Russen luisteren naar Ashkenazy

Concert: Deutsches Symphonie-Orchester Berlin o.l.v. Vladimir Ashkenazy. Gehoord: 4/6 Concertgebouw Amsterdam.

Aangehoord door twee Russische dirigenten - Gennady Rozhdestvensky en Valery Gergjev - dirigeerde de Russische dirigent en pianist Vladimir Ashkenazy gisteravond het laatste van de elf concerten in de Britten-Sjostakowitsj-serie in het Amsterdamse Concertgebouw. De gedreven Ashkenazy, zojuist benoemd tot chef-dirigent van het Philharmonisch Orkest van Praag, leidde nu het spectaculaire eerste Nederlandse optreden van het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, dat ooit onder leiding stond van Riccardo Chailly.

Rozhdestvensky is in Amsterdam voor het concert dat hij vrijdagavond in het Vondelpark geeft met het Koninklijk Concertgebouworkest. Gergjev dirigeert, vanavond in Rotterdam en morgen in Amsterdam in een Holland Festivalconcert, zijn Rotterdams Philharmonisch Orkest in de Vierde symfonie van Matthijs Vermeulen.

Beide Russische dirigenten traden ook eerder op in de door de Concertgebouw NV opgezette Britten-Sjostakowitsj-serie, die uitgroeide tot een uniek evenement. De serie had vooral tot doel in ons land opnieuw de aandacht te vestigen op de muziek van Benjamin Britten. De Engelse componist was na zijn populariteit in de naoorlogse decade ondergewaardeerd en zelfs bijna onbekend geworden, zij het minder dan Vermeulen. Het blijft echter jammer dat, op een enkele uitzondering na, zijn sterkste werken - opera's als Peter Grimes en Billy Budd - al zolang ontbreken in het Nederlandse opera-repertoire.

Gisteren gingen van Britten twee stukken. Russian funeral (1936) is een deels martiaal, deels treurig klinkend vijf minuten durend stuk voor koperblazers en slagwerk. The prince of the Pagodas (1956) schreef Britten voor choreograaf John Cranko. Het is zeer suggestief-beeldende muziek bij een sprookjesballet, dat in complete vorm 125 minuten duurt en een finale heeft in ouderwets grandioze stijl. Het werk was hier gereduceerd tot een zesdelige suite van zo'n veertig minuten, samengesteld door Mervyn Cooke en Donald Mitchell, de programmeur van de serie. Van Sjostakowitsj ging de Tiende symfonie.

De reductie van de balletmuziek tot 'symfonische' lengte leidt tot een directe vergelijking tussen Britten en Sjostakowitsj, ook al omdat beide stukken refereren aan Tsjaikovski: De schone slaapster en de Zesde symfonie. Opvallend is dan vooral hoezeer het muzikale materiaal van Britten en Sjostakowitsj overeenkomt. Maar wat is Sjostakowitsj dan veel toch geladener, heftiger, feller, extremer, persoonlijker en aangrijpender!