Spaanse regering creëert een autoritair politiek klimaat

Het kabinet van de Spaanse premier José María Aznar, voert geen eigen beleid, maar zet zich met bedenkelijke methoden vooral af tegen de oppositie. Volgens Steven Adolf bedreigt het politieke klimaat op termijn de economische ontwikkeling.

Duel met knuppels heet een van de zeven 'Zwarte Schilderijen' die de Spaanse schilder Francisco Goya tussen 1820 en 1823 schilderde in zijn boerderij even buiten Madrid. Het is, net als de andere zes uit de reeks, geen vrolijk stemmende voorstelling. Tegen de achtergrond van een dreigende lucht bevechten twee boeren elkaar met knuppels. Ontvluchten kunnen ze elkaar niet: beiden staan tot hun knieën vast in de grond gegraven. Een man zal overwinnen, de andere zal onherroepelijk de hersens worden ingeslagen.

Het Duel met knuppels wordt wel gezien als de meest plastische voorstelling van de eeuwige broederstrijd van de 'twee Spanjes'. Het conservatieve Spanje met zijn in zich zelf gekeerde, anti-liberale traditie versus het moderne Spanje dat aansluiting zoekt bij de vooruitgangsgedachten en de rest van Europa. Goya behoorde zelf tot de laatste groep, maar maakte in zijn leven genoeg mee om niet al te positief gestemd te zijn over de directe toekomst van zijn land.

Het kabinet van de premier José María Aznar, nu ruim een jaar aan de macht, heeft volgens velen de Spaanse politiek gereduceerd tot een knuppelwedstrijd. Met autoritair optreden, schimmige juridische machinaties en een aantal ingrijpende regeringsbesluiten voert het een strategie die niet zozeer gericht lijkt op het ontwikkelen van een eigen beleid alswel op het zo fanatiek mogelijk inhakken op de socialistische oppositie.

Een sfeerproefje uit het conservatieve dagblad Abc, dat fungeert als de spreekbuis van het kabinet. Kort geleden opende deze krant over de gehele breedte van zijn voorpagina frontaal de aanval op het satirische programma Las noticias del Guiñol (Het Poppennieuws), de Spaanse versie van Spitting Image van het gecodeerde televisiestation Canal+. De manier waarop het kabinet in beeld werd gebracht - een premier die uit een koekoeksklok springt met steeds weer de mededeling dat het uitstekend met Spanje gaat - was niets anders dan het verspreiden van vuige leugens en propaganda van de oppositie, zo haalde de Abc bronnen in de regering aan. Dat soort “televisiehumor” kon Spanje missen als kiespijn, aldus het verontwaardigde hoofdcommentaar van hoofdredacteur Luis María Anson.

Het commentaar van de invloedrijke Anson (de enige hoofdredacteur in Europa die de jury van de nationale Miss-verkiezingen voorzit) staat voor een in regeringskring breder gedeeld gedachtegoed. Een gedachtegoed dat weinig ruimte laat voor pluriformiteit en kritiek, laat staan voor spot en hoon.

Naast de poppen zijn er minder onschuldige voorbeelden. Met een kennelijke obsessie voor de media lijkt het kabinet een kruistocht te hebben ingezet tegen een aantal uitgevers die hen onwelgevallig zijn. Daarbij worden volgens getuigen grove bedreigingen niet geschuwd. “Ik zal niet ophouden tot hij in de cel zit” en “aan zijn lijfwachten heeft hij niks, want de regering heeft veel meer middelen”. Bedreigingen die volgens verschillende gezaghebbende journalisten werden geuit door de staatssecretaris van communicatie en regeringswoordvoerder Miguel Angel Rodríguez aan het adres van de uitgever en televisiemagnaat Antonio Asensio.

Het is niet bij dreigementen gebleven: samen met zijn collega Jesús de Polanco van de Spaanse uitgever Prisa, lag Asensio de afgelopen maanden aanhoudend onder vuur. Het lange-termijn-contract dat beiden sloten over uitzendrechten op voetbalwedstrijden is van regeringszijde met terugwerkende kracht opengebroken. Mede op initiatief van regeringsgezinde media zijn tegen beide uitgevers strafrechtelijke procedures ingezet, waar grote vraagtekens bij gezet kunnen worden en die er volgens de slachtoffers uitsluitend op zijn gericht om hen te criminaliseren. Met een draconische verbodsbepaling aangaande een decoderingskastje wordt de nieuwe, sateliet-verzonden betaal-televisie Canal Satélite Digital waarin Polanco deelneemt dwarsgezeten. En dat alles omdat het “in het belang van de consument” of “ter verdediging van de vrijheid van meningsuiting” zou zijn.

De reden is simpeler: de regering tracht eveneens een gecodeerde digitale betaaltelevisie op poten te zetten met een groep bestaande uit de staatstelevisiezender TVE, het juist geprivatiseerde staatsbedrijf Telefónica, de Mexicaanse mediakolos Televisa en een aantal regeringsgezinde uitgevers. Deze groep zocht eerder aansluiting bij het initiatief van Canal Satélite Digital, maar de onderhandelingen liepen stuk.

Terwijl Canal Satélite Digital nu al een paar maanden succesvol in de lucht is heeft het staatsinitiatief tot dusver niet meer heeft opgeleverd dan wat reclamespots. Dat is vervelend voor een aantal bewindslieden, waaronder de eerder genoemde Rodríguez, dat zich zichtbaar zat te verkneukelen over het nieuwe machtsspeeltje dat hun in handen zou vallen. Dat Polanco van ouds een goede vriend is van de socialistische leider González en de uitgever van El País, de links-liberale krant in Spanje met internationaal het meeste aanzien, is een reden te meer om de zaak met alle mogelijke middelen dwars te bomen.

De Catalaanse nationalistische partij van Jordi Pujol die dit minderheidskabinet in principe steun heeft toegezegd, is het kabinetsoptreden danig in het verkeerde keelgat geschoten. De Catalaanse nationalisten, die een traditie van vrije handel hebben hoog te houden, onthielden hun steun aan de interventies van Aznar. Met steun van de Spaanse communistische leider Julio Anguita, die nog steeds trouw is aan het anti-kapitalistische gedachtegoed van voor de val van de Muur, wist de regering alsnog steun te krijgen in zijn strijd tegen de uitgevers.

Zo toont de regeringspartij van Aznar een interventionistisch gezicht dat niets te maken heeft met het imago van een liberale middenpartij dat zij zo graag van zichzelf mag schetsen. In het verlengde daarvan is even weinig gebleken van de belofte dat deze regering een nieuwe impuls zou geven aan Spanjes democratisering: eenn frisse wind na de vriendjespolitiek, corruptieschandalen en andere machinaties waar de socialistische regeringen in waren verzand.

In plaats daarvan wekt de regering de indruk dat na veertien jaar afwachten eindelijk de tijd is aangebroken om de eigen kameraden weer eens mee te laten genieten in de privileges van de macht. In een grootscheepse benoemingsoperatie zijn alle belangrijke posten binnen het staatsapparaat inmiddels vergeven aan politieke geestverwanten. Of persoonlijke vrienden: zo is de nieuwe bestuursvoorzitter van Telefónica een nauwe kennis van de premier. En de nieuwe topman van TVE is, tegen de uitdrukkelijke belofte van Aznar, geen onafhankelijke deskundige, maar een trouw partijgenoot die als belastingambtenaar een zware reprimande kreeg wegens machtsmisbruik.

De gevolgen zijn inmiddels goed merkbaar: het televisienieuws van de staatszender zakt regelmatig af tot een bedenkelijke vorm van regeringspropaganda. Kritiek van de socialistische oppositie wordt van kabinetszijde standaard afgedaan met de mededeling dat de partij van González eerst maar eens naar zichzelf moet kijken. Een opmerkelijke interpretatie van het afleggen van parlementaire verantwoording. Onderwijl gaat de regering zich al maanden lang te buiten aan even vergaande als vage beschuldigingen in een poging de oppositie de mond te snoeren.

Dit politieke klimaat van polarisatie en autoritair optreden staat in een scherp contrast met Spanjes economische situatie. Zonder al te grote problemen lijkt Spanje te kunnen voldoen aan de belangrijkste eisen voor de toelating tot de Economische en Monetaire Unie. En op het sociale front hebben werkgevers en werknemers een akkoord bereikt dat een garantie biedt voor een stabiele ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Maar op langere termijn kan geen enkele vrije economie functioneren als het systeem niet gesteund wordt door rechtszekerheid en de manier waarop de regering de spelregels van een democratie respecteert. Knuppelwedstrijden zijn daarbij minder wenselijk.