van het laboratorium naar de kliniek begint te verschuiven, zijn er aanvullende maatregelen nodig. De commissie Gentherapie van de Gezondheidsraad onderstreept in haar advies dat onderzoekers strenge veiligheidsmaatregelen moeten betrachten bij hun onderzoek, alles nauwkeurig moeten documenteren, resultaten tussentijds moeten evalueren en de patiënten langdurig blijven volgen. Daarnaast moet er voorlichtingsmateriaal komen voor patiënten. Ook dient de centrale toetsing van gentherapie-onderzoek niet langer te gebeuren door twee ministeries, maar door één. De commissie Gentherapie noemt daarvoor als aangewezen instantie de Kerncommissie Ethiek Medisch Onderzoek van het ministerie van Volksgezondheid, die nu ook al betrokken is bij de centrale toetsing.